vrijdag 7 juli 2017

Raddraaien: Sam & Bill



Ik zal de beschrijving binnenkort weer aanpassen want vandaag mag het officiëel heten. Ik ga stoppen met de uitzending op zaterdagmiddag. 'Do The 45' verhuist (tijdelijk?) even naar het 'slot' van 'The Vinyl Countdown' op zaterdagavond en wordt mogelijk een onregelmatig verschijnende 'rubriek' in deze show. De komende weken, tot mijn vakantie, ga ik echter iedere zaterdagavond een 'Do The 45' doen. Ik doe in de maanden juli en augustus altijd iets anders dan normaal en daar ga ik morgen mee beginnen. Morgen staan de singles centraal uit de Blauwe Bak-koffers en reservebakken die ik oorspronkelijk in de jaren negentig heb gekocht. Volgende week de singles uit 2010 en 2011 en de daaropvolgende vijf weken steeds één jaar per uitzending. De zaterdag voor mijn vakantie doe ik dan een show over de singles van 2016 en daarmee is de cirkel rond. Het is een extra uitdaging om het derde uur een 'Talc Radio' te verzamelen uit het aanbod uit de betreffende periode. Morgen gaat dat bijvoorbeeld niet heel erg Northern Soul worden, maar wel upbeat en stevig! 'Raddraaien' houdt me deze week eveneens in het territorium van de Blauwe Bak. Vanavond de 39e single uit de derde reserve-bak. Daar vinden we de single 'For Your Love' van Sam & Bill (1965).

Waar en wanneer? Daar hoef ik niet lang over na te denken! Dinsdag 2 juni 2009. Zelf noemt ze het 'stalken', maar ik volg gedurende dit 'weekend' een Amerikaanse zangeres op de voet tijdens haar tournee door Nederland. Op zondagavond speelt ze in Zwolle, op Pinkstermaandag in de Melkweg en op deze dinsdag in Utrecht. Ik heb tijd te doden en dat komt goed uit. Het is schitterend weer en dus vertoef ik op de Oudegracht op zoek naar platen. Zo kom ik wederom bij de kringloopwinkel waar ik in 1997 al eens ben geweest en koop deze middag een flinke stapel singles. De Northern Soul-hobby is nu écht begonnen en er zitten een paar platen uit die ik voor de Blauwe Bak koop en nog altijd in de reserve-bakken zitten. Ik kom verscheidene singles tegen op het uiterst curieus ogende Good Old Gold-label. Good Old Gold is oorspronkelijk een 're-issue'-label uit Amerika dat al sinds de jaren zestig actief is met het opnieuw beschikbaar stellen van doowop, maar later ook pop en soul. Toch staan de singles niet in de catalogus van het Amerikaanse Good Old Gold en vermelden de labels dat er rechten worden afgedragen aan de Stemra. Nederlands dus...

Ik heb het afgelopen jaar iets geleerd dat me nooit is opgevallen. Nederland heeft namelijk al sinds de jaren tachtig een Caribische soul-scene met eenzelfde effect als bij de Engelse Northern Soul van tien jaar eerder. De originele platen zijn vaak lastig te vinden en dus verschijnen er in ons land bootlegs van de betreffende platen. In het geval van Good Old Gold is dat lachwekkend. Het originele Good Old Gold heeft net zo'n status als tijdgenoot Lost Nite en het latere Stardust. De platen zijn té algemeen verkrijgbaar en ook via officiële kanalen om helemaal illegaal te zijn, maar intussen mag getwijfeld worden aan de rechtsgeldigheid van deze opnames. Ik heb een paar jaar geleden bijvoorbeeld 'Send Him Back' van The Pointer Sisters gekocht als nieuwe bootleg op het Out Of The Past-label (vaak afgekort tot O.O.T.P.). Het label wil doen geloven dat het een repro is van een Out Of The Past-titel terwijl dat dit label nooit deze van The Pointer Sisters in de catalogus heeft gehad. Hetzelfde is ook aan de hand met de Nederlandse Good Old Gold-uitgaven. Marv Johnson's vroege werk is goed beschermd en het Nederlandse Good Old Gold komt ermee weg om de platen toe te schrijven aan Maru Johnson. 'For Your Love' van Sam & Bill is eveneens nooit verschenen in de Amerikaanse Good Old Gold-uitdossing, maar dit is de uitvoering zoals ik hem in 2009 heb gekocht. Op de b-kant staat 'God Bless Our Love' van The Fabulous Ballands. Dat moet dan waarschijnlijk weer The Fabulous Blends zijn. Van hun is eigenlijk alleen 'Starlight Starbright' bekend, een gewild doowop-nummer van omstreeks 1960 dat in de jaren tachtig eveneens opnieuw is uitgebracht. Ik vind die kant niet erg interessant en schakel dus snel over naar de boosdoeners op de a-kant.

Bill Johnson wordt op 16 oktober 1932 geboren in Newark in de staat New Jersey. Hij maakt in 1954 zijn eerste single als leider van Bill Johnson & His Musical Notes. De groep ondergaat een paar naamsveranderingen en heet in 1959 Bill Johnson & The Four Steps Of Rhythm. De single 'You Better Dig It' is zeer in trek bij verzamelaars en verschijnt in 1989 als een 'repro'. Ook een bootleg dus, maar nu eentje die niet van de echte is te onderscheiden. Een jaar later komt Johnson voor één single uit voor het Sun-label van Sam Phillips. In 1962 leidt Johnson de band The Soul Brothers. De gitarist van het stel is Sam Gary. Die heeft zijn wortels in South Carolina maar werkt op dat moment in Newark. Gary is een 'groentje' vergeleken bij Johnson. Als Gary een stukje heeft gezongen, blijken zijn stem en die van Johnson prachtig bij elkaar te passen. Zo ontstaat het duo Sam & Bill. Het neemt in 1964 'For Your Love' op, een nummer dat in 1958 door Ed Townsend is geschreven. Het ziet eerst het levenslicht bij het Karate-label uit New York en dan komen de mannen terecht bij Johnny Nash en Danny Sims. Dat duo is een eigen label begonnen: JoDa. 'For Your Love' wordt in 1965 opnieuw uitgebracht en brengt het enkel tot de R&B-lijst. 'Fly Me To The Moon' is qua impact een minder grote hit en JoDa biedt Johnson de kans een solo-plaat te maken. Op de a-kant staat 'You Got Soul' dat is geschreven door Johnny's lieftallige Margaret Nash en dat hijzelf in 1968 zal opnemen. Gloria Gaynor's debuut 'She'll Be Sorry' verschijnt op JoCiDa, een afsplitsing van JoDa, en haar zien we terug in de credits op de b-kant. 'It Ain't Never Gonna Die' vermeldt Johnson, Gary, Margaret Nash en Gloria Fowles als componisten en tekstschrijvers. De single is geen succes en het JoDa-concern gaat niet veel later op slot.

Sam Gary heeft het in 1967 gezien en gaat terug naar The Soul Brothers om enkel nog gitaar te spelen. Bill vindt een nieuwe Sam in Sam Davis. Uiteraard niet te verwarren met Sammy Davis Jr. Davis heeft eveneens een lange staat van dienst en de 'nieuwe' Sam & Bill maken een paar klassieke 'Southern deep soul'-platen. Of deze Sam & Bill ook verantwoordelijk zijn voor de 'Southern funk'-singles uit de vroege jaren zeventig is niet bevestigd. 'For Your Love' gaat de geschiedenisboeken in als de grootste hit voor Sam & Bill en Bill Johnson's imposante loopbaan. Liefhebbers komen superlatieven tekort. De doowop-aanpak maakt dat ik de plaat lange tijd beschouw als iets uit de jaren vijftig, tegelijk heeft het een fijn gospel-gevoel en is de pianist een uitblinker. De harmonieën van Sam en Bill zijn niet onder woorden te brengen. Een groeibriljantje, want de plaat heeft een paar jaar nodig gehad om indruk te maken bij mij.

donderdag 6 juli 2017

Eretitel: 'Hold My Hand'



Het 'zoekplaatje' is opgelost. Het heeft me opnieuw in de ban gehouden tijdens het post bezorgen in Steenwijk en het is pas als ik in de uitzending zit als ik opeens de vinger kan leggen op het nummer. Ik heb daarvoor nog de complete Top 40, de Tipparade en de Engelse Top 40 uitgekamd, maar niks dat erop lijkt. Dan valt het kwartje. Radio-collega Lee heeft in zijn show 'From The Catacombs' op maandagavond de 'Wondershot'. Of... eigenlijk moet ik zeggen dat ik de 'Wondershot' ben begonnen ter vervanging van een andere rubriek als ik eens voor hem moet invallen. Hierin draait hij drie liedjes uit het rijke oeuvre van Stevie Wonder. Maandag heeft hij 'Knocks Me Off My Feet' gedraaid in dat kader en dat bevat de 'Because I love you, I love you, I love you' dat ik de afgelopen twee dagen als een mantra heb moeten aanhoren. Nu eerst even snel de 'Eretitel' doen en dan weer slapen. Vandaag is een lange dag geweest en morgen zal het niet anders zijn? De centrale titel van vanavond is 'Hold My Hand', geïnspireerd door de nummer 1 welke op dat moment hoog op de hitparade staat.

3. Michael Jackson & Akon (2010)
Dat jaartal bestaat niet in het geval van Michael Jackson, maar ik gebruik de datum dat het officieel is verschenen. Akon wordt door Michael Jackson gevraagd om mee te doen op een album ter ere van het zilveren jubileum van 'Thriller'. Akon heeft dan een idee voor een liedje met de titel 'Hold My Hand'. Jackson en Akon nemen in 2008 het nummer op en het lekt al snel uit. Pas in 2010 verschijnt het posthuum als single en heeft Akon het in 2011 op een album gezet. Verder dient deze plaat alleen maar ter decoratie. Ik ben nooit echt een grote Michael Jackson-fan geweest en heb gewoon een derde 'Hold My Hand' nodig. Bij deze dus...

2. Dave Davies (1969)
Familiegroepen kunnen goed 'werken', kijk bijvoorbeeld naar The Bee Gees. Toch ligt het vaak anders bij bands waarin gewoon twee broers zitten. Vaak, want geen spoortje onderlinge frictie binnen AC/DC en hoewel alle aandacht uit gaat naar Brian Wilson heb ik Carl of Dennis daar nooit over horen klagen. Tom Fogerty ziet dat zijn leidersrol wordt ingepikt door zijn jongere broer John en dat is heibel in de tent. Dave Davies voelt zich eveneens in de schaduw van Ray, maar hij neemt niet de biezen. Dave tracht een solo-carrière parallel te laten lopen aan zijn verblijf bij The Kinks. Zijn solo-platen zijn feitelijk weer ingespeeld door The Kinks, maar alleen Dave krijgt de credits. Als 'Hold My Hand' verschijnt, ziet Dave het helemaal voor zich: Hij wil een hele andere act neerzetten als dat wat mensen gewend zijn met The Kinks. Voorwaarde is wel dat 'Hold My Hand' werk moet opleveren want zijn laatste single is overal ter wereld geflopt, behalve in Nederland. 'Lincoln County' bereikt hier nog een vijftiende plek op de Top 40. Als 'Hold My Hand' zelfs niet eens in ons land de Top 40 haalt, legt Davies zich erbij neer. Hij concentreert zich weer op The Kinks en brengt pas in 1980 weer een solo-album uit.

1. Jess Glynne (2015)
Rozen verwelken en schepen vergaan. Ik maak in 2014 kennis met Jess als ze een hit heeft met Clean Bandit. 'Rather Be' wordt 'mijn hit' in dat jaar en ik volg Jess daarna op de voet. Haar eerste solo-singles zijn uitnodigend, het gaat bij mij mis met 'Take Me Home'. Jess is op ene of andere manier niet geknipt voor ballads en een live-uitvoering op Youtube (voor de Deense televisie) maakt dat pijnlijk duidelijk. 'Autotune' is hulpinstrument en geen vijand en denk dat Glynne één van de zangeressen is die wellicht een beetje 'autotune' nodig heeft op zijn tijd. In juli 2015 besef ik opeens dat er weinig dagen voorbij zijn gegaan in de voorgaande weken dat ik niet 'Hold My Hand' heb gedraaid of gehoord op de radio. Ik zou er flauw van moeten zijn, maar het voorziet me juist van nieuwe energie. Als ik die ontdekking heb gedaan, kan het 'fan zijn' beginnen. Het inspireert me eveneens tot deze aflevering van 'Listen Carefully' en dus mag Jess helemaal verdiend op de eerste plek van deze 'Eretitel'.

woensdag 5 juli 2017

Raddraaien: Billy Preston



Vaak is het enorm fijn en handig om veel muziek te kennen. Soms is het ook een nadeel. Ik heb er weer eentje! Ditmaal een stukje refrein. Er staat me iets van bij dat het een nieuw nummer is, maar ben reeds mijn eigen speellijsten door geweest en kan het daar niet vinden. Moet ik zo ver gaan om ook de speellijsten van de vinyl-shows door te nemen óf hoor ik het morgenochtend gewoon bij het ontwaken op Q Music? Het kan ook nog zomaar een jaren zeventig-deun zijn dat we op de 'jukebox' hebben bij Wolfman Radio. Om een lang verhaal kort te maken: Het kan ook nadelig werken om zoveel te kennen. Ik denk nog het meest aan een hedendaags nummer en dus moet de oplossing zich binnenkort wel aandienen. Ik heb het in de jaren negentig een tijd gehad met een stukje uit een plaat van The Lovin' Spoonful en dat heeft echt jaren geduurd. Met een hedendaagse plaat kan het ook maanden duren want daar heb ik eveneens voorbeelden van, maar liever duik ik nu terug in de prachtige jaren zeventig. Een voormalige Blauwe Bak-single en dat heeft meer met de 'vindplaats' te maken dan dat het Northern Soul is voor mij. De 'Raddraaier' van vanavond is 'Nothing From Nothing' van Billy Preston (1974).

Waar en wanneer? De eerste keer dat ik het hoor, kan ik me nog goed herinneren. Dat is op 3 september 2002. Waarom de datum zo is blijven hangen? Ik hoor die middag 'Papa Was A Rollin' Stone' en leer dan het verhaal kennen over de 'sterfdag'. Dat dit aanvankelijk een andere datum was en dat dit uitgerekend de sterfdag van de vader van een Temptation bleek te zijn. Die voelde zich dusdanig gekwetst dat de tekst is aangepast tot 'the third of September'. Die avond gaat 'Theater Van Het Sentiment' terug naar 3 september 1974 en dat is de tijd dat Billy Preston in de Tipparade staat met dit aanstekelijke nummer. Het is de tijd dat ik 'thuisloos' ben. Een adresje in Steenwijk voor de uitkering en de opslag van mijn eigendommen en verder de hort op met slaapzak en tent. Ik weet niet meer waarom, maar het kan geen geldgebrek zijn geweest, eerder een soort van 'uitdaging'. Ik loop in een dag van Leeuwarden naar Dokkum en daar arriveer ik op de avond. Een paar uur later hoor ik op Radio 2 dit nummer van Billy Preston. Bijna tien jaar later heb ik de beschikking over de royale verhuispremie en wil ik als eerste een Northern Soul-verzameling aanleggen. Ik koop zeer frequent bij Rarenorthernsoul en probeer vaak de nieuwe heruitgaven te compenseren met 'oudjes' van Buydiscorecords. Dat heeft op een zeker ogenbiik deze van Billy Preston voor drie pond. Een stevige Engelse persing met gebruikerssporen, maar niks drastisch. De single staat tijden in de reserve-Blauwe Bak totdat ik ook deze ga 'organiseren'. Sindsdien staat de single in de jaren zeventig-bak.

De vijfde of de zesde? Over het algemeen wordt Billy Preston vaak aangeduid als de vijfde Beatle, maar voor fans van de groep uit Liverpool is Preston eerder een de zesde Beatle, als hij al zoveel eer krijgt toegezwaaid. Preston's korte verblijf in de gelederen van The Beatles zet hem wel meteen goed op de kaart, maar eigenlijk heeft hij geen lastigere periode kunnen uitzoeken. William Everett Preston wordt niet op de derde maar de tweede september van 1946 geboren in Houston, Texas. Op driejarige leeftijd verhuist het gezin Preston naar Los Angeles. Billy leert, als het ware, piano spelen bij moeder op schoot. Hij wordt gezien als een wonderkind. Preston heeft nimmer een muziekles gehad, maar speelt op zijn tiende al de sterren van de hemel. Op die leeftijd mag hij gospel-coryfeeën als Mahalia Jackson, James Clevelend en Andrae Crouch begeleiden. Ook speelt hij de rol van de 'jonge' W.C. Handy in de 'biopic' van deze muzikant. De rock'n'roll heeft zijn intrede gedaan en in 1962 wordt Preston aangenomen als toetsenist voor Little Richard. In 1962 speelt Little Richard in Hamburg en het voorprogramma wordt aldaar verzorgd door een jonge groep uit Engeland. In 1963 speelt hij mee op het album 'Night Beat' van Sam Cooke en krijgt vervolgens een contract van Cooke's eigen platenmaatschappij. In datzelfde jaar verschijnt '16 Yr. Old Soul', zijn eerste elpee. Het verschijnt in 1969 als 'Greazee Soul' op de markt en bevat een tiental swingende covers van nummers van onder andere Sam Cooke en Ray Charles. Er volgen nog een paar elpees in 1965 en 1966 waaronder twee live-platen die zijn gearrangeerd door Sly Stone. Hem komen we later ook nog tegen. In 1967 gaat Preston op tournee met Ray Charles. Het gezelschap speelt juist in Engeland als The Beatles op een moeizaam punt zijn aanbeland in de studio. George Harrison verlaat de studio met ruzie en koelt af bij een optreden van Ray Charles. Zo ontmoet hij opnieuw Preston en haalt hem over mee te gaan naar de studio. Hoewel The Beatles moeilijk een extra wiel aan de wagen kan gebruiken, lijkt Preston daar tóch de geknipte persoon voor. Zijn warme persoonlijkheid en muzikale vakmanschap maken dat hij zéér welkom is in het kamp van de ruziënde Beatles.

De single 'Get Back' verschijnt als 'The Beatles featuring Billy Preston', verder heeft hij een aandeel in nummers uit de 'Get Back'-sessies die eventueel verschijnen op 'Abbey Road' en speelt Preston mee als The Beatles haar laatste concert geeft op het dak van het Apple-kantoor. Preston is in één keer een 'hot item' als studio- en live-muzikant. Zelf tekent hij in 1969 een contract bij Apple dat twee albums oplevert: 'That's The Way God Planned It' en 'Encouraging Words'. Hij werkt nauw samen met George Harrison, John Lennon en Ringo Starr maar ook bij de 'aartsrivaal' van The Beatles: The Rolling Stones. Een levensmotto van Preston is: 'If you can't be with the one you love, love the one you're with'. Stephen Stills vraagt hem toestemming en natúúrlijk mag het van Preston. Zijn motto wordt een wereldhit voor Stills. Na het korte verblijf op Apple tekent Preston bij A&M en heeft als solo-artiest omstreeks 1972 zijn hoogtijdagen. In de tweede helft van de jaren zeventig tekent hij voor Motown maar het zijn alleen nog de duetten met Syreeta die hem op de hitparade brengen. In de jaren tachtig zoekt Preston de achtergrond op.

Arthur Conley gaat op een zeker moment naar Europa om 'vrij' voor zijn homoseksualiteit te kunnen uitkomen. Preston blijft 'in de kast' tot slechts enkele maanden voor zijn dood. Zijn religieuze achtergrond speelt een rol in de keuze om het geheim te houden. Het speelt als sinds het misbruik in zijn jeugd en als hij zijn vriendin in bed betrapt met Sly Stone, besluit Preston voor zichzelf om niet meer een relatie met een vrouw aan te gaan. Vervolgens worstelt Preston jaren met een alcohol- en drugsverslaving. In 1991 wordt hij aangehouden vanwege verzekeringsfraude en zo komt hij in de hulpverlening terecht. Hij moet zich verantwoorden voor nog een paar misstappen waaronder de mishandeling van een minderjarige jongen. Preston wordt veroordeeld tot negen maanden afkicken en drie maanden huisarrest. In 1997 maakt hij een album met de Italiaanse groep Novecento en doet, op uitnodiging van Ringo Starr, in 2002 mee aan het live-concert ter nagedachtenis aan George Harrison. In datzelfde jaar krijgt Preston een niertransplantatie maar dan zet het verval in van zijn gezondheid. Op 21 november 2005 raakt hij in een coma en op 6 juni 2006 overlijdt de legendarische toetsenist. Hij is dan 59 jaar oud geworden.

dinsdag 4 juli 2017

Week Spot: Arthur Conley



Ik heb begin dit jaar met mezelf de afspraak gemaakt dat een plaat binnen een jaar Week Spot mag zijn en als deze langer dan een jaar in de collectie zit een 'Classic Week Spot' genoemd moet worden. Dan heb ik hier op het eerste gezicht een lastige keuze, maar besluit het tóch de Week Spot te noemen. Het is bijna een jaar geleden dat ik de ambitie heb om alle platen uit de Blauwe Bak in chronologische volgorde van aankoop te draaien in 'Do The 45'. Met name de eerste afleveringen zijn erg leuk om te doen, maar bij 2011 en 2012 betekent het dat ik soms maar een maand in een show weet te houden. Om ze allemaal te draaien, zou ik de rest van 2016 hiermee shows hebben moeten maken en dat is iets waar ik de luisteraars niet mee kan opzadelen. Een jaar geleden zitten alle singles van Arthur Conley nog in de reserve-Blauwe Bak, maar sinds ik deze strakker heb geregisseerd, zijn de platen verhuisd naar de 'algemene' jaren zestig-bakken. Tóch komt in juli dit 'oudje' om de hoek kijken. Mijn oude exemplaar is brandhout en het gaat hem met name om de b-kant en dat nummer is me dan geheel onbekend. De plaat is méér 2016 geworden dan menig andere aankoop van vorig jaar en dus presenteer ik het vanavond als een échte Week Spot: 'Put Our Love Together' van Arthur Conley (1968).

'Funky Street' is niets minder een grote hit geworden dan 'Sweet Soul Music' en toch hoor je het nummer vrijwel nooit op de radio. Ik ken de titel uit het 'Hitdossier' en in 1992 wijdt Jan Rot een column aan de 'camp' in de Amsterdamse clubs en noemt daarbij 'Funky Street' als één van de plaatjes in zijn koffer. Het is pas in 1997 eer ik de single op het spoor kom. Ik ben vorig jaar al eens in Herning geweest bij deze verzamelaar in de winkel. Hij runt een boekenparadijs maar heeft eveneens besloten om alle platen weg te doen met uitzondering van die van Elvis. Als we in de zomer van 1997 opnieuw met vakantie gaan naar Denemarken is dit het eerste adres dat ik op zoek. Ik zal die dag onder andere mijn exemplaar van de 'Record Collector Rare Record Price Guide' kopen, maar uiteraard ook een stapel singles waaronder de Zweedse persing van 'Funky Street'. De plaat heeft dan al een zwaar leven achter de rug en zal het niet veel gemakkelijker krijgen bij mij. Eind 1997 komt 'Sweet Soul Music' in de verzameling en dan duurt het ruim vijftien jaar voor de derde: 'People Sure Act Funny'. De singles verdwijnen echter geruisloos in de reserve-Blauwe Bak. De eerste shows met het chronologisch overzicht maken ook dat een aantal singles meteen degraderen tot de 'algemene' bakken en voor het trio Arthur Conley-singles wacht hetzelfde lot. Intussen laat Mark me kennis maken met een onbekende kant van Arthur Conley. De single is zonnig geprijsd, het is de Engelse Atlantic en we hebben het over de keerzijde van 'Funky Street'. Ik probeer de Zweedse nog even, maar dat wil ik mijn lieve naald niet aan doen. Conley maakt binnen een week zijn rentree in Blauwe Bak-territorium middels een stevige Engelse persing. In tegenstelling tot de 'oude' komt deze wél in de Blauwe Bak-koffer. Wat is er aan de hand?

Het heet niet voor niets 'rare soul'. In deze scene zijn hits taboe en dat geldt eveneens voor platen die op iedere straathoek verkrijgbaar zijn. In de meer fanatieke hoek slaat het naar mijn mening écht door naar de verkeerde kant, daar gaat de exclusiviteit boven de kwaliteit en zo zie je peperdure platen die ontzettend 'doorsnee' klinken. Gelukkig zijn er dj's die muziek genieten met hun smaakpupillen en vanuit die hoek wordt de roep steeds harder bij dit nummer van Arthur Conley. Als dit nimmer op Atlantic was uitgebracht of door een hit-artiest als Arthur Conley, maar door een onbekende pipo op een lokaal label in een oplage van twintig... dan was deze plaat honderden euro's waard geweest! 'Put Our Love Together' is een typische b-kant van een hit. Op de a-kant is het uitbundigheid ten top, de b-kant geeft sobere 'crossover' en Conley zingt het vanuit zijn tenen. In Amerika gaat de single in matige staat voor dubbeltjes en kwartjes, in Nederland kun je al een fraai exemplaar vinden voor een euro of twee. Ook in een soul-verzameling kun je het zo duur maken als dat je zelf wilt, hoewel je voor échte exclusieve platen natuurlijk wel bereid moet zijn om te investeren!

Arthur Lee Conley wordt op 4 januari 1946 geboren in de staat Georgia. Hij maakt zijn opnamedebuut in 1959 met de groep Arthur & The Corvets en maakt nog drie singles met dit gezelschap in de jaren 1963 en 1964. Dan tekent hij bij het kleine Ru-Jac en maakt hiervoor een single: 'I'm A Lonely Stranger'. Otis Redding hoort de krakkemikkige opname en nodigt Conley uit om in 1965 een betere versie op de band te zetten. Dat verschijnt op het Jotis-label van Redding. Otis Redding wordt vaak genoemd als de ontdekker van Conley, maar feitelijk is hij veel meer voor Conley. Otis is een man met een groot hart en helpt graag jonge artiesten in het zadel die willen werken voor hun succes. Dat is iets dat Redding vindt in Conley en hij wordt, als het ware, zijn mentor. Redding helpt eveneens bij de totstandkoming van 'Sweet Soul Music' en dat dit plaatje bij het machtige Atlantic wordt uitgebracht. Op 10 december 1967 slaat het noodlot toe. Otis Redding komt om bij een vliegtuigongeluk. Iemand die hier echt de dupe van wordt, is Arthur Conley. Als Otis tegenover Atlantic iets beslist ten aanzien van Arthur Conley, dan wordt er van hoger hand geluisterd. Nu is die bescherming weg en is Conley plots een speelbal van Atlantic. Het eerste dat Stevie Wonder laat vastleggen als hij volwassen wordt, is dat hij inspraak krijgt op het repertoire. Ook hij heeft afzichtelijke covers moeten opnemen. Conley zit in dezelfde schuit. Hij krijgt bijvoorbeeld 'Ob-La-Di Ob-La-Da' in zijn maag gesplitst. Het succes is na 'Sweet Soul Music' ook vrijwel meteen voorbij hoewel Conley een paar zeer fraaie crossover-platen maakt omstreeks 1970. In de vroege jaren zeventig wordt zijn output iets minder consistent en in 1973 verschijnt een maxi-single met ook 'Put Our Love Together' als de tracks. Roger Foster van 'Blues & Soul Review' houdt een spaander heel van de plaat.

In 1975 vertrekt Conley naar Engeland en maakt kort daarop de oversteek naar België en uiteindelijk Amsterdam. Conley draagt dan al jaren een taboe bij zich. Hij is openlijk homoseksueel en volgens critici heeft hem dat al flink tegengewerkt in zijn eerdere succes. Als Conley in Amsterdam terecht komt, voelt hij alsof hij zichzelf kan zijn. Hij verandert zijn naam naar Lee Roberts en buiten enkele optredens in Amsterdam in 1980, gaat hij vooral op de achtergrond werken als begeleider van aanstormend talent. Later in het decennium verhuist hij naar Ruurlo. Buiten dat hij héél enkel eens op het podium springt en 'Sweet Soul Music' doet met één van de bands die hij begeleidt, weet menigeen in Ruurlo niet van zijn werkelijke identiteit. Het zal omstreeks 2002 zijn geweest dat Lee Roberts wordt 'ontdekt' door een muziektijdschrift voor en over muziek uit de provincie Overijssel. Dat interview lees ik met veel interesse. Niet veel later hoor ik dat deze grote man is overleden. Het noodlot treft hem op 17 november 2003 en Conley is dan pas 57 jaar oud.

maandag 3 juli 2017

Raddraaien: The Soulettes



Ik ben vorig jaar helemaal opnieuw begonnen met 'Raddraaien'. De serie loopt inmiddels vijf jaar en er zijn in deze jaren al honderden artiesten en platen aan bod gekomen. Vorig jaar heb ik echter besloten dat het best okay is om een tweede keer over een artiest of plaat te schrijven, mits het geen herhalingsoefening wordt. Vandaag mag ik een plaatje uit de tweede Blauwe Bak-koffer gebruiken voor 'Raddraaien'. Ik geef mezelf drie kansen en selecteer de tiende, de twintigste en de dertigste. De twintigste en dertigste zijn beide Week Spot geweest en de tiende is al eens eerder voorbij gekomen in 'Raddraaien'. Ik kies dan toch voor de twintigste, ook omdat het zaterdag vijf jaar geleden is dat ik de plaat heb betaald. De zoektocht naar een 'onmogelijke' single brengt me bij deze die in 2012 nog grotendeels onontdekt is en voor uiteenlopende prijzen wordt aangeboden en verkocht. 'Find Somebody New' van The Soulettes mag op herhaling.

Waar en wanneer? Ja, dan mag ik terug naar de eerste maanden van 2012. De eerste maanden waarin ik me te goed doe aan Northern Soul in de breedste zin van het woord. Ik luister dagelijks naar de 'Northern Soul Jukebox', maar ga niet klakkeloos voor alles wat daarop staat. Het zet mij eveneens op het spoor van andere platen. De tijdelijke verzamelwoede van Barbara & Brenda is daar een goed voorbeeld van. Het begint met 'Never Love A Robin', maar kan deze niet voor een fraaie prijs bemachtigen. Intussen vind ik wel drie andere singles van het duo. Zo raak ik ook helemaal verslingerd aan 'Bring Your Fine Self Home' van The Soulettes. De voelsprieten gaan uit, maar dat plaatje ben ik tot op heden nog niet één keer tegen gekomen. Als het al wel was gebeurd, dan had ik het ten tweede ook nooit kunnen bekostigen, want het is een gewild plaatje. Toch ben ik in juli 2012 nog naïef genoeg om regelmatig te zoeken naar The Soulettes. Dan zie ik plotseling deze op Ebay bij een dealer in Chicago. Het korte geluidsclipje overtuigt meteen. Okay, het is geen 'Bring Your Fine Self Home', maar het is interessant genoeg. Dan is de plaat ook nog niet te vinden op Youtube en dus voelt het aan als een échte ontdekking. Ik win de plaat voor het startbedrag (acht dollar) en het is de eerste single die ik rechtstreeks uit Amerika haal.

Ik kies 'It's Alright' uit als de kant die ik ga promoten. Logisch, omdat deze b-kant 'upbeat' is en dat is waar ik me anno 2012 mee bezig hou. Leuke bijkomstigheid is dat 'Find Somebody New' ernstig blijft steken. De single is in het algemeen in een zeer matige staat, maar toch prijs ik me gelukkig met deze 'unieke' single. Ik zie hem een jaar later eens voor 150 dollar over de toonbank gaan, weer een jaar later gaat eentje voor het startbedrag weg bij dezelfde dealer. Ik kijk even op Popsike en zie daar dat de dealer in 2015 ook eentje heeft geveild. Die is voor 82 dollar weg gegaan. Eerder dat jaar is een exemplaar voor 124 dollar bij een andere dealer verkocht. Ook hier is acht dollar weer de startprijs. 'Mint' blijkt uitzonderlijk in dit geval.

Met name in de eerste jaren kan ik niet tot nauwelijks informatie vinden over deze Soulettes. Het wordt immers al vrij snel duidelijk dat dit niet de groep is van 'Bring Your Fine Self Home'. Dat is een groep uit Detroit, 'onze' Soulettes komt waarschijnlijk uit Chicago. Ik ben niet zo goed in het herkennen van accenten, maar een Amerikaan weet me te vertellen dat de dames een Chicago-accent hebben. Ik heb echter het vermoeden dat onze Soulettes dezelfde is als die in de midden jaren zestig kind-aan-huis zijn in de studio van Thomas Boddie in Ohio. Dat zou iets kunnen verklaren met betrekking tot 'Find Somebody New'. Ik schat de plaat aanvankelijk in als 1966 of 1967, maar moet daar vlug op terug komen. Wellicht is 'It's Alright' 'crossover' genoeg voor 1968 of 1969? Nee, de plaat is écht van 1970. Opvallend is dat Dud Sound, wellicht per ongeluk, tweemaal hetzelfde catalogusnummer heeft gebruikt. 'Dud Sound 4719' refereert zowel aan The Soulettes als aan 'Never Leave My Homework Undone' van Little Mack Simmons. Otis Brown schrijft beide nummers en de single van The Soulettes lijkt zijn 'opstapje' te zijn geweest. Zelf zal de man een handvol platen maken voor LuJuna waaronder een eigen versie van 'Find Somebody New'. Daar luister ik nu naar. De gitaar is meer prominent, maar als we dicht bij het refrein komen, horen we opeens... The Soulettes! Een erg goede versie, maar voor op de wenslijst. Jörg uit München heeft eentje voor 75 dollar en John Manship in Engeland vraagt maar liefst driehonderd pond.

'Find Somebody New' lijkt de enige single van dit groepje. Bij Otis Brown worden ze niet genoemd, maar het krijgt wel credit op de platen van A.C. Jones en Frankie Pighee. Zo leer ik vanavond ook nog dat de Boddie's wel degelijk eigen platenmaatschappijen hadden. Ik meende ooit gelezen te hebben dat Boddie uitsluitend de opname deed en niet de distributie. Dat blijkt niet waar te zijn: Boddie heeft Luau, Soul Kitchen en Bounty. De laatste is zelfs tot diep in de jaren tachtig actief. Nog een raadsel... op het label van 'Hole In Your Soul' van A.C. Jones & The Soulettes wordt een Jeanette Boddie genoemd. Altijd gedacht dat dit 'mevrouw Boddie' moest zijn, maar dat blijkt nu een Louise Boddie te zijn? Bij iedere keer dat ik schrijf over deze plaat stapelen de vragen zich steeds meer op en dat is juist datgene wat zo boeiend is aan dit soort verzamelen. Hoewel het me waarschijnlijk geen stap dichter bij de identiteit van onze 'Raddraaier' brengt, moet ik, hoe dan ook, nog eens de Boddie-verzamelbox zien te bemachtigen. Ook zeer de moeite waard met de gospelverzameling in het achterhoofd!

Gele Bak Top 100: 81-90



Wat zei ik zaterdag ook alweer? Juist, het vergt al genoeg discipline om in het weekend te publiceren, laat staan dat ik lange berichten ga schrijven. Althans, straks krijgen jullie nog wel een volwaardig bericht, maar bij de Gele Bak Top 100 hou ik het wederom kort. Een foto spreekt boekdelen? Het is inderdaad een leuke bezigheid: Het bij elkaar zoeken van de singles, deze vervolgens leuk uit te stallen en dan een foto nemen. Daarna de foto's bewerken want wees niet bang: Ik heb de notering op de Gele Bak Top 100 niet op de hoesjes zélf geschreven. Ook de lijst is een 'momentopname' en zou niet weten wat ik daar verder op aan te vullen heb. Hierbij het tweede deel van de Gele Bak Top 100 die ik zaterdag weer ga vervolgen.

90. Let’s Talk About Sex-Salt’N’Pepa (België, FFRR 869 480-7, 1991)

89. Spanish Harlem-Aretha Franklin (NL, Atlantic 2091 150, 1971)

88. I Love A Man In A Uniform-Gang Of Four (EEG, EMI 1A 006-64833, 1982)

87. Winter Song-Angel (Frankrijk, Casablanca 45 CB 140334, 1977)

86. Celebrate Youth-Rick Springfield (Duitsland, RCA Victor PB 49987, 1985)

85. Your Own Sweet Way-Notting Hillbillies (Duitsland, Vertigo 875 024-7, 1990)

84. Forgotten Town-The Christians (Duitsland, Island 108 880, 1987)

83. Big Science-Laurie Anderson (NL, Warner Bros. WB 17.941, 1982)

82. Do The Push And Pull-Rufus Thomas (Duitsland, Stax 2025 016, 1971)

81. Double Barrel – Jenny One-Shot (NL, RCA Victor 74-16058, 1971)

zaterdag 1 juli 2017

Gele Bak Top 100: 91-100



Vorig jaar heb ik uitgebreide verhalen geschreven bij iedere single in de Gele Bak Top 100, maar dat ga ik dit jaar niet doen. Het behoeft immers al een flinke discipline om in het weekend te publiceren, laat staan dat ik ellenlange verhalen wil schrijven. Er valt ook zo weinig te zeggen bij de meeste titels. Ik heb gisteravond de Top 100 samengesteld en kan er tevreden over zijn. De top tien heeft een paar echte 'uitschieters', verder is het vooral een momentopname voor wat betreft de volgorde van de platen. Het wordt dus een ontspannen serie voor de weekeinden in juli met als bonus een eigen foto van de boosdoeners uit de betreffende aflevering en de catalogusnummers van de platen.

100. Saturday Night-Bay City Rollers (NL, Bell 5C 006-97445, 1976)

99. The Peacemaker-Albert Hammond (NL, Epic EPC 1759, 1973)

98. Sadeness Part One-Enigma (Duitsland, Virgin 113 703, 1990)

97. Saddle Up-David Christie (Frankrijk, Savoir-Faire 49933, 1982)

96. Lazy Daisy-Tony Ronald (Duitsland, Ariola 13207 AT, 1974)

95. Take Me Back To Chicago-Chicago (NL, CBS 5924, 1977)

94. Fooled By A Smile-Swing Out Sister (NL, Mercury 888 716-7, 1987)

93. Floating In The Wind – Hudson-Ford (Duitsland, A&M 13480 AT, 1974)

92. Goodbye Sue-BZN (NL, Negram NG 2008, 1975)

91. Chain Reaction-Diana Ross (EEG, Capitol 1A 006-20 0925 7, 1985)