maandag 18 maart 2019

Ben je bezopen?



Gisteravond was zelfs het schrijven voor een inleiding voor de vierde 'Singles round-up' van deze maand een te groot karwei. Nu heb ik dan de kans om de serie even te onderbreken voor een 'gezellig' verhaaltje, want zoiets probeer ik ieder weekend te doen. Daarmee schuift de 'Eretitel' gewoon een week door. Waar was je op 18 maart 2019? Ik hoor 'iets' op het nieuws rond een uurtje of twaalf. Een schietincident? Mijn alarmbellen gaan niet meteen rinkelen. Ik ben nog niet echt wakker en het zou zomaar een afrekening in het criminele milieu kunnen zijn? Het is pas rond een uurtje of zes dat ik ontdek wat er zich werkelijk heeft afgespeeld in Utrecht. Tragisch omdat er, hoe dan ook, onschuldige mensen bij om het leven zijn gekomen, maar het is nog te vroeg voor conclusies. Waar was ik op 18 maart 2009? Dat weet ik niet precies. Als ik gedronken heb dan moet het op de pof zijn gebeurd en er zijn niet veel kroegen meer waar ik dat kan uithalen. Verder werk ik in ploegendiensten bij de Dyka en heb ergens nog steeds het geloof dat ik gelukkig kan worden met een fabrieksbaan. Over een paar weken zal dat alles veranderen, maar vanavond wil ik kijken naar de invloed van alcohol op mijn jonge leven.

'Alles op zijn tijd'. Dat is het credo dat heerst in ons gezin en dat geldt ook voor de consumptie van alcohol. De televisie komt bijvoorbeeld overdag niet aan buiten heel soms bij slecht weer op woensdagmiddag. We kunnen dan kijken naar 'De Film Van Ome Willem' en volgens mij heeft de AVRO op die dag 'De Kinderbios'. Bij schaatswedstrijden staat de televisie ook op zaterdag aan. Zo kent ons gezin twee 'alcoholmomenten' per week: Zaterdag- en woensdagavond. Vader drinkt soms op donderdag ook nog een beerenburg als hij gaat dammen. Moeder heeft nooit goed tegen alcohol gekund. Ze klaagt al snel over slapeloosheid en het is slechts zelden als ik haar een pikeurtje zie drinken. Bij verjaardagen en bezoek van oudere dames schenkt ze een advocaatje voor de visite. Als moeder het bezoek uitlaat, haast ik me naar de tafel om de restjes advocaat uit de glaasjes te likken. Dat levert een 'deal' op. Op nieuwjaarsochtend krijg ik altijd een glaasje advocaat. De broers zijn ouder en drinken wel eens een biertje. Ik kan me nog herinneren dat mijn oudste broer eens luid zingend is terug gekomen van een fuif. Dat is nooit tot herhaling gekomen. Als het warm weer is, wil vader ook nog wel eens een biertje drinken uit het werk maar dat is geen regel! Als ik een jaar of tien ben, wil ik net zo stoer zijn als mijn broers en kan ik plots niet meer aankomen met advocaat. Ik verbeeld me dat shandy gewoon als bier is. Moeder kijkt er streng op toe dat het bij één flesje blijft, net zo goed als dat de broers thuis niet een krat mogen leeg drinken.

Ik ben een jaar of veertien als ik me wil 'afzetten' en dat doe door mezelf als geheelonthouder te bestempelen. Geen shandy meer op zaterdagavond. Ook vervelend doen bij kersenbonbons, soep met meegekookte wijn en protest wanneer een ingegroeide teennagel met alcohol moet worden verdoofd. Gedurende de jaren 1990 en 1991 weiger ik iedere druppel drank en zonder mezelf af op de slaapkamer met plaatjes of met lange fietstochten op zondagmiddag. Ik ben bijna zeventien als dat gaat vervelen. De 'plaaggeesten' van de lagere school worden opeens weer mijn vrienden als ik ieder weekend in 'T Hokje' ga hangen, onze 'zuipkeet'. Natuurlijk rep ik met geen woord over geheelonthouding en doe vrolijk mee met de pijpjes Amstel. Ook begin ik met het werk bij het Sneeker Nieuwsblad en ontdek al snel het nachtleven en... vooral de drank! Het blijft eerst nog beperkt tot bier en een enkele keer een glaasje Southern Comfort (vooral vanwege de 'legende' van Janis Joplin). Ik weet niet precies wanneer ik mijn eerste glaasje Jägermeister nuttig, maar wel dat ik dit spul meteen ontzettend lekker vind. Sonnema is de meest gangbare beerenburg in de horeca en dat heb ik nooit lekker gevonden. Pas vele jaren later zal ik de Sneker beerenburg van Weduwe Joustra ontdekken en dat zal mij de Jägermeister doen vergeten. Zal ik jullie iets vertellen? Als het vriest, heb ik nog altijd héél even zin in een Jägermeister. Ik weet de gedachte echter snel te verzetten naar iets anders en kom dus niet in de verleiding!

Laten we het eens over pils hebben? Ik lieg niet als ik zeg dat ik nooit iets aan pils heb gevonden. Het is een feit dat ik wil 'nachtbraken' en als je dan begint met speciaal bier of sterke drank gaat dat niet lukken. Op pils hou je het het langst uit en dat is de reden dat ik het goedje bestel. In 1993-94 leer ik de speciaalbieren waarderen middels mijn talrijke bezoeken (en soms bijna dagelijks) aan café De Draai in Sneek. Hoe donkerder het bier, hoe beter. Guinness drink ik alleen bij folkavonden en in Engeland ben ik opeens klaar met de 'stout'. Ik zou nog steeds kunnen genieten van een goed bokbiertje, niet de Amstel en Heineken. Bij Palm ligt de grens naar de pils. Om de hoeveelheid alcohol gaat het niet. Ik moet niets hebben van 'powerbier' als Duvel of Verboden Vrucht. Liever een subtiele smaak met een iets hoger alcoholpercentage. Geen pilsliefhebber en toch drink ik het vocht als water.

In 1995 onderneem ik voor het eerst een alcoholvrije maand en dat wordt een 'traditie'. Meestal doe ik het in november: Ik ga dan een maand uitsluitend aan de frisdrank en stap op zondagochtend fluitend uit mijn nest. Omdat alcohol 'erbij hoort', begin ik toch weer na een maand. Na de zonsverduistering in 1999 ben ik even goed zat van de drank en zal de laatste weken in Engeland geen bier aanraken! In 2006 ben ik zelfs even van plan om een half jaar niet te drinken en hou dit een maand vol. Dan komt er een 'gelegenheid' om te drinken en gaat het hek van de dam. Een week later word ik 'getrakteerd' op een halve liter Goldstrike. Dat is de heftigste kater die ik me kan herinneren. Een week voor mijn dertigste verjaardag, april 2005, gaat het al mis. Ik ben erg sentimenteel over mijn periode als twintiger en neem mezelf voor om zeven dagen op rij dronken te worden. Dat lukt! Dan zet ik het voort en in 2006 voel ik me even héél gelukkig als ik merk dat ik een stamkroeg met 'vrienden' heb gevonden. Soms kan ik me het niet permitteren en vier dan de avonden thuis met frisdrank. Ik ben een gezelligheidsdrinker. Alleen een biertje drinken wil niet. Vaak leeg ik na drie uren een half blik verschaald bier. Omdat ik thuis de gezelligheid niet kan creëren of vinden, ga ik steeds vaker op stap. Ik laat opschrijven en maak me niet druk om dit ooit af te betalen. Ik leef wat dat betreft van dag tot dag.

Tijdens de depressie van 2008-2009 ga ik uiteindelijk weer aan het werk om niet in de kroeg te kunnen zitten. Ik ga echter vanuit het werk wel meteen weer aan de rol. Het begint ook mijn voorman op te vallen dat ik steeds vaker op het werk kom met een kegel. In de eerste maanden van 2009 verdwijnt mijn geld als sneeuw voor de zon. Als ik in één kroeg mijn rekening heb betaald, blijft vaak nog maar de helft over. Daarvan betaal ik in de eerste week mijn drankjes en kan dan vervolgens weer op de lat en bedelen bij kennissen om een pakje shag te kopen. Ik kan me één ding heel goed herinneren uit maart 2009. Het rookverbod in de horeca maakt dat we in één café naar buiten moeten voor onze nicotinebehoefte. Ik sta bij iemand te praten als een andere kroegtijger het etablissement verlaat. Het is vier uur op zaterdagmiddag en de man zwalkt van links naar rechts over de winkelstraat. Een zielige vertoning!
,,Je zal maar zo eindigen", hoor ik mijn buurman zeggen. Ik kijk de man na en realiseer me dan opeens dat ik ook onderweg ben naar deze goot. Ik ga niet uit de doeken doen hoe ik uiteindelijk ben gestopt, maar deze zaterdagmiddag heeft eraan bijgedragen!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten