dinsdag 24 juli 2018

Singles round-up: juli 5



Sinds een paar minuten weet ik echt wat er aan de hand is geweest met mijn Franse bestelling. ,,De plaat zal spoedig arriveren", drukt de verkoper me na ruim een week op het hart. ,,Als die niet bij jou terecht komt, wordt deze wel geretourneerd". Ik begin er hoe langer steeds meer een hard hoofd in te krijgen. Het is best verbazend: Frankrijk ligt verder weg dan België en toch zijn Franse zendingen doorgaans ietsje sneller. Soms is het zo extreem dat het kan wedijveren met een plaat die je op Marktplaats koopt. Het goede nieuws: De plaat is vanmiddag binnen gekomen! Discogs loopt voortdurend te klieren met mijn adres. Het geeft eerst de woonplaats en dan de postcode, maar... het wordt afgesloten met 'Holland'. Onze Discogs-'vriend' stuurt me een handgeschreven kartonnen envelop. Het is zeer moeilijk leesbaar. Onderaan staat iets dat bijna onleesbaar is. De postbode heeft daar 'Netherlands' naast geschreven. Gevolg is dat de envelop misschien wel in Engeland is geweest? Google helpt me bij het woord. Royaume-Uni. Ik heb er nog nooit eerder van gehoord maar het is de Franse naam voor het Verenigd Koninkrijk...

* The Choice Four- The Finger Pointers (Frankrijk, RCA Victor, 1974)
Laat meteen aftrappen met de boosdoener. Ik tref de single als eerste in een advertentie van Rarenorthernsoul. Omdat dit een professionele dealer is, gebruik ik de mailing vooral voor de aanbevelingen. De platen zélf zijn vaak goedkoper te bemachtigen via Discogs of iets dergelijks. Ik zoek de single op Discogs en zie dan dat de plaat in Amerika, Engeland én Frankrijk is uitgebracht. De Amerikaanse oogt als berucht RCA-styreen, de Engelse blijkt redelijk gewild te zijn en dan is de Franse een fraai alternatief. De single komt met een 'fotohoesje'. Om met de deur in huis te vallen: 'The Finger Pointers' is een typisch geval van 'Van McCoy-magie'. McCoy schrijft en produceert het nummer samen met zijn vaste compaan Joe Cobb. Het arrangement is wederom mierzoet en het liedje heeft een refreintje dat meteen de eerste keer klinkt alsof je het al jaren kent. Hoewel de verkoper een zooitje heeft gemaakt van de adressering, is de plaat precies wat hij heeft beloofd. Het vinyl is praktisch nieuw en op de achterkant van het hoesje is iets geschreven. 'Sept. 74 AF 4 C' in een keurig handschrift bovenaan de hoes. 'Part 2' zou voor 'instrumentaal' ervoor kunnen door gaan. De refreintjes zijn gezongen en in de coupletten horen we de harmoniezangers Het is de moeite van het wachten ruimschoots waard geweest!

* The 9th Creation- Sexy Girl (US, Pye, 1975)
Pye is vooral een Engelse aangelegenheid. Het is gelieerd aan het Franse Vogue en zodoende verschijnen in de jaren zeventig en tachtig nog Pye-singles die in Frankrijk zijn geperst. Het is me nooit opgevallen dat Pye ook in Amerika actief is geweest, maar het bestaat! Deze single van 9th Creation is hoogstwaarschijnlijk de eerste Amerikaanse Pye-single in mijn collectie. Eigenlijk de b-kant van 'Falling In Love' dat een fraaie disco-ballade is, maar 'Sexy Girl' wint op alle fronten punten bij mij. Het kan nog best eens de moeite waard zijn om de Engelse vinyl-persing te zoeken want persoonlijk vind ik het styreen niet bepaald een aanwinst. Het nummer zélf is met één woord te beschrijven: 'Prettig'. Tekstueel met het huidige weertype uit het leven gegrepen en dat alles op een midtempo soul-bedje dat je zo goed kan gebruiken bij een hittegolf. Een beetje het tempo erin houden zonder dat je gaat zweten van de inspanning. 'Sexy Girl' is een voorbeeld waarom ik tegenwoordig vooral speur naar jaren zeventig-soul. Er is nog zoveel te ontdekken!

* Fran Oliver- Tomorrow May Not Come (US, BBS, 1968)
Komende zaterdag staat 'Do The 45' in het teken van singles die in 1968 zijn verschenen. Deze van Fran Oliver zou de Week Spot kunnen zijn, maar ik heb reeds mijn keuze laten vallen op Otis Clay. Toch kan Fran altijd nog eens de nominatie krijgen. Eigenlijk de b-kant van de single 'You Won't Get Away'. Het is een single uit de stal van Bill 'Bunky' Sheppard. Sheppard is een muziekpromotor uit Chicago die in de late jaren zestig zijn eigen platenmaatschappijen uit de grond stampt. The Esquires is de voornaamste hitmaker op het Bunky-label. Fran Oliver maakt gebruik van hetzelfde combo als The Esquires en klinkt, evenals singles van The Esquires, vrij rauw en ongepolijst. 'Tomorrow May Not Come' heeft veel weg van 'Listen To Me', de b-kant van 'Get On Up' vn The Esquires. Fran klinkt nergens zo funky als wanneer ze de coupletten 'vertelt'. De muzikale begeleiding heeft een hoog garagerock-gehalte en in de tegenwoordige tijd was vast 'autotune' toegepast op de harmoniezang in de refreintjes. Een rauwe funky plaat en eentje die andermaal verklaart waarom ik zo dol ben op muziek uit de 'windy city'. Dit is soul die leeft!

* George Perkins- Baby You Saved Me (US, Soul Power, 1972)
Ik ben in 2010 net een week of misschien twee aan de slag met Soul-xotica als ik een uitnodiging krijg om met een collega een ritje langs kringloopwinkels te maken. Ik ben dan net voor twee uren per dag begonnen op de sociale werkvoorziening nadat ik bijna een jaar uit de roulatie ben geweest. Ik ken haar nog van een paar jaar ervoor als we samen erg actief zijn binnen de SP in Steenwijk. Door haar kom ik voor het eerst in de kringloop in Ruinerwold en doen we ook Dieverbrug aan. Op dat laatste adres koop ik een single van George Perkins & The Silver Stars: 'Crying In The Strets op het Silver Fox-label. Er is 'iets' dat me meteen boeit aan de plaat. Het zit tussen een 'Vietnam-disc' en gospel in. Het nummer komt over als een protestmars. Tot mijn grote verrassing ontdek ik dat George Perkins méér heeft gedaan dan dit dreigende nummer. Hij heeft zelfs een paar funky dingen op zijn naam staan, maar op deze single op Soul Power is het pure Southern Soul. Ik kies 'Baby You Saved Me' als a-kant, maar eigenlijk zijn beide kanten even goed.

* Charles Smith & Jeff Cooper- Glad To Be Home (US, Seventy-Seven, 1972)
Op het label staat een moeilijk leesbaar stempel waarvan 'Paramaribo' het meest herkenbaar is. Toch is het een 'lokale' Amerikaanse Seventy-Seven uitgave. De landelijke persingen hebben meerkleurige labels en deze is gewoon geel. In geval van 'You've Been Gone Too Long' van Ann Sexton heb je nu goud in handen, maar deze single van de heren Smith en Cooper is immer zonnig geprijsd. Beide kanten passen naadloos in de 'Suri-soul' en dat zal ook het Paramaribo-stempel verklaren. De eerste eigenaar heet R. Hennep. Maar goed... de muziek. Beide kanten zijn op zichzelf inwisselbaar. De eigenlijke a-kant is 'My Great Loss (Ashes To Ashes)'. Denk aan 'I'd Rather Go Blind' en je zit in de goede richting. De b-kant is echter een 'Vietnam-disc' en wint daardoor in aanzien bij mij. Charles Smith vertelt over een gesprek dat hij heeft gehad met een soldaat die juist is teruggekeerd uit Vietnam. Wie dit kleine 'genre' een beetje kent, weet wel wat het verhaal gaat opleveren en toch is het weer ouderwets genieten. Een toppertje!

* Joe Tex- The Only Way I Know To Love You (US, Dial, 1970)
Niet geheel smetteloos maar beduidend beter dan gisteren op de andere draaitafel. Conclusie: Ik zal straks een nieuwe naald bestellen. Van Joe Tex heb ik tot nu toe alleen maar uptempo stampers als 'C.C. Rider' en 'Go Home And Do It', om nog te zwijgen over 'Ain't Gonna Bump No More' en 'Who Gave Birth To The Funk'. De ballad-kant is minder bekend bij mij, maar dit kan wel eens hetzelfde effect krijgen als Betty Wright. Dit nummer is gewoon onweerstaanbaar en Tex doet het zeer overtuigend, hoewel hij een beetje overdreven 'rauw' probeert te doen tegen het einde. Het zij hem vergeven!

* Mary Wells- Two Lovers History (US, Jubilee, 1968)
Het is best eigenaardig dat ik pas in 2016 kennis heb genomen middels een Engelsman van iets dat jaren geleden heeft gespeeld in Nederland. Ik schat in dat de interesse in Suri-soul momenteel te verwaarlozen is in Nederland, maar in Londen is nog een zeer actieve Carib-soul-crew actief. Mary en Cecil Womack hebben zich in 1968 ontfermd over de vroegere Motown-ster (van 'My Guy'). 'The Doctor' is zeker geen slecht nummer, maar het is voor mij een beetje een standaard-jaren zestig-souldeuntje. Ik heb de plaat vooral gekocht omdat de b-kant wordt aangeprezen door Mark als een 'Carib-soul-klassieker'. 'Two Lovers History' is qua tempo een paar forse stappen terug van 'The Doctor' en 'My Guy', maar het is een jas die Wells uitstekend past! En zo stappen we steeds verder van de Northern Soul vandaan en bouw ik stiekem door aan een Carib-soul-set.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten