maandag 16 maart 2015

Raddraaien: Barry White



De kater komt meestal later en het ontwaken uit 'De dolle roes' zal vast hetzelfde zijn. Terri Bryant heeft tijden bovenaan mijn zoeklijst gestaan in combinatie met een ander plaatje. Die tweede is, bij mijn weten, in de laatste drie jaar slechts eenmaal aangeboden. Het intypen van de groepsnaam is dan ook een routine geworden op Ebay. Welnu: Mijn maat uit Chicago heeft sinds gisteren een exemplaar in een veiling die komende zondag afloopt. Dat zou zomaar kunnen betekenen dat ik binnen een maand mijn zoeklijst kan herzien. Er staan nog een paar niet-realistische platen op de lijst, singles die al snel 800 euro ('If You Love Me' van Monique) tot een paar duizend ('Bring Your Fine Self Home' van The Soulettes) moeten gaan kosten en waarbij ik hoop op een toekomstige heruitgave. Ik zit dus nog steeds in een roes. Gelukkig hoef ik voor het Raddraaien niet ver te lopen, want dit plaatje brengt me onmiddellijk terug in België. Deze heb ik namelijk tijdens mijn fietsvakantie in 2010 in Sint Niklaas gekocht. De Raddraaier is 'It's Ecstasy When You Lay Down Next To Me' van Barry White (1977)

Iedereen weet waar hij of zij was op het moment van de aanslag op de Twin Towers. Net zoals iedere Amerikaan van 52 jaar of ouder het moment weet te herinneren wanneer John F. Kennedy wordt vermoord. Hoe zit het met het moment waarop de wereld kennis neemt van het overlijden van Barry White? Ik weet het meteen te herinneren. Ik hielp in Deventer bij het opbouwen van PlugPlantsoenPop, een openluchtfestival ter afsluiting van 'Deventer Op Stelten'. Ik was hier in 2002 middels Da Skoda's terecht gekomen en dat is me dermate goed bevallen dat ik op vrijdag 4 juli 2003 afreis naar Deventer om nu het hele festival mee te maken. Hoewel ik in 2003 al wel mijn huisje in Steenwijk heb, is het de laatste 'zwervende' zomer en dus vind ik het helemaal niet erg om in mijn slaapzakje op een podium te moeten liggen. Het is bovendien, qua weer, een fantastisch weekend. Als ik zaterdagmorgen wakker word, hoor ik het bericht over Barry White op het nieuws. Dat is in eerste instantie weinig respect. Ik schiet een ieder aan om het trieste nieuws te brengen dat Barry White morgen niet kan optreden. Bijna twaalf jaar later schaam ik me best een beetje voor dat gedrag, want Barry is een legende. Punt uit!

Barry Eugene Carter. Met die naam wordt Barry op 12 september 1944 geboren in Galveston, Texas. Hij heeft alleen een broer van dertien maanden jonger. Net zo goed als dat het niet voor te stellen is dat ik als peuter spierwit haar had, klinkt het even onwaarschijnlijk dat de jonge Barry aanvankelijk een piepstemmetje heeft. Het schijnt toch echt zo te zijn geweest. Zijn moeder moet huilen als Barry in de puberteit de baard in de keel krijgt. Hij groeit op in South Central Los Angeles, één van de onveiligste plekken ter wereld. De broers zijn al jong lid van straatbendes en Darryl komt in een gevecht met een andere bende. Barry wordt opgepakt voor de diefstal van autobanden voor Cadillacs. De handel heeft een waarde van 30.000 dollar. Wikipedia zegt dat White dan zeventien jaar oud is, maar dat kan niet kloppen, want in 1960 is hij alweer op vrije voeten. Hij is waarschijnlijk in 1960 vrij gekomen, want in het gevang hoort hij 'It's Now Or Never' van Elvis Presley en hij neemt die boodschap aan en keert de criminaliteit de rug toe. Barry heeft in 1956 al piano gespeeld op een liedje van Jesse Belvin, de muziek is eveneens zijn toevluchtsoord als hij vrij wordt gelaten. Hij sluit zich aan bij enkele zanggroepen, waaronder The Upfronts. Met hen maakt Barry in 1960 de single 'Too Far To Turn Around'. Hij maakt in de vroege jaren zestig enkele solo-singles die slecht verkopen en White raakt ervan overtuigd dat hij 'geen goede zanger' is.

Hij ontmoet Bob Keane, eigenaar van Del-Fi Records en ontdekker van Ritchie Valens, en White neemt een baantje als A&R-manager. Hij werkt in die hoedanigheid met een jonge Viola Wills en The Bobby Fuller Four (van 'I Fought The Law'). Daarnaast schrijft hij liedjes, arrangeert ze en speelt mee op platen van artiesten en groepen op Del-Fi. Zijn eerste échte productie is 'I Feel Love Comin' On' van Felice Taylor (1967). In 1971 gaat White aan de slag met de zus van Felice Taylor en twee andere meiden. Ze noemen zich Love Unlimited en Barry is wederom op meerdere aspecten actief. Love Unlimited is een antwoord op The Supremes, maar toch staan de platenmaatschappijen niet in de rij. Een welvarend industrieel, Larry Nunes, bekostigt de opnames van het eerste album en brengt het onder bij Russ Regan. Deze staat dan aan het hoofd van Uni, een onderdeel van MCA. De single 'Walking In The Rain With The One I Love' en het debuutalbum zijn beide grote successen, maar Regan verlaat Uni voor 20th Century en White kan bij Uni geen vertrouwen maar winnen. In 1973 stapt hij over naar 20th Century en gaat de studio in om een paar demo's op te nemen van liedjes die door een andere zanger moeten worden geïnterpreteerd. Larry Nunes hoort de opnames en is enthousiast. Het kost hem dagen, maar aan hem hebben we te danken dat Barry White nu een bekende zanger is. White wil zelf niet meer in de buurt komen van de microfoon.

In 1973 verschijnt Barry White's solo-debuut op 33 toeren: 'I've Got So Much To Give'. Intussen houdt hij Love Unlimited op het spoor en formeert in 1974 een 40-mensen-sterk orkest met de naam Love Unlimited Orchestra. Voor de volgende drie jaar domineert White zowel solo als met deze groepen de hitlijsten. In 1979 zegt hij 20th Century vaarwel en begint zijn eigen Unlimited Gold-label, maar alleen 'I'm So Glad That I'm A Woman' van Love Unlimited (1981) zal een hit van formaat opleveren. In 1983 stopt Love Unlimited Orchestra met het uitbrengen van eigen platen, maar is steevast te horen op toekomstige platen van haar mentor. Barry is in 1990 te horen op 'The Secret Garden' van Quincy Jones en brengt gedurende het decennium een paar cd's uit. In 1996 zingt hij 'In Your Wildest Dreams' in duet met Tina Turner. Barry White, 'The Walrus Of Love', lijdt het meeste van zijn leven aan overgewicht en dit heeft bijgedragen in de complicaties die hij in het begin van de eeuw oploopt. Hij wacht op een niertransplantatie als hij een beroerte krijgt. Een paar weken later overlijdt hij. Vrijdag 4 juli 2003, precies 29 jaar nadat hij het ja-woord heeft gegeven aan zijn weduwe, Giodean James.

Ik wil anno 2010 nog niet echt aan Barry White, maar heb begrepen van vrienden dat Barry bij vlagen erg goede dingen heeft uitgebracht. 'It's Ecstasy When You Lay Down Next To Me' is wat dat betreft een wilde gok. Het is een titel die ik niet ken. Het blijkt meer van hetzelfde te zijn en sindsdien staat het gewoon in de jaren zeventig-bak. Het bereikt in Amerika een vierde plek op de Billboard en eindigt bovenaan de R&B. Terloops ontdek ik dat de plaat volop is gesampled in 'Rock DJ' van Robbie Williams. Toch nog maar eens opzetten dan?

zondag 15 maart 2015

De dolle roes (3): tussen droom en nachtmerrie



Omdat de Schijf van 5 er over twee weken alweer 'uit ligt' vanwege de Blauwe Bak Top 40, heb ik besloten de serie in april weer op te pakken. Of dan te beslissen om het even op de lange baan te schuiven. 'Even snel' een Schijf samenstellen is niet de bedoeling van de rubriek en de praktijk wijst uit dat ik het tegenwoordig iets te druk heb om al dagen over de Schijf na te denken. We hebben in drie jaar natuurlijk ook al heel wat dingen bij het hoofd gehad. Dan besluit ik vandaag liever 'De dolle roes', het verhaal van een wilde week in België. We zijn aanbeland bij de donderdagmiddag. Het Textielmuseum is de laatste bezienswaardigheid in Gent, want ik moet 'zo nodig' ook naar Sint Niklaas. Dat daar niet alles op rolletjes loopt, is een koekje van eigen deeg. Als ik dit opnieuw had kunnen doen, was ik twee nachten langer in Gent gebleven, maar aan 'verstandig doen' doe ik niet in maart 2005. Ik eet buiten op een bankje mijn lunch op en stap vervolgens op de bus naar het station. Ik pak in de eerste de beste coupé meteen de eerste bank, gooi mijn rugtas in het bagagerek en ga zitten. Ik heb nog een hapje overgehouden van de lunch en daar zet ik mijn tanden in.

Ik word geobserveerd en het is pas na mijn broodje dat ik het goed en wel begrijp. Tegenover me zit een erg leuk meisje. Als ik een snoepje uit mijn broekzak haal, zie ik haar kijken, maar proef ook shagresten aan het kleverige snoepje. Gemiste kans: Ik kan haar niks aanbieden. We blijven elkaar stiekem beloeren en ik neem me voor om na het station van Lokeren een praatje aan te knopen. De trein stopt in die plaats. Ze knikt me nog eenmaal toe en verdwijnt uit mijn gezichtsveld. Ik wil haar nog achteraan, maar hou me in. 'Gemiste kans deel 1'. In Sint Niklaas kan ik merken dat ik meer landinwaarts ben. Een groot contrast met Nederland. Daar is het op donderdag 10 maart 2005 de koudste dag van het jaar met een gevoelstemperatuur van -8. In Sint Niklaas is het lente en kan de jas open. Ik zeil neer in Den Denker, mijn huiskamer voor de komende 36 uur. 's Avonds leer ik het album 'Free The Bees' van The Bees kennen, inmiddels een van mijn favoriete albums. Natuurlijk reken ik weer op slaapplek en regel het ook nog! Ik word die avond echter ook gewaarschuwd. Het is een nationale studenten-feestdag de volgende dag en studenten halen allerhande 'kattenkwaad' uit gedurende deze dag. Het kan dus zomaar gebeuren dat je onder de verf of de yoghurt wordt gespoten. Gezien ik een héle dure wollen mantel draag, zit ik daar niet op te wachten en dus mijd ik die dag de straat zoveel mogelijk. Ik probeer in contact te komen met Jan, die me na afloop van het concert van Fursaxa in Belsele onderdak heeft verschaft. Geen succes. 's Avonds kijk ik even in 'T Ey' in Belsele en dat is evenmin een succes. Verder zit ik te tanken in Den Denker en ik verbeeld me niet dat ik steeds minder populair word in deze nering. Alsof ze de bui zien hangen. En, jawel, het is vroeg in de ochtend als het licht aan gaat en de straalbezopen gast opnieuw om slaapplek bedelt. Ik krijg het niet en dat is geheel terecht!

Zo sta ik buiten in de kou zonder een slaapzak of een deken en, niet te vergeten, zo lam als een deur. Tegen beter weten in probeer ik iets te slapen onder een afdak van een supermarkt, maar weet ook het risico dat ik daarmee loop. Het is niet alleen stervenskoud, bovendien heb ik geen geldig paspoort op zak. Bij Hotel Flandria heb ik datum bedekt met mijn duim en bij 'Geertje Heinkens' hebben ze niet naar legitimatie gevraagd. Het paspoort is twee jaar verlopen... Ik sta weer op en loop maar wat rondjes, maar mijn lichaam schreeuwt om slaap. Ik wandel naar het station en drink daar een stevige bak koffie, maar mijn lichaam wil het niet. Dan maar op de trein naar Antwerpen en mezelf dwingen wakker te blijven. Muziek smaakt me niet, eten evenmin en lezen wil niet. In Berchem wederom op de langzame trein naar Hasselt. Ik knikkebol zo nu en dan, maar van slapen komt het niet. Ik ben een uur voor officiële opening van het K(-RAA-)K3-festival in Hasselt. Buiten ontmoet ik mijn Zweedse vrienden van Träd, Gras Och Stenar. Na een babbeltje mogen zij naar binnen, wij moeten wachten. Eenmaal binnen zweef ik tussen slaap, droom en nachtmerrie. K(-RAA-)K3 is een festival zonder hokjesgeest en heeft een aantal 'unieke' namen op het programma. Eén daarvan is Caroliner Rainbow, een psychedelische noise-show uit Amerika dat buiten dit festival twee dagen geleden in Nieuwleusen heeft gespeeld. Ik kan de kleurrijke drukte niet aan en slaap op een bepaald moment bijna. Toch moet ik wakker blijven...

De hoogtepunten van K(-RAA-)K3? Tja, ik begin pas vroeg op de avond weer iets te 'leven' als ik over een 'dieptepunt' heen ben. Smegma is eigenwijs, maar ik 'snap' het niet. Eerder die dag heb ik kennis gemaakt met het Antwerpse Dirk Freenoise en daarmee ontdek ik ook de prul-noise. De voormalige Finse King Crimson-coverband, een instrumentaal trio, vind ik erg goed. Träd, Gras Och Stenar is fantastisch! Six Organs Of Admittance een regelrechte teleurstelling. De laatste heeft de meeste speeltijd van allemaal, maar vertrekt na een kwartier van het podium. Ik heb nog nooit zo hard 'BOE' geroepen. Ditmaal is de slaapplek wel beter geregeld. Op een bepaald tijdstip, aan het einde van het festival, dienen de logees te verzamelen op een punt. We komen weer in het kraakpand, maar nu op matrassen met dekens op de vloer. Met slapen heb ik geen moeite. Ik word wakker als de vriend van vorige week naast mij zijn spullen inpakt. De liederlijk dronken Gentse dames zijn ook even wakker. Ik krijg een beetje 'sjans' met de ene. Ze twijfelt of ze nog even wil slapen of de eerste trein terug wil pakken. We worden het eens dat we nog even gaan slapen. Als ik wakker word, is ze vertrokken. 'Gemiste kans deel 2'. Rond het middaguur is het kraakpand uitgestorven. Ik laat bij wijze van dank mijn laatste gebrande exemplaar van de Träd, Gras Och Stenar-cd achter in het pand en ga met een Nederlands koppel Hasselt in. We komen terecht in een kroegje waar ik vorige week ben geweest. Vandaag vieren ze daar Internationale Vrouwendag, hoewel het niet de officiële dag is. Ik drink een paar met het stel en dan gaan die op de trein terug. Ik weet niet waarom, maar ik wil blijven. Na een maaltijd in de stad, eens wat anders dan de traditionele friet, probeer ik nog eenmaal in het kraakpand te komen. Geen succes. Ik wandel terug naar de kroeg met Vrouwendag-feest. De vrouwelijke dj draait erg leuke muziek en als daar het doek valt, ga ik op advies van iemand naar 'het laatste café'. Eentje waar ze absinthe verkopen, maar dat mag niet hardop gezegd worden. Tot mijn grote teleurstelling is de laatste ronde daar al geweest en zijn ze zo verstandig om daar geen absinthe bij in te gieten. Ik dwaal nog wat rond door Hasselt, nog eenmaal nul op het rekest bij het kraakpand en dan zet ik koers naar het station.

Ik pak de vroegste trein naar Antwerpen en moet daar even 'overnachten' in de restauratie om de eerste trein naar Nederland te pakken. Rond het middaguur ben ik terug in Steenwijk. Met slapen heb ik uiteraard geen moeite. Het is een wilde, dwaze, week geweest die achteraf gezien precies een maand uitkering heeft gekost. Op een cd van Fursaxa en een plaat van Daniëlle Lemaire na zijn er geen tastbare herinneringen: De rest is opgegaan aan bourgondisch leven en drank. Zullen we dat laatste nu eens zat zijn? Nee, allesbehalve... Volgende maand word ik dertig en dat zal het begin van het einde zijn...

zaterdag 14 maart 2015

Week Spot 2012/11: The Belles



Plots is de druk van de ketel verdwenen voor wat betreft het 'Raddraaien' en dan krijg ik opeens het idee om 'De dolle roes' te doen. Hierdoor blijft een broodnodige 'Van hit naar her' op de plank liggen en vergeet ik bijna de terugblik op de Week Spot van drie jaar geleden. Omdat dit een vast onderdeel is geworden van mijn show 'Do The 45' word ik hier vanmiddag aan herinnerd. Morgen zou ik, volgens de wet, dan toch eens de 'gouden' Schijf van 5 moeten doen, dus waarschijnlijk sluit ik maandag 'De dolle roes' af. Drie jaar geleden besef ik me opeens dat het nu wel de hoogste tijd wordt om eens te verkassen. Ik heb reeds twee-en-een-halve maand de sleutels van het huis in Nijeveen, de vloerbedekking is een paar weken geleden gelegd en de meeste winter lijkt ook wel voorbij te zijn. Het is evenwel in de weken ervoor dat ik kennis maak met 'Don't Pretend' van The Belles en, zoals het in die tijd gaat, kijk ik 's avonds op Ebay en koop de eerste de beste single. Dat is de laatste single uit een box welke in 1998 door Goldmine op de markt wordt gebracht ter nagedachtenis aan The Casino in het Engelse Wigan. In de week dat ik naar Nijeveen verhuis, is dit de Week Spot.

Ja, ik weet nog precies waar en wanneer. Het is een grijze donderdag. Ik fiets naar Meppel, maar weet niet meer waarvoor. Waarschijnlijk nog steeds de oriëntatie op het gebied van de woninginrichting? Dat zal het wel zijn. De heenweg ben ik bijna bij de kruising van Nijeveense- en Kolderveense Bovenboer en ik val bijna van mijn fiets van enthousiasme. Terug fiets ik 'binnendoor' (eigenlijk een stukje om, maar wel een mooiere route) en dan fiets ik bijna de sloot in als 'dat nummer' weer voorbij komt. Ik kan het me nog steeds voor de geest halen als ik de plaat hoor. Hierbij kun je gewoon niet stil zitten. Het is tevens de laatste dag zonder de sigaret voor mij. Het gebrek aan nicotine maakt dat ik zéér onrustig slaap waardoor ik overdag als brandhout ben. Dat is niet bevorderlijk voor het verhuizen en dus begin ik 'maar weer even'. De rest is geschiedenis. Door de veelvoud aan radio-uitzendingen heb ik de asbak maar weer standaard in de woonkamer gezet. Een concessie waaraan ik niet had moeten beginnen, misschien dat de verbouwing een 'nieuwe start' kan worden?

De Wigan Casino-box van Goldmine is in 1998 feitelijk de start van de herwaardering van de Northern Soul. The Casino is in 1981 gesloten en daarmee komt meteen ook een einde aan Northern Soul als zijnde 'mainstream'. De speellijsten worden 'progressiever' na 1981 en voorzichtig worden disco- en boogie-nummers toegelaten. Northern Soul wordt steeds meer een cultuurtje dat zich afzet tegen de 'gevestigde' Northern Soul-kliek. Die laatste groep laat pas in 1998 weer iets van zich horen. Deze box van tien singles is essentieel voor iedereen die de originele platen niet heeft: Twintig winnaars uit de Northern Soul tot en met 1981. Hoewel... het is nog een wonder dat The Belles is toegelaten. Simon Soussan, 'The Frenchman', brengt 'Don't Pretend' in 1975 uit op zijn Soul Fox-label. Opeens is de zéér exclusieve single voor iedereen bereikbaar en dat heeft als resultaat dat die in de grote Northern Soul-clubs van de lijst wordt gesmeten. De plaat is al eerder in Engeland verschenen op President, maar deze is in 1975 al behoorlijk schaars. Een jaar later brengt Contempo een stevige opname uit. Op de keerzijde van de Goldmine-uitgave uit 1998 staat overigens 'Say It Isn't So' van Betty Boo. Niet te verwarren met de jaren tachtig-zangeres, 'Say It Isn't So' is vooral rond 1979 erg populair in Wigan.

Soussan heeft een verschrikkelijk negatieve naam in de Northern Soul. Hij weet namelijk 'cover-ups' te identificeren en heeft in Amerika een adresje waar hij platen kan persen. Soussan krijgt echter ook al snel toegang tot de archieven van Mirwood Records. Omdat de dansers instrumentale versies prefereren, mixt Soussan de vocalen op de achtergrond en presenteert deze als The Soul Fox Strings. Hij komt daarbij ook verschillende opnames tegen waar hij moet gokken en waarmee hij erg veel verwarring saait. Ik heb het eind 2013 hier al eens gehad over 'Let Me Do It' dat door hem wordt toegeschreven aan The Belles, maar in werkelijkheid een onuitgebracht nummer van The Mirettes is. Het is uiteindelijk het kwaliteitslabel Kent dat in de nieuwe eeuw het échte verhaal weet te vertellen. En, niet te vergeten, Sherlie Matthews. Zij heeft 'Don't Pretend' geschreven en is in alle gevallen genoteerd als zijnde lid van The Belles. Wie zijn The Belles nu precies?

Hun contract bij Mirwood vermeldt de namen van Sherlie Matthews, Debra Dion, Rose Mary Bailey en Patricia McElroy. Alleen Sherlie is betrokken bij de opnames van The Belles. De overige twee officiële leden hebben elk een lopend contract bij een andere platenmaatschappij en vandaar dat Mirwood Dion, Bailey en McElroy in het verhaal betrekt. De twee resterende Belles zijn niemand minder dan de zussen Brenda en Patrice Holloway. Beide staan ze onder contract bij Motown, maar zingen desondanks vol overtuiging op deze plaat van Mirwood. Er zijn drie officiële opnames van The Belles: 'Don't Pretend', oorspronkelijke b-kant 'Words Can't Explain' en 'Cupid's Got A Hold On Me'. Die laatste wordt in die tijd niet uitgebracht, maar verschijnt decennia later op een Kent-compilatie. 'Let Me Do It' is zo gezegd van The Mirettes, maar is wel geschreven door Matthews. Matthews is in de eerste plaats als schrijver aangenomen bij Mirwood en zingt op talloze opnames die in de studio worden gemaakt. Matthews en de gezusters Holloway zijn eveneens te horen op een album van Bill Cosby. In 1967 verhuist Sherlie Matthews naar Motown en zal in de decennia daarna met een keur aan artiesten werken. Al met al heeft ze maar liefst 500 liedjes op haar naam staan.

In de midden jaren zeventig verschijnt opeens een single van Sherlie Matthews waarbij getwijfeld of het wel Sherlie Matthews is. Ze weet het zelf nog vaag te herinneren. De Holloway's zijn andermaal van de partij maar omdat de snelheid van de track is opgevoerd, klinkt het niet als Sherlie en weet ze zelf niet goed of zij de 'lead' heeft gezongen of Patrice Holloway. Het Belles-verhaal eindigt in 2005 als Matthews andermaal een groep met die naam formeert. De overige leden zijn dan Marva Holliday (van de Blauwe Bak-favoriet 'Risin' Higher') en Jim 'Swing Your Daddy' Gilstrap. Er worden geen opnames meer gemaakt. Matthews heeft het bijna vijftig jaar na haar werk bij Mirwood nog steeds 'gezellig druk' en schrijft ook nog steeds liedjes. Aan haar dagindeling te zien, kan ze zich een huishoudster veroorloven of het moet een flinke troep zijn in huize Matthews...

vrijdag 13 maart 2015

De dolle roes (2): Gents genieten



De naam is me de laatste 24 uur door het hoofd gevlogen, maar ik kan hem maar niet te pakken krijgen. Ach, het is ook maar een detail. Buiten de muzikale voorkeur om hebben we erg weinig gemeen en het contact zal ook niet langer duren dan deze ene week. 'Milord' is zo gezegd de enige tent waar we nog binnen komen en dan komt het goed van pas wanneer je in gezelschap bent van nóg een jongeman. Als één van het duo dan ook nog een leren broek draagt, ik dus, dan heb je de honderd punten te pakken in 'Milord'. Ze vieren daar trouwens het carnaval met Songfestival-liedjes uit vervlogen tijden. Wij doden vooral onze tijd daar. Het kraakpand komen we niet meer in en mijn compaan heeft besloten de eerstvolgende trein naar huis te pakken. Het is al licht als we de 'Milord' uit komen. Als aan de bar blijkt dat we geen 'koppel' zijn, krijg ik spontaan een oneerbaar voorstel van een gast. Ik bedank hem vriendelijk en wij smeren hem. Ik twijfel tussen Brussel of Antwerpen. ,,Ik zou Antwerpen nemen", zegt de festival-vriend. Ik dwaal nog even eenzaam door Hasselt en ontbijt met warme koffiekoeken uit een ambachtelijke bakkerij. Dan pak ik de trein naar Antwerpen.

Even het plaatje compleet maken? Ik ben na een wilde vrijdagavond op zaterdagmiddag 'voorzichtig' begonnen met een paar speciaalbiertjes. Vervolgens een flinke lading pils op het festival. Ik ben sinds zaterdagmorgen half negen wakker en ben dus doodop. Ik probeer in alle macht wakker te blijven in de trein, maar dat valt me zwaar. Op Berchem stap ik over op de trein naar het centrum van Antwerpen. Eenmaal buiten het station, het is koud, voel ik mijn blaas. Omdat ik een jaar eerder in Rotterdam een boete heb gehad voor wildplassen, been ik snel het centrum in op zoek naar een tentje voor koffie en toiletbezoek. Het wordt iets met 'Rembrandt'. Ik ledig mijn blaas en drink ettelijke koppen koffie, maar dan wordt het drukker in de zaak en de overige klanten gaan ook al snel aan de borreltjes. Ik gooi er, hup, nog maar een paar Palmkes er tegenaan. Dat kan er ook nog wel bij. De zoektocht naar de jeugdherberg van Antwerpen is vruchteloos. Hij blijkt kilometers buiten het centrum te zitten en het is ook maar de vraag of deze in maart al open is. ,,In Gent is die vast wel open", hoor ik iemand zeggen en zo ben ik alweer onderweg naar het station. Iemand heeft me ooit een fabel verteld over hoe duur het leven in Gent is. Ik durf niet naar de bussen te kijken en besluit naar het centrum te lopen. Dat is een heel eind en met de stap hunker ik meer naar een bed. Ik doe snel een (fris) drankje bij een kroeg aan de rand van het centrum en dan op naar de jeugdherberg. Die zit vol! Het valt me meteen op dat verder alles gesloten is in Gent op zondag. De toeristeninformatie is gelukkig wel open en als ik mijn wensen kenbaar maak, word ik naar het Flandria-hotel gestuurd. Daar boek ik voor een nacht, doe eerst een schoonheidsslaapje, eet friet bij een kot in de stad en ga daarna meteen weer slapen. Toch weet ik dat ik hier niet lang wil blijven en dus sta ik maandagochtend alweer bij de toeristeninfo.

Slechts 3 euro duurder per nacht en wat een verschil... Een bed & breakfast op loopafstand van het centrum, maar nét ver genoeg om hinder te hebben van de stad. Een kamer met een tweepersoonsbed, een fonteintje en een televisie die ik niet aan de praat kan krijgen. De douches zijn gedeeld met de andere kamers. 's Middags stap ik op de trein om weer eens in Sint Niklaas in Den Denker te kijken, de kroeg waar ik een half jaar eerder heb 'gewoond' na het concert van Fursaxa in Belsele. Het is, geloof ik, best gezellig. De volgende dag, dinsdag, lees ik 'Vang Me Als Ik Val' uit en begin meteen opnieuw. Het boek, de muziek van de afgelopen dagen en het feit dat ik Gent erg op York vind lijken, maakt dat ik een opvallende melancholieke staat terecht kom. Via een foldertje heb ik kennis gemaakt met de museum-kaart van Gent. Gedurende drie dagen heb je gratis entree op vertoon van deze kaart. Je moet er wel tegenaan jagen om de prijs eruit te halen, maar dat is wat anders. Ik begin 's middags in het SMAK. Ik ben vooral onder de indruk van het werk van de Ierse kunstenares Orla Barry. Haar 'Blue Volumes', de plakboeken vol losse quotes en gevonden voorwerpen, maar ook haar korte films sluiten geheel aan op mijn gemoedstoestand. Ik wil naar nóg een museum in de buurt, maar dat is gesloten vanwege verbouwing. Ik zoek een kroegje op voor koffie en alsof de duivel ermee speelt: Ik maak hier kennis met Davina, een transseksueel, en ja hoor... de rest van de klandizie is ook heer en vandaar dat er geen dames-wc's zijn. Ik loop terug naar de stad, eet onderweg wederom friet, en ga terug naar de bed & breakfast. Niet voor lang, want daarna ga ik wederom naar 'Het Dambord', waar de muziek van vinyl komt en uitsluitend jazz wordt gedraaid.

Woensdag begin ik in het Design-museum, lunch in de stad en maak me dan op voor het museum dat hélemaal past in dit uitstapje: Het museum van Dr. Guislain. We hebben aan deze man de huidige psychische zorg te danken. Dr. Guislain probeert geesteszieken te helpen in plaats van ze op te sluiten. Het museum is gevestigd in het gesticht van Gent en ik bots bijna tegen een patiënt aan in de gang. Het heeft een thema-tentoonstelling over de symboliek van het hart, maar zelf ben ik het meest geïnteresseerd in de ontwikkeling van de psychiatrische hulpverlening. Ik word op het laatst door een suppoost weggestuurd, ik ben echt de hele middag zoet geweest.

De volgende ochtend het afrondende museumbezoek en dan heb ik twee of drie euro verdiend aan de kortingskaart: Het textielmuseum. Ik lunch nog in Gent, maar heb mijn bagage al meegenomen uit de Bed & Breakfast. 'Geertje Heinkes' heet het en ik kan het een ieder aanraden! Het ontbijt is geen ochtend hetzelfde: Eén ochtend is het een vol Engels ontbijt, een andere morgen heeft ze flensjes gebakken. Ik ben de enige gast en zet op een bepaald moment de new age-cd af en stop 'Amulet' van Fursaxa erin. Dat kan de dame toch niet echt waarderen...

Waarom Godley & Creme boven dit bericht? Welnu, ik weet niet of ik het op de radio heb gehoord, maar die zondagmiddag tussen station en Hotel Flandria speelt dit nummer als een 'loop' in mijn hoofd. Het houdt me op de been, want ik ben afgepeigerd. Telkens als ik de plaat weer hoor, ben ik weer in Gent op die zondagmiddag. Mijn voeten doen zeer, mijn knieën protesteren en ik heb een kater, ook al weet ik me dat laatste steeds moeilijker te herinneren. Donderdagmiddag stap ik op de trein naar Sint Niklaas en daar begint het derde en laatste deel van 'De dolle roes'.

donderdag 12 maart 2015

De dolle roes (1): waar de meisjes zijn...



Ik heb hier al een paar maal op gespeeld in de afgelopen maanden en plotseling herinner ik me dat het nu dan precies tien jaar geleden is: De 'bizarre' week in België. Ik weet niet uit hoeveel delen deze serie gaat bestaan, maar één bericht wordt wel heel erg vol. Bovendien heb ik vanmorgen de opzet gemaakt voor de komende 15 weken 'The Vinyl Countdown - The 7" Collection' en dat gaat dus iets afwijken van het patroon van Raddraaien. De druk is ineens van de ketel, hoewel ik de serie nog wel deze maand ga besluiten. Ik heb eind vorig jaar twee berichten geplaatst: Eentje over 'het bliksembezoek' aan Belsele ten behoeve van het concert van Fursaxa en later een bericht over mijn dj-werk bij 'Classics'. Neem deze twee verhalen en dan krijg je dit vervolg. In december 2004 concludeert de Sociale Dienst in Steenwijk dat het me twee jaar lang té weinig heeft uitbetaald. Dit is gemiddeld honderd euro per maand, het fluctueert nogal, maar dat levert een zeer welkom 'zakcentje' op. De apocalyps van de 'rijkdom' is wellicht de week in België. Als ik later aan de hand van bankafschriften uitreken wat het me gekost heeft? Precies één maand uitkering! Leven als God in België en bij vlagen heel erg bourgondisch. Ik wil jullie in deze korte serie aan de hand nemen en door een onvergetelijke week heen loodsen. Ik begin bij het eerste weekend: 4 en 5 maart 2005.

In 2005 manifesteren bands en artiesten zich nog middels Myspace. Een klein muziekspelertje rechtsboven geeft je drie kansen om kennis te maken met de artiest en als je mazzel hebt, kun je het zelfs downloaden. De impuls-aankoop van 'Mandrake' van Fursaxa heeft me op een heel nieuw spoor gezet. Ik spit regelmatig haar pagina na op onbekende namen. Praktisch alles wat ze noemt, is onbekend voor mij. Ze introduceert me tot Pearls Before Swine, een band die ik van één liedje ken ('Guardian Angel') en verder van naam. Spires That In The Sunset Rise heeft geen Myspace en ook geen muziek beschikbaar, dus die elpee moet ik op de wilde gok bestellen. Geen seconde spijt gehad, hoewel het best een beetje 'raar' is om het zachtjes uit te drukken. Een andere groep die ik aan Fursaxa heb te danken is Trad, Gras Och Stenar, een verhaal dat meteen mijn aandacht heeft. Oorspronkelijk opgericht in 1967 als Pärson Sound, noemt de band zich een jaar later Trad, Gras Och Stenar. De groep is mateloos populair op hippiefolk-festivals in Scandinavië en maakt een paar Zweedse elpees. In 1972 wordt de groep gedoopt tot International Harvester, maar omdat dit een merknaam is (van een auto), wordt de naam een jaar later ingekort tot Harvester. Na 1975 gaan de leden trouwen en aan het werk en sinds de eeuwwisseling zijn ze weer bijeen. Ze wachten in 2005 nog op het moment dat iedereen gepensioneerd is (en dat moet onderhand zo ver zijn) om de schade alsnog in te halen. Ik kom in contact met Trad, Gras Och Stenar op het moment dat bekend wordt dat de groep haar eerste optreden buiten Scandinavië zal geven op het 'K-RAA-K3'-festival in het Belgische Hasselt. Aan mij de eer om de groep verder aan de man/vrouw te brengen. Daar slaag ik anno 2005 niet in, maar de band is dankzij het Roadburn-festival in Tilburg al wel in Nederland te zien geweest.

Opeens zie ik een vakantie voor me: Op 4 en 5 maart vindt in Hasselt het 'Femmes'-festival plaats met onder andere Fursaxa en een week later 'K-RAA-K3' met Trad, Gras Och Stenar. Ook staat Ben Chasny's solo-project Six Organs Of Admittance op de poster van het laatste festival. De entreeprijzen zijn billijk, dus wat let me? De week vóór 'Femmes' is eentje die ik niet snel vergeet. De woensdag valt, vrij onverwacht, héél veel sneeuw in het noorden en westen van ons land. Gelukkig hoef ik pas vrijdag te reizen en mijd ik daarbij het westen. Door de zondagdienst van oktober 2004 weet ik lange tijd niet beter als dat via het oosten van het land de kortste weg naar België is. Tegenwoordig koers ik naar Rotterdam en stap over op de internationale trein. Een 'soundtrack' van de week is divers: Enerzijds heb ik minidiscs met singles uit de jaren zeventig en tachtig, anderzijds zou een meer progressieve hoek beter kleuren in de week. Ik ben door herhalende radio-reclames voor de nieuwe Nicci French, 'Vang Me Als Ik Val', nieuwsgierig geraakt en koop dit boek voor de reis naar België. Vreemd als het is... dit boek is ook onderdeel van de week geworden, misschien nog wel meer dan de minidiscs.

Ik vertrek 's middags om half twee vanuit Steenwijk en in Zwolle stap ik over op de stoptrein naar Roosendaal. Misschien heet het ding wel 'intercity', maar het stopt in iedere plaats met een station. Het valt op dat hoe zuidelijker ik kom hoe minder sneeuw er ligt. Eind 2005 krijgt het zuiden nog eens haar deel terwijl bij ons nagenoeg niets valt. In Roosendaal sneeuwt het iets, maar de hoeveelheid is 'pinda's' vergeleken bij de bergen in Steenwijk. In Roosendaal op de stoptrein naar Antwerpen-Berchem waar ik mijn aansluiting net mis. Jammer, want dat is de laatste 'snelle' trein naar Hasselt. Ik kom terecht in een 'tsjoek' die op ieder station stopt, ik ben dus nog eens twee uren onderweg. In Hasselt regent het, geen spoor van sneeuw. Gelukkig is KC België snel gevonden. Het is officieel nog niet open, maar ik mag naar binnen. Ik raak in gesprek met Fursaxa en ik mag van haar een opname maken van het concert! De avond begint met een kersverse ontdekking, maar eentje die ik mee naar huis neem: Daniëlle Lemaire. De lange reis heeft me moe gemaakt en ik wil niks anders dan even 'chillen'. De dames op 'Femmes' gunnen me dat niet. De muziek doet pijn, is angstaanjagend en onrustig van aard. Dan stapt een meisje met een akoestische gitaar het podium op en fluistert haar liedjes. Ik kom tot rust. Het meisje blijkt een heuse vrouw te zijn en haar naam is Samara Lubelski. Geen onbekende naam op Soul-xotica. De opname van Fursaxa lukt goed en ze doet op mijn verzoek een zwakke versie van 'Dragonflies Are Blue & Silver'. Hoogtepunt van het optreden is de 'workout' van 'Tall Trees In Georgia' van Buffy Sainte-Marie. Een ander hoogtepunt van de avond is Maskesmachien, een Antwerpse meiden groep met 'ne gast op bas', waarschijnlijk de enige heer op het podium tijdens 'Femmes'.

De enige echte afsluitende act van die eerste avond 'Femmes' is ook een meneer. Eentje die een groots drama opvoert omdat hij 'erop staat' dat de organisatoren van het festival een slaapverblijf voor hem regelen. Als ik veel heb gedronken, kan ik een erg vervelend heerschap worden en ik schaam me nog diep als ik terugdenk aan de stennis die ik heb geschopt. Ik kom evenwel terecht in een nabijgelegen kraakpand. Daar kan ik, in principe, ook de volgende nacht slapen, maar voor alle zekerheid neem ik mijn bagage mee. Erg verstandig, want van zaterdag op zondag zal ik het pand niet meer binnenkomen. Ik leer een andere logé kennen en hoewel we het meteen goed kunnen vinden, scheiden onze wegen in eerste instantie op zaterdagmorgen. 's Middags blijkt dat Hasselt carnaval heeft, weken na het Nederlandse carnaval. Je ontkomt er niet aan en ach... ik neem het ervan! De enige keer dat ik carnaval heb gevierd in mijn leven. De jas- en broekzakken vol met snoep en daarna tijd doden in een kroeg met speciaalbier en boek. Dan volgt de slotavond van 'Femmes'. Een beetje een 'wazige' avond waarvan ik alleen nog flitsen weet te herinneren. 's Middags ben ik die jongen uit het kraakpand in de stad tegengekomen bij het carnaval, 's avonds houden we contact nadat hij heeft gezegd dat we gewaarschuwd worden wanneer we naar het kraakpand kunnen. Als de zaal leeg is, moeten we concluderen dat we dat hebben gemist. Gelukkig is het carnaval en zijn de kroegen tot laat open. Toch is er eentje die nog open is en dat is de 'Milord'. Na een weekend tussen de meisjes zitten we plots tussen de mannen en daar besluit ik eerst het avontuur. Zou ook leuk zijn als me de naam van die jongen nog te binnen schiet, want het ligt op het puntje van mijn tong...

woensdag 11 maart 2015

Singles round-up: maart 2



Tussen het bericht van Ram Jam en de Week Spot van The Valdons zit een paar uren. Uren die ik heb besteed aan het luisteren naar een Wolfman-collega. Hij doet een show met jaren zeventig-muziek op de dinsdag en ik schaam me best een beetje dat ik het steeds 'vergeet'. Omdat ik heb aangeboden over drie weken voor hem in te vallen, moest ik onderhand wel eens weten wat hij precies doet in die show. Om 1 uur 'onze tijd' is het afgelopen en dan schrijf ik het bericht van de Week Spot en ga vervolgens door met wat ik al had beloofd: Het terugplaatsen van 'verloren' singles. Er wacht een bananendoos op me met singles die, volgens mij, al op de Rembrandtstraat in de desbetreffende doos zaten. Drie jaar geleden kwam ik in Nijeveen wonen en de maand daarop ben ik druk geweest met de platen opnieuw te rubriceren. Rond die tijd moet ook de bananendoos als 'volgend project' in de huiskamer beland zijn. Sinds vanmorgen is de doos, die al begon te scheuren, de oud papier-container in gegaan en staan de singles op de plek waar ze horen te staan. Daar doe ik een ontdekking die zó 'nieuw' aanvoelt dat ik hem toevoeg aan deze tweede Singles round-up van de maand.

* Contributors Of Soul- I Don't Know (US, New Miss, 1970)
Ik begin echter bij de drie singles die ik afgelopen vrijdag heb besteld bij Rarenorthernsoul. Ik zie deze single van Contributors Of Soul op een bepaald moment aan voor een nieuwe productie. Dat heeft enerzijds met de naam te maken, het zou wel passen bij een hedendaagse band met een specialisme in oude soul. Ook wordt deze single opeens op iedere straathoek aangeboden. Ik wil dan nog niet toegeven aan de 'crossover'-hobby, hoewel de plaat me wel in de verleiding heeft gebracht. Nu moest het er dan toch eens van komen. Een moderne plaat? Nee, allerminst. 'I Don't Know' is de eerste van drie singles van Contributors Of Soul. De plaat wordt een jaar of twee geleden opeens 'ontdekt'. De vraag is kleiner dan het aanbod en dus blijft de prijs over het algemeen laag. Mijn exemplaar heeft een stevige ruis, maar verder hoor je mij niet klagen. 'I Don't Know' ken ik inmiddels wel goed, de b-kant doet me de mond helemaal openvallen. 'Look What You Done For Me' maakt dat dit een uitstekende 'double-sider' is waarbij het moeilijk is om een keuze te maken. Ik respecteer de catalogusnummers en gebruik 'I Don't Know' als a-kant.

* Irene Reid- Dirty Old Man (US, Soulelujah!, 1967, re: 2014)
Dat geldt ook voor deze single, hoewel ik deze toch echt vanwege de andere kant heb gekocht. Irene Reid heeft mijn hart een paar jaar geleden gestolen, ik heb het nummer te danken aan een lid van 'mijn' Facebook-groep van soul-dj's. Het origineel op Old Town is niet superzeldzaam, maar blijkt wel erg gewild. Hij is me té funky voor de Northern Soul-hobby anno 2012 en dus laat ik het erbij zitten. In geval van deze persing, uitgebracht door het Amerikaanse Cultures Of Soul-label, kun je merken dat deze is gemaakt voor funk-dj's. Er zit een stuk bas bij het nummer in en dat is ontzettend jammer. Het maakt de opname dof en de gemiddelde vinyl-dj heeft wel een mixer om veel mooier en effectiever bas toe te voegen. Feitelijk is Irene Reid een bonus. Ik probeer te herinneren waar ik het van zou moeten kennen, feit is wel dat ik het nummer van haver tot gort ken. 'I Keep Forgettin' van Cuppy Records Studio Band is voor 2014 nooit uitgebracht en dus wijst het in de richting van een recente Engelse podcast. Of komt het toch uit een film of een reclame? Hoe dan ook: Cuppy Records Studio Band heeft een uurtje vrij en rammelen het Leiber/Stoller-nummer 'I Keep Forgettin' op de band. Het geeft een fantastisch 'lo-fi'-geluid en een stel muzikanten en zangers die blijkbaar de grootste lol hebben. Wie zeurt er nog over de bas in Irene Reid als je dit dankzij Cultures Of Soul op vinyl mag krijgen?

* Simtec & Wylie- Maggie May (UK, Mercury, 1972)
Eind juni 2000 maak ik de oversteek van De Bilt naar Steenwijk. Om duidelijker te zijn: Tuk. Vijf minuten lopen naar De Karre, twintig minuten terug. Ik kom in de kost bij iemand die ik via iemand in De Karre heb leren kennen. Hoezo, avontuur? Tot en met november 2000 is het best uit te houden, hij stopt zijn alcoholische hobby in die tijd en dat werkt erg prettig. Toen ik kennis met hem maakte, trok hij om half elf 's ochtends zijn eerste pijpje bier open. Vreemd als het is: Ik kom vanaf 1994 iedere zomer naar het Dicky Woodstock Popfestival en hang in de tussentijd ook nog wel eens een weekend in Tuk, maar Steenwijk is écht een 'onbekende stad' voor mij als ik in Tuk kom wonen. Het duurt enkele weken voordat ik een richtingsgevoel ontwikkel. In deze eerste weken ontdek ik op mijn snuffeltocht door Steenwijk een alleraardigst zaakje. Het Steenwijkerdiep moet ooit nog eens op de schop en dat heeft vijftien jaar later resultaat, maar in 2000 is het allemaal nog 'toekomstmuziek'. Er zullen een aantal huizen gesloopt moeten worden en eentje daarvan wordt tijdelijk benut als inbrengwinkel. Daar loop ik tegen een fantastische partij elpees aan, het meeste 'new old stock'. Ik vind daar onder andere 'Movements' van Johnny Harris. Een andere aanwinst is 'Gettin' Over The Hump' van Simtec & Wylie. Gekocht om de kleurige hoes die zou kunnen wijzen op psychedelica. Als het een soul-plaat betreft, zet ik hem aan de kant, maar in 2003 leer ik de plaat te waarderen. 'You Just Can't Win' is helaas alleen op elpee uitgebracht, die zou ik dolgraag nog eens als single willen zien. Deze single van Simtec & Wylie heeft een 'o ja'-gehalte. 'Maggie May' staat me bij als 'wel interessant', toch adverteert Rarenorthernsoul de plaat met de keerzijde: 'Is It Meant To Be'. Dat doet een beetje crossover aan, maar is bovenal nét even te lang met teveel herhaling op het eind. Deze Engelse Mercury-persing blijkt nog behoorlijk gewild te zijn, dat reflecteert zich niet in de verkoopprijs van dit exemplaar. En het is exact hetzelfde exemplaar als die in de illustratie, maar dan met een nieuw wit hoesje. De elpee is tegenwoordig gewild bij dj's vanwege de 'breakbeats', het duo wordt in 1971 door Mister Chaud (de Amerikaanse maatschappij) in de markt gezet als een nieuwe Sam & Dave.

En tenslotte...

* The Precisions- Why Girl (US, Drew, 1966)
'So hard to find', meent de Engelse verkoper op Discogs terwijl hij dertig pond vraagt. Het is me dan niet duidelijk of het de vinyl- of de styreen-persing is. Hij raakt hem voor die prijs wel kwijt, ook al is het een 'VG'. Het kan hem aan mij liggen, maar écht zeldzaam zou ik deze van The Precisions niet willen noemen. Gewild is die wel. Ik verlies keer op keer in veilingen, niet wetende dat de single twee meter vanaf mijn computer in een bananendoos ligt. En daar begint het denkwerk. Waar o waar heb ik deze single gekocht en wanneer? Het zou aannemelijk zijn als die uit de partij singles uit Meppel komt, dat waren veelal Amerikaanse persingen, maar dat is ook al de tijd (2008/2009) als ik op Northern Soul let en dan kan me deze niet zijn ontgaan. Als ik de overige singles in de bananendoos moet geloven, heb ik hem globaal ergens tussen 2000 en 2005 gekocht, waarschijnlijk nooit gedraaid want anders was de plaat me wel weer opgevallen. 'Why Girl' is een spijkerharde Detroit-productie met een Motown-achtige beat en een opvallende elektrische gitaar. Vocaal klinkt The Precisions als een minder gepolijste Smokey Robinson & The Miracles. Volgens Discogs is de plaat tegelijkertijd als vinyl en styreen verschenen. De mijne is op styreen. 'Why Girl' klinkt op en top, het ook niet onaardige b-kantje ('What I Want') heeft last van wat 'distortion', maar daar laat ik me niet door uit het veld slaan. Een mooie vinyl-versie kan altijd nog, hoewel ze zelden beneden de dertig euro over de toonbank gaan. Ik ben een gelukkig man!

dinsdag 10 maart 2015

Week Spot: The Valdons



Ik had wellicht deze plaat al bijna een jaar geleden kunnen presenteren, maar ik heb in eerste instantie een vooroordeel bij The Valdons. De beschrijving kan nog zo lovend zijn, het gegeven dat een jaren zeventig-band een paar nummers opnieuw heeft ingespeeld, doet mij niet opveren uit mijn stoel. Ik sla de geluidsclips steevast over en kijk bij de 'originele' platen. Nu kan ik vaststellen dat ik mezelf in het afgelopen jaar tekort heb gedaan, want ook een jaar geleden was ik hier helemaal warm voor gelopen! De beschuldigende vinger is snel gelegd, de vaak nogal zouteloze Ian Levine-producties zijn hier debet aan. En hoewel de liefde en het vakmanschap is terug te horen in de paar nieuwe Sonic Wax-demo's, kies ik liever voor het origineel. Hoewel een originele 'Ain't Nothin' Like Your Love' van The Charisma Band (1974) vele malen duurder is dan de 50 pond voor de nieuwe Sonic Wax-demo en de bootleg uit 1975 ook al behoorlijk gewild is. Die heb ik afgelopen weekend aan mijn neus voorbij zien gaan. Uithuilen en opnieuw beginnen en met 'Stop, Wait A Minute Girl' van The Valdons is dat geen lastige opgave. Wat hou ik van deze plaat! Ik kon dus onmogelijk wachten het moest meteen de Week Spot worden.

De 'obscure' soul is 'booming business'. Plaatjes welke je tien jaar geleden nog voor dollar-centen in de 'dusties' kon vinden, zijn nu opeens 'hot property' en brengen honderden dollars op. Een fraai voorbeeld daar van is 'mijn' 'I Can't Go Without You' van Dorothy Morrison, eveneens een oude Week Spot. Het verhaal gaat dat de plaat eind jaren negentig redelijk eenvoudig is te vinden voor dubbeltjes-werk. Inmiddels zit de plaat tussen de honderd en honderdvijftig dollar. De platenmaatschappijen spelen er graag op in door het uitbrengen van gelimiteerde vinyl-boxen en is er een keur aan verzamel-cd's verkrijgbaar. Zo is daar het platenlabel Secret Stash, dat tracht het beste uit twee werelden te verenigen. Enerzijds brengt het compilaties op de markt van zeer lastig te vinden opnames, aan de andere kant 'verleidt' het veteranen om opnieuw de studio in te gaan voor een nieuwe single. Secret Stash heeft qua nieuwe producties een eigen geluid dat dicht tegen het Daptone-geluid aan hangt. Soul met een hoofdletter S, soms met een funky ondertoontje, maar bovenal muziek die als het leven zélf is.

Zo verschijnt in 2012 een verzameld werk over de Twin Cities Soul-beweging van Minnesota. Minneapolis en St.Paul zijn de twee steden in dat geval en hoewel het niet tot de verleiding spreekt als bijvoorbeeld Chicago, Detroit of New Orleans, hebben de steden een spoor van bekende bands en artiesten achtergelaten: Van The Andrews Sisters via Bob Dylan tot Soul Asylum. En dan mogen we ook zeker onze kleine Koninklijke Paarsheid niet vergeten. Dan zitten we meteen ook in de hoek waar Secret Stash de dubbel-elpee op heeft gebaseerd: De funk en soul uit de Twin Cities. The Valdons is eveneens vertegenwoordigd met een aantal nummers, maar ik weet niet of dit onuitgebrachte demo's zijn of dat de groep daadwerkelijk platen heeft opgenomen. Het zijn niet de nummers van de Secret Stash-singles die inmiddels zijn verschenen. The Valdons zijn meest actief in de vroege jaren zeventig en bestaat uit de heren Monroe Wright, William Clark, Maurice Young, Clifton Curtis en Napoleon Crayton. Ze worden begeleid door de band Navajo Train. In 1971 neemt de groep een aantal demo's op, die echter niet-afgemaakt in een doos op zolder komen te staan. De tand des tijds doet de rest en nadat 'Twin Cities Funk & Soul: Lost Grooves From Minneapolis/St. Paul 1964-1979' is verschenen, komen de banden van zolder. De banden lijden onder een hevige ruis en zijn her en der 'weggevreten'. De oorspronkelijke leden worden opgetrommeld en aan de hand van de demo's neemt The Valdons met Secret Stash-huisband The Lakers de nummers op zoals ze dat in 1971 hadden willen doen. Het resultaat is verbluffend.

'Stop, Wait A Minute Girl' is dermate geliefd dat de single inmiddels een tweede oplage kent. Hoewel het prijsverschil nog minimaal is, heb ik toch heel bewust gekozen voor de eerste persing met het goudkleurige label. Tegenwoordig worden ze geleverd met gele etiketten. De opname spreekt boekdelen. Dit is een wervelwind van nauwelijks twee minuten. Een jagend tempo dat een Northern Soul-dancing in extase had kunnen brengen, maar bovendien met crossover-trekjes in een heerlijk 'modern vintage' sausje. Sinds een paar maanden is daar een tweede single van The Valdons: 'Just How Much Can One Man Stand'. Beduidend minder opzwepend dan 'Stop', maar wederom een crossover-klapper van de bovenste plank. Bovendien is hiervan de demo best te genieten, vandaar dat Secret Stash zowel de nieuwe opname van 2013 als de originele demo heeft gekoppeld. Omdat ik geen 'overkill' wil creëren, heb ik de aankoop van die single even uitgesteld. Toch plaag ik mezelf ermee, want ik kan niet wachten totdat ik die in mijn shows kan presenteren!

Helaas heeft Secret Stash geen opnames van 94 East kunnen achterhalen, deze band heeft namelijk een piepjonge Prince Roger Nelson in de gelederen. Wel zijn er her en der connecties te herleiden tot Morris Day & The Time. De eerste oplage van de dubbel-elpee is stijf uitverkocht, daarbij hoort een bonus-single van The Valdons. Die zetten we dus ook meteen maar bij op het verlanglijstje, want de kans is groot dat die ooit nog eens apart wordt aangeleverd. Ik hoop dat The Valdons binnenkort weer in de studio gaat met The Lakers, want dit smaakt naar meer!