maandag 23 maart 2015

Raddraaien: P.J. Proby



Lang leve 'Raddraaien'! De serie is bijna drie jaar oud en ik zit in het staartje van de negende serie. 'Raddraaien' heeft een nieuwe dimensie gegeven aan Soul-xotica. '20 Years Ago Today' werd, zoals verwacht, té vol in begin 2012. Ik heb in dat jaar ruim vierhonderd titels toegevoegd en om deze allemaal een plekje te gunnen op Soul-xotica? Het avontuur van 'Raddraaien' is niet weten waarover het bericht zal gaan. Soms brengt me dat dingen waar ik het bestaan niet van weet, maar er zijn ook dagen dat ik me verbaas dat ik ruim vijf jaar nog nooit aandacht heb besteed aan een bepaalde artiest of groep. Vandaag is zo'n dag want de kapper uit de Gouden Gids brengt me bij P.J. Proby. 'Een kleurrijk figuur' is zelfs nog een 'understatement'. Ik ga dan ook met veel plezier aan dit bericht beginnen! De centrale schijf is Proby's laatste Nederlandse hit: 'Today I Killed A Man' (1969).

Onder het mom van 'lekker leesvoer' koop ik na afloop van mijn vakantie in Nederland de laatste 'Record Collector': Hét Engelse tijdschrift voor de (serieuze) platenverzamelaar. Ik vermaak me uitstekend van Rotterdam Centraal tot aan Queen Street in Mossley en nog daarna. Deze bewuste uitgave heeft twee diepgravende interviews: Eentje met Ritchie Blackmore en de andere met Charles Blackwell. Blackmore verhaalt over hoe Screamin' Lord Sutch hem van zijn podiumangst 'afhelpt', de talrijke sessies waaraan hij heeft meegewerkt, de eigenaardigheden met Deep Purple en Rainbow en tot slot het project met zijn vrouw: Blackmore's Night. Charles Blackwell is een klinkende naam in de wereld van de popmuziek. Als arrangeur, producer en schrijver heeft hij in bijna iedere discipline van de popmuziek van zich laten spreken: Van twist tot en met disco. Blackwell haalt graag herinneringen op aan P.J. Proby. Het heeft hem enkele grijze haren bezorgd, want Proby is allesbehalve een gemakkelijke artiest. Geregeld krijgt Blackwell telefoon van een verdwaasde Proby die om de gekste redenen niet naar de platenstudio kan komen. Andere keren laat hij helemaal niks van zich horen terwijl de muzikanten in de studio staan om zijn plaat op te nemen. ,,Gek werd je ervan", verzucht Blackwell. ,,Hij had altijd wel iets. Ik belde dan maar weer een taxi om hem op te halen en als Proby in de studio zijn strot open trok, was je alles opeens weer vergeten".

P.J. Proby is gewoon één van de grootste popzangers ooit. Punt. Geen discussie mogelijk. Waarom wordt hij dan niet in dat rijtje genoemd? Welnu, daar heeft de man zelf voor gezorgd. Proby zegt zelf dat de eerste keer een 'incident' was, maar de daaropvolgende keren heeft hij het zorgvuldig geregistreerd. Bij een optreden in het ABC-theater in Croydon barst Proby uit zijn broek. Vanaf dat moment laat hij zijn broeken zó maken dat het kruis praktisch met één draadje vastzit en twee maten te klein is. Bij de geringste beweging scheurt de broek en hangt zijn kruis buitenboord. Dat grapje zorgt er in 1965 voor dat Proby wordt verbannen van de ABC-theaters in Engeland en bovendien niet meer op de televisie mag bij de BBC. Dit betekent een nekslag voor de man's carrière, maar zelf kan hij daar allerminst mee zitten.

James Marcus Smith wordt op 6 november 1938 geboren in Houston, Texas. Hoewel Smith zijn onderricht volgt in militaire richtingen gaat hij na zijn studie naar Californië om acteur en zanger te worden. Zijn manager geeft hem de naam Jett Powers. 'Go Girl Go' en 'Loud Perfume' worden op onafhankelijke platenlabels uitgebracht als zijn eerste singles. Ook speelt hij een paar kleine rollen in films. Omdat dit allemaal weinig oplevert, bekommert Sharon Sheeley zich over hem en geeft hem de naam P.J. Proby naar een ex-vriendje. Sheeley is de vriendin van de overleden rocker Eddie Cochran. Sheeley en Jackie DeShannon brengen hem onder de aandacht van de Engelse televisie-producer Jack Good. In 1964 maakt Proby de oversteek naar Engeland en is prompt te zien in een televisie-special van The Beatles. De eerste P.J. Proby-single in Engeland is 'Hold Me' en deze maakt vanaf de eerste noot duidelijk dat dit niet zomaar een zanger is. Dat hij in meerdere registers uitblinkt, blijkt een jaar later met zijn vertolking van 'Somewhere'. Qua stem is hij zelfs onderweg om de ouders van Beatles-fans in te pakken als het incident met de broek dat verpest. De hits drogen op in Engeland, maar hij heeft in Amerika een onverwachte grote hit met 'Niki Hoeky' in 1967. Proby blijft echter een schare volgelingen houden, want The Beatles geven hem zomaar 'That Means A Lot'. In 1968 schrijven de heren Reed en Mason een liedje voor Proby's elpee 'Believe It Or Not', maar de opname valt buiten de boot voor het album. Het duo neemt het dan maar op met Tom Jones en het resultaat is 'Delilah'. Proby's versie is sinds een paar jaar beschikbaar op cd.

Proby heeft in 1964 al samengewerkt met Jimmy Page, dan evenals voorgenoemde Ritchie Blackmore een studiomuzikant. In tegenstelling tot Blackmore heeft Page een hele boekhouding bijgehouden op welke nummers hij heeft meegespeeld. Page en Big Jim Sullivan spelen mee op Proby's 'Together', de opvolger van 'Hold Me'. In 1969 wil Proby een album opnemen met country- en blues-invloeden en nodigt hiervoor Page uit met zijn 'nieuwe' groep. Die groep heet 'The New Yardbirds' en is feitelijk een voortzetting van de oude Yardbirds, maar dan met een compleet nieuwe bezetting. Ene John Bonham op drums, John Paul Jones op basgitaar en een harmonica-speler met de naam Robert Plant. The New Yardbirds speelt mee op Proby's album 'Three Week Hero'. De single 'Today I Killed A Man' wordt bij ons een hit en moet in de hitparade wedijveren met The New Yardbirds. Die laatste groep heet dan inmiddels Led Zeppelin en heeft een hit met 'Whole Lotta Love'.

P.J. gaat begin jaren zeventig de theaters in en vertolkt een paar maal de rol van Elvis Presley. Proby is de aangewezen persoon, daar hij in 1962 demo's heeft opgenomen voor Elvis. Later vertolkt hij ook Roy Orbison in de musical 'Only The Lonely'. In de midden jaren tachtig doet Proby weer van zich spreken op de plaat. Hij neemt een reeks eigenzinnige covers op van onder andere 'Smalltown Boy' en andere 'moderne' hits. In 1987 verschijnt het omstreden 'M97002 Hardcore' met een 'credit' voor Madonna als gastzangeres. Dat blijkt niet waar te zijn, maar geeft hem wel weer de nodige publiciteit. Hij heeft in 1996 nog eenmaal een Engelse hit in een duet met Marc Almond: 'Yesterday Has Gone'. Buiten de musicals om toert hij onder andere met The Who in 'Quadrophenia' en doet een aantal 'revival'-tournees. Van februari tot en met mei 2006 toert hij dwars door Australië en slijt in die concert-reeks maar liefst zes roadmanagers. Hij mag dan een beetje grijzer zijn geworden, de Proby, zijn wilde haren heeft hij niet verloren.

In 2012 is hij nog eenmaal in het nieuws als hij heeft gefraudeerd met uitkeringen. Hij wordt vrijgesproken van iedere aanklacht en viert het met een nieuwe single. In 2002 heeft Van Morrison een liedje opgenomen met de titel 'Whatever Happened To P.J. Proby', dit jaar (2015) heeft Proby een nieuwe opname gemaakt met Morrison dat op de cd 'Duets: Re-Working The Catalogue' van de Ierse brombeer verschijnt.

zondag 22 maart 2015

Het zilveren goud: maart 1990



Welnu, meteen maar met het grote nieuws beginnen? Ik heb eerder vanavond 'Come Go With Me' van The Para-Monts gewonnen. Het plaatje heeft me goed in de zenuwen gehad, maar uiteindelijk was het erg eenvoudig. Ik heb gistermiddag mijn maximumbod verdubbeld naar een toch wel idiote prijs, maar de single is het waard. Vanmiddag heeft iemand alleen de prijs bijna dertig dollar de lucht in geholpen, maar nog steeds mijlenver van mijn maximumbod. In vergelijking tot het exemplaar bij John Manship is het een 'koopje'en ook is die goedkoper dan de Terri Bryant, maar nog steeds een hoop geld. Ook noemde ik de gospel-funk-platen. Ook die heb ik beide binnen gehaald en eentje daarvan is super-zeldzaam en al helemaal spotgoedkoop. Ik laat jullie binnenkort uitgebreid kennis maken met de platen, vandaag eerst de platen die ik precies vijfentwintig jaar geleden heb gekocht. Een goed gevulde aflevering, want ik koop in maart 1990 maar liefst zestien singles. Veiligheidsriemen vast en daar gaan we...

86. Joyful Resurrection-Tom Fogerty
Voor een kilometervreter als mij is Lemmer helemaal niet zo ver van Jutrijp. Ook als veertienjarige draai ik mijn hand niet om voor een middagje Leeuwarden of Heerenveen op de fiets. Toch fiets ik niet vaak naar Lemmer. De reden daarvan is dat het een lang en kaal stuk is waar de wind alle vrijheid heeft. Op deze bewuste zaterdag in maart 1990 is het eens mooi weer en onderneem ik wel die fietstocht. Natuurlijk wordt er voornamelijk gezocht naar singles en zo kom ik terecht in een muf ruikend antiek-zaakje. En, jawel, tussen het vele porselein staat ook een doosje met singles. Er zijn maar twee die aan mijn eisen voldoen, hoewel ze beide geen hoes hebben en daardoor flink beschadigd zijn. Hoewel de prijs billijk is, een kwartje per stuk, gaat de tweede in eerste instantie niet mee. Die komen we in juni opnieuw tegen in deze serie (het is 'Johnny' van Mayfly). Die andere moet meteen mee, want ik ben in de eerste maanden van 1990 helemaal 'into' Creedence Clearwater Revival. Hoewel Tom deze plaat heeft opgenomen na zijn vertrek bij Creedence, had dit zo van Creedence kunnen zijn. Niet zo gek als je bedenkt dat Tom de oorspronkelijke oprichter was van de band en met lede ogen aan zag dat zijn broertje het roer overnam.

87. Shipyard Town-Gerry Rafferty
Lemmer is ingericht voor de welgestelde boottoeristen en met name Duitsers. Het dorp kent meerdere antiekwinkeltjes, maar platen zijn een schaars goed in Lemmer. Het duurt pas tot eind 1992 als ik een heel leuk adresje ontdek, iets buiten het centrum, en daar zal ik in 1993 een schitterende partij singles kopen. Verder heeft Lemmer alleen nog een elektronica-zaak waar ze nieuwe platen en cd's verkopen. Ik heb heel in de verte wel eens iets gehoord van Gerry Rafferty en dat beviel me wel. Deze 'Shipyard Town' uit 1988 staat bij de Expert voor het wereldbedrag van 1,75 gulden in de uitverkoopbak en gaat mee in het fietstasje richting Jutrijp. Een erg leuk plaatje dat ik nog steeds met veel plezier draai.

88. I'm Just A Singer In A Rock'N'Roll Band/Isn't Life Strange-The Moody Blues
Sneek is de dichtstbijzijnde 'grote' stad. Ja, sorry IJlst, dat moest ik even benadrukken. Sneek heeft diverse 'nieuwe' platenzaken en Looper is hofleverancier aan de Louwsma's. Op singles-gebied heeft Looper een groot assortiment 'golden oldies'. Een enkele originele Amerikaanse persing uit de jaren zeventig, maar het merendeel zijn heruitgaven. In de late jaren zeventig brengt Decca een aantal oudjes opnieuw uit met een fotohoesje. 'Detroit City' van Tom Jones is daar eentje van en deze staat bij Looper. Achterop staan de overige singles uit de serie, die natúúrlijk al lang uit roulatie zijn. Toch wijs ik bij de toonbank de single aan die ik graag wil hebben: 'Nights In White Satin' op de ene kant, 'I'm Just A Singer In A Rock'N'Roll Band' op de andere. Maar... de voorkeur gaat uit naar 'I'm Just A Singer', want 'Nights In White Satin' heb ik al op single. Looper levert me vervolgens deze single en het heeft niet mooier kunnen zijn, want 'Isn't Life Strange' heb ik dan nog niet op single. Ik weet niet zo snel waar ik het geld vandaan heb gehaald, want 'nieuwe' singles liggen net een beetje buiten mijn bereik met het zakgeld.

En dan... doe ik even een kleine introductie en plaats dan de singles onder elkaar want het wordt een héél lang bericht als ik ze allemaal apart ga behandelen. Sneek heeft tweemaal per jaar een fancy-fair in de Veemarkthal. In oktober gaat deze uit van de Hervormde Kerk, in maart/april is deze ten bate van de Gereformeerde Kerk. Nu weet ik niet waar dit hem aan ligt, maar ik moet concluderen dat gereformeerden in Sneek een betere muzieksmaak hebben. De fancy-fair in het voorjaar is iets om naar uit te kijken, dat is vrijwel ieder jaar een oogst van mooie jaren zestig- en zeventig-singles. In maart 1989 is de vraagprijs een kwartje per single. De nummer 101 zit bij The Hollies in en krijg ik dus als 'bonus'. Dat is maar goed ook, want er ligt een hoek uit. Ik ga eerst de singles noemen die ik op de vrijdagmiddag heb gekocht.

89. We Will Be There-After Tea
90. Massachusetts-The Bee Gees
91. Moviestar-Harpo
92. Sorry Suzanne-The Hollies
93. Delilah-Tom Jones
94. Down By The Lazy River-The Osmonds
95. You Talk Too Much-Spooky & Sue
96. Proud Mary-Ike & Tina Turner
97. Harborlight-Windjammer

Ik kan me van deze specifieke vrijdagmiddag herinneren dat ik de lege fotohoes in handen hou van 'St. James Infirmary' van Johnny Kendall & The Heralds en dan wel de 1969-persing. Ik kan mezelf wel voor de kop slaan dat ik hem niet heb meegenomen. Is me later ook nog eens gebeurd met een hoesje van The Outsiders. Bovenstaande singles zijn een rijksdaalder. Het zijn in totaal honderden singles, allemaal jaren zestig en zeventig. Waarom specifiek Spooky & Sue en Windjammer en niet één van die, ongetwijfeld klassieke, singles uit de jaren zestig? Wel, ik doe het op dat moment op associatie. Als ik een groep of een plaat in 'Goud Van Oud' heb gehoord, zegt me dit veel over de kwaliteit. Met alle bovenstaande groepen heb ik zo'n 'link'. Op zaterdagochtend ga ik nog eenmaal terug naar de Veemarkthal en koop er dan twee.

98. L'L'L'Lucy-Mud
99. Italian Concerto-Ekseption

Het is zaterdag 31 maart 1990, want dat heb ik gisteravond nog gezien op het hoesje. Het is een prachtige dag en dus ga ik 's middags fietsen. Via It Heidenskip en langs Hindeloopen naar Koudum. Daar steek ik aan bij de elektronica-winkel waar ik eerder George Harrison en The Bee Gees heb gekocht. Daar mag ik van mezelf de nummer 100 uitzoeken. De keuze valt uiteindelijk op deze Era-uitgave.

100. Harlem Shuffle-Bob & Earl
Op de b-kant staat een nieuwere opname van 'Rhythm Of The Rain' van The Cascades, maar dat mag de pret niet drukken. Die middag besluit ik de kapotte single van Paul Anka ook een plaatsje in de kaartenbak te gunnen, dus hierbij...

101. EP I Love You, Diana-Paul Anka
Een Duitse EP met 'Diana' en 'I Love You Baby' plus beide b-kanten. Zo gezegd mist er een hap uit en dat betekent dat ik vijfentwintig jaar moet wachten op een complete 'Diana' (deze heb ik een paar weken geleden gekocht). 'I Love You Baby' vind ik al aardig snel daarna in Denemarken. Er worden deze maand geen elpees gekocht. In april wordt het proppen, want dan gaat het over 28 singles (waaronder een dubbele 127) en een dubbelelpee. Ook dan is het een introductie tot het moment van aankoop en daarna een opsomming van de singles.

zaterdag 21 maart 2015

Raddraaien: Chicken Shack



Gelukkig! Er zit schot in de zaak. Ik had heel even de illusie dat het een tweede Soulettes ging worden, ondanks alle zenuwen de plaat 'gewoon' voor het startbedrag van acht dollar binnenhalen. Sinds vanavond staat de plaat op negen biedingen. Buiten mijn automatisch bod om is het één liefhebber die in stapjes van zes dollar per keer de plaat hoopt binnen te halen. Als dat de enige blijft dan is er weinig reden tot paniek, want die gaat niet ver! Ik heb voor alle zekerheid mijn maximum, dat nog steeds niet was bereikt, verdubbeld. Voor mijn gevoel kan daar nóg twintig dollar bovenop, maar dat zien we morgenavond wel. Kan het deksel van de doos? Ach ja, waarom niet... hij ligt voor menigeen toch al ver buiten bereik: Het is 'Come Go With Me' van The Para-Monts, een exotische girlgroup uit Chicago. Niet een plaat die je tijdens iedere 'allnighter' voorbij hoort komen, maar de echte liefhebbers zoeken zich rot naar deze single die maar weinig opduikt. Verder heeft hij een aantal gospel-funk-plaatjes en een paar Northern-klappers die ik wel voor weinig wil hebben. Duimen jullie mee? Vandaag een aflevering van Raddraaien, na deze nog drie te gaan voordat ik met de tiende serie helemaal opnieuw begin. Vandaag staat 'I'd Rather Go Blind' van Chicken Shack centraal, de originele Blue Horizon-single uit 1969.

Nu spreekt York niet zo tot de verbeelding als bijvoorbeeld Liverpool of Birmingham, maar toch lijkt het een walhalla voor een muziek- en concertliefhebber als mij. Ik vergaap me dan ook al snel aan de concertposters die her en der in de stad hangen. Fibbers is dé muziekclub bij uitstek, deze heeft iedere avond live-muziek en vaak in de alternatieve hoek. Fibbers heeft meerdere vestigingen over Engeland verspreid en 'grote namen' ondernemen dan ook een tournee langs de verschillende Fibbers-vestigingen. Even verderop zit een pub met geregeld folk-concerten. Toch is dat alles 'ver-van-mijn-bed' omdat ik al moeite heb de touwtjes aan elkaar te knopen en concertbezoeken een luxe zijn die ik me niet kan permitteren. Ik volg in het begin Gypsy Bill Williams op zijn wekelijkse rondtocht langs verschillende pubs. Als ik in de YWCA woon en leef van donaties, treedt Rick Wakeman op in The Rock Church. Ik heb dan al iets van Rick's laatste plaat gehoord, iets met een gospelkoor dat me niet kan bekoren. Desondanks krijg ik een vrijkaartje voor de avond, maar maak de helft van het concert niet mee. The Rock Church laat immers geen alcohol toe en ik wil wel een biertje hebben en dus meng ik me intussen in het publiek voor de 'chicken run'. Ik maak het staartje nog mee en daar doet Wakeman een fantastische 'workout' van een Yes-nummer.

Als liefhebber van jaren zestig-muziek kijk ik mijn ogen uit bij de concertposters. Noel Redding met zijn bandje op een doordeweekse avond in een rokerige pub? Raymond Froggatt en Jim Diamond (Ph.D.) in folk-contreien. En... niet te vergeten Stan Webb's Chicken Shack. Zo kom ik via een omweg terecht bij de Raddraaier van vandaag. Een concert van Stan Webb en Chicken Shack is allerminst een unieke gebeurtenis. Buiten een pauze van drie jaar (1974-77) toert Webb bijna een halve eeuw rond met de groep. Hoewel de groep meer noten op de zang heeft, zal 'I'd Rather Go Blind' een vast ritueel op een avond zijn.

Het verhaal begint in 1964 met de rhythm & blues-groep Sounds Of Blue. David 'Rowdy' Yeats en Andy Silvester zijn de oprichters. Zij nodigen Stan Webb uit als diens' band The Shades 5 uiteen is gevallen. De groep is een feit na toevoeging van Christine Perfect en Chris Wood. Deze verlaten aanvankelijk het schip als Chicken Shack wordt geformeerd. Wood zal later opduiken in Traffic en Perfect doet vanaf 1968 mee in de groep. Chicken Shack bestaat aanvankelijk uit bassist Silvester, zanger-gitarist Webb en drummer Alan Morley. De band krijgt een residentie in de Star Club in Hamburg en maakt pas in 1967 haar Engelse debuut. Rond dezelfde tijd wordt Chicken Shack getekend door Mike Vernon voor zijn hagelnieuwe Blue Horizon-label. Christine Perfect komt bij de groep als zangeres en toetseniste en Chicken Shack levert haar debuutalbum af: 'Forty Blue Fingers, Freshly Packed And Ready To Serve'. De bezetting is vrij stabiel tot 1970, alleen wisselt de groep vaker van drummer dan van ondergoed. De groep is een populaire act op festivals. Stan Webb heeft een honderden meters lange gitaarkabel die het mogelijk maakt een rondje over het terrein te maken. Perfect wordt in 1968 en 1969 uitgeroepen tot 'beste zangeres' in de polls van het tijdschrift Melody Maker. De groep heeft twee hits met Perfect: 'I'd Rather Go Blind' en 'Tears In The Wind'. Perfect trouwt in 1970 met John McVie van Fleetwood Mac en zal meteen al betrokken zijn bij die groep totdat ze eind jaren zeventig écht haar plekje krijgt toegewezen. Chicken Shack valt in 1971 even helemaal uit elkaar, maar dan richt Webb een nieuw trio op dat slechts twee jaar stand zal houden. Chicken Shack is dan evenals John Mayall's Blues Breakers een soort van kweekschool geweest voor aankomend blues- en rock-talent. Webb zélf wordt in 1974 gevraagd voor Savoy Brown en dan gaat Chicken Shack voor drie jaar op slot. Sindsdien heeft Chicken Shack ontelbare incarnaties gehad, met steeds weer Webb als enige vaste kracht.

Blueszanger Ellington Jordan zit in de gevangenis als hij bezoek krijgt van Etta James. Jordan laat haar een ruwe schets horen van een liedje dat hij in gedachten heeft en James vult de tekst verder aan. Om belastingtechnische redenen geeft James echter haar 'credits' aan echtgenoot Billy Foster. Etta James neemt in hetzelfde jaar, 1967, haar oer-versie op voor het album 'Tell Mama'. Het titelnummer van dat album verschijnt eveneens op single met 'I'd Rather Go Blind' op de keerzijde. Clarence Carter is de volgende die het opneemt. Nogal bizar omdat Carter vanaf zijn geboorte blind is. Chicken Shack helpt het nummer vervolgens Europa in en de rest is geschiedenis. In Engeland bereikt het in 1969 een veertiende plek op de hitparade. In Nederland heeft de single in 1969 een aarzelende start, maar bereikt dan alsnog de 20e plek in de Top 40. In 1974 verschijnt een compilatie-album en dat brengt de single, nu met 'Sad Clown' als b-kant, opnieuw in de Top 40. Dan is het goed voor plaats nummer achttien. Ik heb beide singles in mijn verzameling, maar draai hem vaker van de 1974-persing omdat die in een betere staat is.

vrijdag 20 maart 2015

Singles round-up: maart 3



Vanavond om half negen heeft de dealer de mailing rondgestuurd over de veilingen van komend weekend. Dat is héél erg kort dag en ik weet niet welke invloed dat gaat hebben op 'mijn' veiling. Normaliter doe ik flink 'boodschappen' bij hem, maar omdat ik vermoed dat het met deze ene plaat nog wel eens 'gekkenwerk' kan worden, hou ik me voorlopig in. Tot nu toe ben ik de enige bieder voor acht dollar, maar dat is een illusie. Ik heb ontdekt dat John Manship, waar ik nog nooit van heb gekocht, een exemplaar in nieuwstaat heeft voor 150 pond. Degene in de veiling is verre van Mint, maar nog wel uitstekend te draaien. Ik blijf hoop houden! De veiling eindigt zondagavond om acht uur, dus dat is geen beroerde tijd. Vandaag mag ik mijn pakketje van Rarenorthernsoul en Buydiscorecords tegemoet zien. Buydiscorecords heeft nog altijd dezelfde aanbieding: Bij aankoop van 2 singles eentje extra. Gezien ik daar vier singles heb gekocht, krijg ik dus twee gratis. Plus twee 'kwaliteitsdingen' van Rarenorthernsoul maakt dit de derde Singles round-up van deze maand.

* Aurra- You And Me Tonight (UK, 10 Records, 1986)
Ach nee toch! Ik durf bijna niet verder te kijken als ik de envelop open maak en deze van Aurra bovenop zie liggen. Voor alle duidelijkheid: Dit is één van de twee singles die ik cadeau heb gekregen. Ik ken de plaat niet, maar het fotohoesje geeft weinig hoop. Toch maar even draaien en...? Wat een leuke plaat! Als je bent te porren voor Debarge en Five Star, dan smaakt deze plaat prima. Aurra is een losvaste band uit Ohio, ten tijde van 'You And Me Tonight' worden alleen de zangeres/percussioniste en de zanger/gitarist op het hoesje vermeld. Ik heb voor de grap ook even gekeken wat zo'n single doet op Discogs. Slechts eentje die in de war is en een exemplaar voor zes pond aanbied zónder de fotohoes. En de rest? De goedkoopste is tien cent en de meeste singles zitten rond de twee pond. Gegeven paarden moet je niet een gebitscontrole geven en dit is een hele stap vooruit na die 'waardeloze' Diana Ross-single van vorige keer.

* The Broadways- Goin' Goin' Gone (US, MGM, 1966)
Een paar weken geleden heb ik de 'Northern Soul Jukebox' opnieuw erbij gepakt en heb vervolgens allemaal nummers op mijn mp3-stick gezet waar ik tot voor kort nog niet van had gehoord of die ik heb overgeslagen in de afgelopen drie jaar. Daar zit eveneens 'You Just Don't Know' tussen van The Broadways: Een midtempo ballade met ijzersterke vocalen. Het is de b-kant van de eerste single van The Broadways uit 1966 en deze wordt sporadisch aangeboden. De tweede is beter verkrijgbaar, maar daar zoek ik aanvankelijk niet naar. Dan zie ik hem zondag opeens in de mailing van Rarenorthernsoul en ben na een paar beluisteringen wel te porren voor de plaat. Met name de b-kant is al nét zo'n favoriet geworden als 'You Just Don't Know': 'Are You Telling Me Goodbye'. 'Goin' Goin' Gone' is echter in hetzelfde straatje. Het wordt nergens echt snel, het wordt omschreven als 'ballad with a beat', maar oef... die zang! Wat zit hier een soul in! The Broadways komt uit New Jersey en heeft Billy Brown in de gelederen. Wie bekend is met Wolfman Radio zal nu aan mijn collega-presentator denken, maar nee... deze Billy Brown zullen we in de jaren zeventig en tachtig een paar maal tegenkomen in onze Top 40 als lid van The Moments (en dus ook Moments & Whatnauts) en Ray, Goodman & Brown.

* The Continental 4- The Love You Gave To Me (US, Jay-Walking, 1971)
Ik heb het vaker gezegd over de 'Northern Soul Jukebox', het is een bijeengeraapt zootje en sommige mp3's zijn van een dermate slechte kwaliteit dat je het je oren niet wilt aandoen. Neem nou de opname van 'The Way I Love You' van The Continental 4. Het is een opname van 32 kbps als maximum en het vinyl (of styreen) klinkt alsof er zojuist een trekker overheen is gereden. De muziek en de kwaliteit van de plaat doet mij denken dat deze dus super-zeldzaam moet zijn. Nou, niet dus... Een plaat van die kwaliteit is nooit echt nodig geweest, want tegenwoordig zit zelfs een beter exemplaar nog beneden de tien dollar. Dat geldt overigens voor alle singles van The Continental 4. Best wel een beetje jammer dat het niet beter wordt gewaardeerd, want zowel 'The Way I Love You' als deze 'The Love You Gave To Me' verdienen meer. 'The Love You Gave To Me' is de eerste uit een rits singles van The Continental 4 en 'The Way I Love You' is de opvolger. Ik kan de muziek niet anders omschrijven dan 'opgewekt'. Het heeft een fris geluid met invloeden uit de funk zonder dat dit laatste er duimendik bovenop ligt. Precies zo'n plaatje dat je zo goed kan gebruiken op de eerste dag van de lente! Ik vind achteraf gezien deze 'The Love You Gave To Me' nog nét ietsje beter, maar sluit niet uit dat 'The Way I Love You' dit jaar nog in mijn bakken komt te staan.

* The Gospel Souls- You've Been So Good To Me (US, Halo, 1967)
Juist, daar hebben we er eentje. Gewoon uit de winkel van Buydiscorecords geplukt, maar een schot in de roos. Halo is namelijk een onderdeel van One-derful! Records, de groep van platenmaatschappijen uit Chicago waarvoor ik een zwak heb. Het verschijningsjaar is onbekend, maar als 11 en 17 uit 1966 komen en Halo niet wekelijks singles aflevert, reken ik dat deze nummer 20 uit 1967 stamt. De b-kant heet 'Jesus My Choice' en vind ik, na een aarzelend begin, eigenlijk de leukere kant. Een tikkeltje traditioneel, maar wel lekker.

* Gladys Knight & The Pips- Home Is Where The Heart Is (UK, Buddah, 1976)
Het tweede cadeautje van Buydiscorecords. In een neutraal hoesje en een plastic tussenstuk in plaats van het vinyl-hartje, maar vooral in een prachtige staat. Toch kon ik al een dealerschap beginnen van deze single en heb ik een smetteloze met fotohoes in de reserve-bak staan. Toch geen slechte keuze ditmaal!

* The Masqueraders- I Got It (US, Bell, 1968)
,,Noem eens wat bekende Northern Soul", wordt mij nog wel eens gevraagd door een geïnteresseerde leek. Ik probeer dan niet te moeilijk te kijken, maar leg desondanks wel uit dat het in de Northern Soul niet om bekende hits gaat. In de wereld van 'de grote jongens' gaat het er juist om hóe obscuurder en exclusiever de plaat is. Natuurlijk past stilistisch het gros van de Motown-platen in de Northern Soul, maar omdat je ze op iedere straathoek kan krijgen, is dit het nooit geworden. Toch heb ik geregeld de neiging om nummers 'in te ruilen' voor gevestigde favorieten. Neem nou zo'n 'I Got It' van The Masqueraders. Een nationale distributie via Bell maakt dat de single overal te krijgen is en dit maakt het minder interessant voor de soul-snobs. Toch betwijfel ik me of ik protest zou krijgen vanaf de dansvloer als ik deze morgen tijdens een 'allnighter' zou opzetten. Het is een vlot nummer met, erg opvallend, de percussie heel erg op de voorgrond. Een kneiter die de drie pond dubbel en dwars waard is!

* Peaches & Herb- United (US, Date, 1968)
Elf jaar later maakt Herb met inmiddels de derde of vierde Peaches de single 'Reunited' en scoort daar een vette hit mee. De titel is dus een knipoog naar deze 'United' uit 1968. Marlina Mars is dan de tweede Peaches en is met Herb te zien in televisieshows, de originele Peaches blijft tot en met 1971 aanwezig op de platen. Eigenwijs als ze zijn in Engeland wordt de single niet geadverteerd met 'United' maar met de keerzijde. En dat is de eigenlijke reden van aanschaf: 'Thank You'. Ik heb vanmiddag besloten dat dit wel eens mijn nieuwe 'end-of-nighter' kan worden in plaats van 'No More Tomorrow' van The Geminis. Tijdens de eerste coupletten ben ik nog niet overtuigd, maar als het refrein invalt...? Ik heb de afgelopen jaren een groot zwak gekregen voor Peaches & Herb.

* Bunny Sigler- Let The Good Times Roll & Feel So Good (US, Parkway, 1967)
Buydiscorecords heeft deze tweemaal: Een Franse persing op Stateside en deze Amerikaanse Parkway. Beide keren worden ze geadverteerd met de b-kant en dat is de reden waarom ik tot aankoop ben overgegaan. Het overbekende 'Let The Good Times Roll' heb ik immers al op de Engelse London-heruitgave uit 1976 met Bunny's originele 'Girl Don't Make Me Wait' (ook bekend van Timebox) op de keerzijde. 'There's No Love Left' is mid-tempo ten opzichte van 'Let The Good Times Roll', maar dat is een stijl waar Sigler uitstekend in gedijt. Overigens heb ik begrepen dat de Franse persing uit 1968 komt en oorspronkelijk een fotohoesje heeft. Naar verluid is de Amerikaanse persing in de zomer van 1968 stijf uitverkocht in Londen en wordt deze Franse single dan volop geïmporteerd om aan de wens te voldoen. Je zal ook bijna niet anders verwachten bij Buydiscorecords en met Amerikaanse persingen, maar van deze acht heeft alleen Aurra het fotohoesje in tact.

donderdag 19 maart 2015

Raddraaien: The Dixie Cups



Je hebt soms van die niet-geplande themaweken, maar vooruit maar. Ik heb de afgelopen weken al vaker zitten woelen in de eerste weken van 2012 en bij deze aflevering van Raddraaien is het andermaal raak. Vier platen vanaf 'It Doesn't Matter' van Neice Dezel vinden we dit erg leuke kantje van The Dixie Cups. Gekocht in de veiling met onder andere The Cooperettes en als zodanig nog genoemd in een recent bericht. De veiling gaat uit van een oud-dj die alle singles heeft verpakt in van die authentieke bruine kartonnen hoesjes met cellofaan aan de binnenkant. Opvallend is ook dat hij de platen heeft gerubriceerd op titel. 'Iko Iko' van The Dixie Cups staat weggeschreven op de 'G'. Vreemd? Nee hoor... In de hele veiling wordt niet gerept over 'Iko Iko', dat ontdek ik pas als de single is gearriveerd. De reden waarom dit eerder in de koffers van een Northern Soul-dj heeft gezeten, is ook de reden waarom het bij mij al drie jaar op die plek staat: De b-kant. 'Gee Baby Gee' van The Dixie Cups (1965) is zo'n nummer dat het nooit heeft gemaakt in de nationale clubs, omdat het té eenvoudig verkrijgbaar is, maar dat ondanks alles prima in het idioom past. Vandaar dat ik jullie vandaag deze titel ga presenteren in deze aflevering van Raddraaien.

De zussen Barbara Ann en Rosa Lee Hawkins vormen in 1963 een trio met Joan Marie Johnson. De meisjes zijn alle drie opgegroeid in het Calliope-district in New Orleans. Wij zouden het sociale woningbouw noemen. Op school zingen de meiden al samen, maar het is in 1963 als ze besluiten het in de muziek te proberen. Ze noemen zich Little Miss & The Muffets en er meldt zich meteen een geïnteresseerde. Joe Jones heeft in 1960 een grote Amerikaanse hit gehad met 'You Talk Too Much' en hij wordt hun eerste manager. Hij neemt hen mee naar New York. Daar komt het trio onder contract van Red Bird, de nieuwe platenmaatschappij van de succesvolle schrijvers Jerry Leiber en Mike Stoller. Phil Spector, Jeff Barry en Ellie Greenwich hebben 'Chapel Of Love' oorspronkelijk geschreven voor The Ronettes, maar Leiber en Stoller laten de meisjes dit opnemen als hun eerste single. Toch moet er nog wel iets aan de naam gebeuren en deze ontstaat tijdens deze sessies: Little Miss & The Muffets wordt The Dixie Cups. De rest is geschiedenis, want de plaat is een doorslaand succes. Het eindigt bovenaan de Amerikaanse hitparade. Hoewel The Dixie Cups nog een paar hits zal hebben, wordt dit succes niet meer geëvenaard.

'People Say', 'You Should Have Seen The Way He Looked At Me' en 'Little Bell' zijn matige successen in vergelijking tot 'Chapel Of Love'. Hoewel 'Iko Iko' slechts een twintigste plek behaalt op de Billboard is dit wel een tweede nummer waardoor The Dixie Cups in het publieke geheugen is blijven hangen. James 'Sugar Boy' Crawford heeft 'Jock-A-Mo' gezongen in 1954 en Barbara Ann Hawkins hoort haar grootmoeder het liedje meegalmen. Op een bepaald ogenblik zijn de meisjes aan het 'ouwehoeren' in de studio met drumstokjes en een asbak en zijn zich er niet van bewust dat Mike en Jerry de band hebben lopen. Aan de vrije improvisatie van 'Jock-A-Mo' wordt door Stoller en Leiber een baslijntje toegevoegd en het is de vijfde en laatste grote hitsingle voor The Dixie Cups als 'Iko Iko'. Merkwaardig genoeg verschijnt de single vrijwel gelijk met twee verschillende b-kanten. De andere heeft 'I'm Gonna Get You' als flip, maar deze met 'Gee Baby Gee' is de eerste persing. Dat laatste nummer komt andermaal uit de pen van Barry en Greenwich en heeft een lekker onderkoeld meidengroep-geluid. Het is vier maanden ervoor gebruikt als b-kant van 'I Wonder' van The Butterflys, eveneens op het Red Bird-label. Het stampt lekker, heeft tekstueel weinig om het lijf en Leiber en Stoller voegen niet te versmaden blazers toe. Het is niet essentieel voer voor een Northern Soul-feestje, maar het kan halverwege de avond toch wel een verschil maken! Ik kan er niet genoeg van krijgen, dus ik heb geen seconde spijt gehad van deze aankoop.

The Dixie Cups maakt in 1966 een overstap naar ABC-Paramount, maar dat resulteert niet in succes. In 1969 gaan de dames terug naar New Orleans. De zussen Hawkins hebben al gewerkt als make up-modellen en Rosa gaat vanaf dat moment als professioneel model werken. Joan Johnson sluit zich in de midden jaren zeventig aan bij de Jehova's Getuigen en hangt de microfoon aan de wilgen. Beverly Brown heeft in de vroege jaren zestig reeds twee solo-singles gemaakt en is haar vervanger in The Dixie Cups dat enkel sporadisch optreedt in deze jaren. In de vroege jaren tachtig wordt Brown ernstig ziek en moet het baantje opgeven. Dale Mickle is haar vervanger. In 2005 jaagt Katrina door New Orleans en maakt dat de Hawkins en Joan Johnson dakloos worden. Johnson vindt onderdak in Texas, terwijl de Hawkins-zussen naar Florida vertrekken. In april 2007 wordt The Dixie Cups bijgezet in de Louisiana Music Hall Of Fame. De Hawkins treden nog incidenteel op en maken daarbij inmiddels gebruik van Athelgra Neville als derde Dixie Cup. Athelgra komt uit het gezin met The Neville Brothers.

woensdag 18 maart 2015

Week Spot 2012/12: Venicia Wilson



Je hebt ze in vrijwel iedere 'authentieke' muziekstijl en eveneens op andere gebieden: De puristen. Voor een blues-purist geldt alleen de opnames die voor, pak hem beet, 1960 zijn gemaakt. Een Eric Clapton of Rory Gallagher kan het dus schudden, om nog maar te zwijgen over de blues-muzikant die morgen zijn debuut maakt. Gelukkig zijn onder de blues-liefhebbers genoeg mensen die het niet zo nauw nemen en hoeft de jonge blues-man niet de vrees te hebben dat die voor een lege zaal moet optreden. Sterker nog: De puristen zijn in de minderheid en zo'n muzikant kan gemakkelijk een superster worden. In de Northern Soul ligt dat anders, daar zijn de puristen in de meerderheid. Bovendien is het verschil tussen blues en Northern Soul dat het eerste een vastomlijnde muziekstijl is en Northern een beweging waarbij muziek centraal staat. In de Northern Soul geldt de wet dat de plaat toen, in de jaren zeventig, op een speellijst moet hebben gestaan van een grote Northern Soul-club. Mondjesmaat wordt er eens een nieuwe ontdekking de 'scene' binnengelaten, maar dan moet het opnieuw een 'exclusieve' opname zijn van tenminste veertig jaar oud. Hóe leuk en aanstekelijk onze huidige Week Spot ook is, de Northern Soul-snobs zullen 'Broken Man' van The Pioneers nóóit erkennen. Té nieuw, uitgebracht op een groot platenlabel en, bovenal, voor een habbekrats te verkrijgen. Maar... je kan het altijd proberen?

De 'Ian Levine Appreciation Society' heeft weer een nieuwe Facebook-pagina geopend. ,,...and then came the trolls again", verklaart de moderator van de groep. Je wordt niet zomaar lid van de groep, er wordt voortaan streng op toegekeken dat de 'trolls' buiten blijven. Eén verkeerd woord aan het adres van Levine en je wordt 'geblockt' voor het leven. Het mag duidelijk zijn dat Levine het flink heeft verbruid bij de Northern Soul-snobs. Enerzijds wel terecht, want de 'soul packs' die hij voor een flink bedrag aanbood, bleken gewoon onverkoopbare platen uit de late jaren tachtig te zijn. En 'The Strange World Of Northern Soul' kan evenmin waardering weg dragen bij de puristen. Hoewel ik nóóit lid word van de 'Appreciation Society' kan ik ergens toch wel iets van waardering weg dragen voor Levine. Hij durfde het per slot van rekening toch maar mooi even aan!

Ian's verhaal begint in de late jaren zestig als hij tijdens een vlucht naar Amerika tegenover Mickey Stevenson komt te zitten. De latere echtgenoot van Kim Weston is op dat moment A&R-manager bij Motown en de jonge Levine mag aan de hand van Stevenson een paar plaatjes uitzoeken. Als de Northern Soul in de vroege jaren zeventig definitief van de grond komt, is Levine er als de kippen bij, maar niet enkel als dj met origineel jaren zestig-vinyl. Levine heeft reeds in 1975 het voornemen om 'nieuwe' Northern Soul op te nemen. Het resulteert in 'Weak Spot' (juist..., daar komt de naam vandaan!) en 'Doomsday' van Evelyn Thomas, 'Reaching For The Best' van The Exciters en 'Stranded In The Wilderness' van Doris Jones. Stuk-voor-stuk nieuwe composities met tóch de 'spirit' van de jaren zestig-'stormers'. In de grote clubs wordt het echter niet serieus genomen. Levine is zelf rond 1980 nog een vooraanstaand dj, maar als The Casino in Wigan in 1981 de deuren moet sluiten, ziet hij met lede ogen aan dat het afgelopen is met de Northern. Hij ontwikkelt als antwoord daarop de 'Hi-NRG'. Evelyn Thomas mag de term introduceren in 'High Energy' en ook Miquel Brown doet goede zaken met 'So Many Men, So Little Time'. Goed beschouwd is het pure disco met het 'uplifting' van de Northern Soul. Hoewel Levine hiermee enkele hits scoort, wil de 'Hi-NRG' maar niet de impact krijgen van de eerdere Northern Soul. In de begin jaren negentig keert hij terug naar zijn oude liefde: Motown. Hij haalt Kim Weston en enkele andere voormalige Motown-artiesten over om nieuwe opnames met hem te maken. Hoewel bepaalde nieuwe composities niet onder doen voor het legendarische jaren zestig-werk wordt het weggehoond door de Northern Soul-puristen.

Levine blijft dromen van een plaatje dat de Northern Soul anno nu in vuur en vlam gaat zetten. Hij komt in de late jaren negentig een bandje op het spoor: All Points Bulletin. Levine is met name onder de indruk van de zanger, ene Steve Brookstein. Levine en Clive Scott (voorheen van de popgroep Jigsaw) schrijven samen (onder een pseudoniem) 'The Wrong Side Of Town' voor Brookstein en zijn maten. Het resultaat is een plaatje dat niet alleen klinkt, maar ook oogt, als een authentieke single uit de midden jaren zestig. 'The Wrong Side Of Town' verschijnt als The Four Vandals. Levine is echter ook diep onder de indruk van de vocale capaciteiten van Brookstein's vriendin (op dat moment): Kate Jackson. Aanvankelijk heeft Levine het idee om Brookstein en Jackson 'Ain't No Mountain High Enough' te laten opnemen, maar komt dan plotseling met 'This Time I'm Loving You'. En zó kan Levine twee 'vondsten' wereldkundig maken: Twee singles die veertig jaar lang over het hoofd zijn gezien en waarvan hij de volledige productie heeft opgekocht: 'The Wrong Side Of Town' van The Four Vandals op Boardwalk en 'This Time I'm Loving You' van Venicia Wilson op Tiptop. Met name met The Four Vandals resulteert het in een hysterie onder Northern Soul-fans. 'This Time I'm Loving You' doet het even héél goed in de Northern Soul, maar dat verhaal blijkt té ongeloofwaardig. In 2002 lekt uit dat Venicia Wilson in werkelijkheid een blanke Engelse zangeres is. Pas als Steve Brookstein in 2004 de 'X-Factor' wint, gaan er plots geruchten op dat Brookstein's stem heel erg lijkt op die van The Four Vandals. En heeft Levine hen ook niet voor het lapje gehouden met Venicia Wilson? Het betekent niet alleen een nekslag voor de carrière van Jackson, maar de geloofwaardigheid van Levine lijdt er het meeste onder. Brookstein is dankzij 'X-Factor' een populaire Engelse zanger geworden. Jackson maakt nog steeds uitstekende platen als Venicia Wilson, maar geen Northern Soul-dj die ze meer in de bakken wil hebben. 'Worth Every Drop Of Rain' is ongeveer een jaar oud en had zó voor een verfrissing in de ietwat duffe Northern Soul-wereld kunnen zorgen, ware het niet dat de puristen het niet serieus nemen en dat daarmee de kansen zijn verkeken.

Zelf koop ik de Goldmine Soul Sevens-heruitgave uit 2003 in de eerste maanden van 2012. Ik heb dan net kennis gemaakt met label middels 'You're Gonna Miss A Good Thing Baby' van John Bowie met 'Something's Bad' van The Nomads op de keerzijde. Ik val aanvankelijk voor 'Soul Sounds' van The Jokers. Okay, Goldmine schrijft het weg als Harvey & The Jokers, maar volgens mij is daar de verwarring met Dru Harvey & The Jokers, een dansorkest uit de Engelse Midlands van de vroege jaren zestig. Originele exemplaren vermelden eveneens The Jokers. En dan de kant van Venicia Wilson. Jullie zien het meteen? 'Venetia Wilson'. Tik dit in op Youtube en je komt bij videobeelden van Wilson Phillips in Venetië. Het duurt een hele tijd voordat het raadsel voor mij wordt opgelost en dan wil ik de plaat ook meteen als Week Spot hebben. Dat is dus precies drie jaar geleden: De eerste week in het huisje in Nijeveen. Ook ik denk even met een authentieke opname te maken te hebben, hoewel...? Ik vind het meteen té modern stereo klinken voor een jaren zestig-opname. Het is echter nog steeds een nummer waarvan ik goede luim krijg en dat me meteen terugbrengt naar mijn eerste (koude) nacht in Nijeveen. Ik ontwaak de volgende ochtend met de zon en Venicia is één van de eerste platen die ik deze zaterdagmorgen draai...

Levine blijft de snobs tegen de haren instrijken. Hij heeft al eens laten weten de disco te hebben uitgevonden (niet waar) en de elektronische dansmuziek (gedeeltelijk, de 'Hi-NRG' mondt in 1988 uit in de 'acid house'). Inmiddels probeert hij de snobs te overtuigen dat zij zonder zijn inbreng in de 'scene' bepaalde klassiekers nooit zouden hebben ontdekt. De 'trolls' zijn echter in de meerderheid en er moet wel een Gods wonder gebeuren, wil Levine ooit nog serieus genomen worden door de Northern Soul-kliek.

dinsdag 17 maart 2015

Week Spot: The Pioneers



In bepaalde gevallen kan ik niet lang wachten met een Week Spot. Zie in dat geval Terri Bryant en The Valdons. Soms probeer ik een Week Spot juist zo lang mogelijk uit te stellen. 'Naughty Boy' van Jackie Day is daarvan een voorbeeld, maar ook 'One Moment' van Sheryl Swope. Met deze van The Pioneers heb ik meteen het idee om deze Week Spot te laten worden als de lente officieel is begonnen. Dat zou dus volgende week moeten zijn, maar gezien het weer van het moment kan ik niet langer wachten. Waar Marboo vorig jaar mijn lente kleurde met 'What About Love', daar is op dit moment hetzelfde aan de hand met 'Broken Man' van The Pioneers. Eveneens een single uit de midden jaren zeventig met een even zonnig karakter. Een 'feelgood'-nummer bij uitstek. Bij deze vroege lente-uitbarsting kan het niet langer wachten en moet 'Broken Man' van The Pioneers (1976) deze week de Week Spot zijn.

Natuurlijk is The Pioneers een bekende naam, maar zelf heb ik de link nog niet zo snel gelegd als ik het voor het eerst hoor en een paar minuten later een exemplaar op Discogs koop. Pas als ik mijn aankoop kenbaar maak in een Facebook-groep wordt het al snel bevestigd door deez' en gene: Dit is inderdaad de Jamaicaanse Pioneers van de reggae-hits 'Let Your Yeah Be Yeah' en 'Long Shot Kick De Bucket'. Dat maakt het schrijven van een berichtje bij de kersverse Week Spot een stuk eenvoudiger, want over The Pioneers is genoeg geschreven. Voor het uiterste begin verplaatsen we ons naar Jamaica en naar het jaar 1962. De broers Sydney en Derrick Crooks vormen met hun vriend Winston Hewitt de eerste bezetting van The Pioneers. De gebroeders Crooks worden financieel ondersteund door hun moeder als The Pioneers de Treasure Isle-studio in gaan om hun twee eerste opnames te maken: 'Good Nanny' en 'I'll Never Come Running Back To You'. De plaatjes verschijnen op het Caltone-label, maar niemand die weet precies wanneer. Feit is dat Hewitt in 1966 naar Canada emigreert en dat The Pioneers dan al een flinke reeks singles heeft gemaakt zonder enig succes. Voor het volgende jaar mengt Glen Adams van The Heptones zich bij de groep ter vervanging van Hewitt. In de zomer van 1967 valt het doek aanvankelijk als Sydney concerten gaat promoten en Derrick werk buiten de muziek aanvaardt.

Sydney wordt werkzaam in de platenzaak van Joe Gibbs en is hierdoor al snel weer in de studio te vinden. In 1968 wil Sydney 'Give Me Little Loving' opnemen en ziet dan opeens een knaapje voor de studio zitten. Hij vraagt hem of hij kan zingen als blijkt dat het ventje geknipt is voor het nummer wordt hij ter plekke aangenomen als leadzanger van The Pioneers. Zijn naam is Jackie Robinson. The Pioneers opereert tijdelijk als duo en heeft daarmee wel haar eerste succes. Ze werken samen met de legendarische Lee 'Scratch' Perry en deze schrijft 'Longshot' voor The Pioneers: Een eerbetoon aan een renpaard. Het dier is jarenlang actief, maar is zó ongelukkig dat het een legende op zichzelf wordt. Toch is het niet gemakkelijk werken met Gibbs. Eerst vertrekt Perry en vervolgens ook The Pioneers. De laatste vindt onderdak bij Leslie Kong. Dat zal voor The Pioneers de ommezwaai worden.

Kong werkt ook met Desmond Dekker en het is wellicht hierdoor dat The Pioneers kennis maakt met George Agard, de halfbroer van Desmond. Hij maakt het trio compleet. In 1969 wordt bekend dat Longshot, het renpaard, tijdens zijn 203e race is overleden en Kong wil dat The Pioneers zo snel mogelijk met een vervolg op 'Longshot' komt. Dat resulteert in 'Long Shot Kick De Bucket'. In Engeland steekt de skinhead-beweging juist van wal en daar wordt 'Long Shot Kick De Bucket' warm onthaald. Het bereikt de Engelse hitparade en tijdens een tournee besluiten de leden zich in Engeland te vestigen. In 1971 scoort de band een Engelse top vijf-hit met 'Let Your Yeah Be Yeah' (een bescheiden nummer 34 in ons land) en heeft The Pioneers een derde Engelse hit met 'Give And Take' in 1972. Hoewel de hits opgedroogd zijn, blijft de groep onverminderd populair. Het is in 1975 de eerste reggae-band dat op tournee gaat door Japan. Bij thuiskomst dient zich een nieuwe producer aan: Eddy Grant.

Eddy is in de jaren daarvoor de leadzanger van The Equals. Hoewel het her en der grenst aan soul en reggae, is de muziek van The Equals vooral 'gestamp' van het niveau Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich. Eddy wordt in 1976 de nieuwe producer, maar geeft opeens de voorkeur om The Pioneers te benaderen als zijnde een soul-groep. Omdat 'Give And Take' alweer drie jaar geleden is, besluit The Pioneers het over deze boeg te gooien. De elpee 'Feel The Rhythm' levert drie singles af, waarvan 'Broken Man'zonder meer de beste is. Hoewel de critici best te spreken zijn over deze gedaantewisseling slaagt The Pioneers er niet in om een verkoopsucces te behalen. Kort daarop valt de groep uiteen. Sydney gaat in eerste instantie produceren en zoekt zijn broer op in The Slickers. Van 1979 tot en met 1989 is het trio terug en beleeft in dat decennium een tweede hitnotering voor 'Long Shot Kick De Bucket' alsook de opname van hun benefietsingle 'Starvation' in 1985. In 1989 valt de groep wederom uiteen, maar is sinds 1999 weer van de partij.

'Broken Man' zit in Engeland in een lastig parket: De 'Wigan-soulies' moeten hier helemaal niks van weten, maar in progressievere kringen wordt het wel gewaardeerd, zeker nadat het jaren een 'cover-up' is geweest. Sinds de laatste maanden zit de plaat weer in de lift, evenals Marboo. Met die laatste kan ik een invloed zijn geweest, in het geval van The Pioneers kan ik alleen nog proberen om het nóg groter te maken dan het al is!