donderdag 13 juni 2013

Raddraaien: Bee Gees



Het liefste had ik vandaag de singles round-up gedaan, maar ik wacht nog steeds op de derde single. Omdat dit toch best wel een gokje is geweest, wacht ik liever even als-ie is gearriveerd. Natuurlijk, het liedje ken ik wel, maar het is de eerste aankoop via de Facebook-groep en de plaat ontbeerde een kwaliteitsbeoordeling. Toch zie ik het wel goed komen, de verkoper zal me niet voor niets een vriendschapsverzoek hebben gestuurd en de kritieken op mans' handel zijn lovend. Hij heeft hem afgelopen zaterdag gepost in Wales, dus kon elk moment op de mat liggen. Vandaag dan maar Raddraaien en eigenlijk ook wel een toepasselijk plaatje. Vandaag hebben veel scholieren de examenuitslag gekregen. Mijn eindexamen dateert van 1991 en tussen school en uitslag zitten heel veel singles. De vaste Soul-xotica-bezoeker kan dat weten, want daarvoor had ik tot een jaar geleden de serie 20 Years Ago Today. De Raddraaier van vandaag heet 'Don't Wanna Live Inside Myself' en is van een minder grote hit van The Bee Gees uit 1971.

Nee, The Moody Blues heeft de vinyl-hobby in werking gezet, maar het is The Bee Gees die de gang erin bracht. Dat had ook nog iets met school te maken. Een boekbespreking voor Nederlands in de tweede klas van de LEAO. Het zal geen verrassing zijn geweest dat mijn boekenkeuze nogal afweek van die van de overige leerlingen. Ik heb in dat kader namelijk ook de biografie van BZN gelezen, maar vond het licht gênant om daar voor de klas over te vertellen. Die laatste spreekbeurt heb ik met de nodige grappen en grollen de onvoldoende in gewerkt om vooral niet als een 'fan' te worden bekeken. Ik had het boek geabsorbeerd en was dus heel stiekem wel die 'allesweter'... Bij The Bee Gees kostte dat minder kleur op de wangen en dat leverde een ruime voldoende op. Ook hier regende het trivia en... ik weet er nog steeds veel over te vertellen!

Ik meld me aan voor een verzamel- en hobbybeurs in Heeg in september 1989. Natuurlijk zal ik er present zijn met mijn verzameling Citroën-modelauto's, maar tegen die tijd ben ik die hobby een beetje ontgroeid en doen de singles hun intrede. Om te laten zien dat ik naast autootjes ook platen van The Bee Gees verzamel, moet in een paar weken tijd het gaspedaal erop. Het lukt! Ik heb er vijf als de beurs plaats heeft. ('Ordinary Lives', 'Don't Forget To Remember', de live-single 'To Love Somebody' en de Robin Gibb-singles 'Saved By The Bell' en 'One Million Years'). Het is overigens de laatste keer dat ik me met de autootjes in het openbaar vertoon, dit is wel het officiële startpunt van de verzameling. The Bee Gees blijft de daaropvolgende jaren een terugkerend iets. De eerste twee jaar verzamel ik met gemak alle grote hits, de iets moeilijker vindbare singles sprokkel ik in de jaren daarop bijeen. 'Don't Wanna Live Inside Myself' is, zoals ik het kan beoordelen, best een buitenkansje geweest. Ik kocht deze single in mei of juni 1991 en ben hem niet vaak tegen gekomen.

Maar laten we eens kijken naar het hoesje. Wie is toch dat vierde lid? De spreekbeurt van 1989 is lang geleden en dus moest ik even het wereldwijde rag op om het antwoord te zoeken. Zélf denk ik het eerst aan Blue Weaver, de toetsenist, maar die is pas na 1975 bij de groep gekomen. Het antwoord is: Alan Kendall. In het jaar van 'Don't Wanna Live Inside Myself' komt hij bij The Bee Gees als hun leadgitarist. The Bee Gees had toen al ruim twee jaar geen vaste leadgitarist gehad, nadat hun Australische vriend Vince Melouney hals-over-kop terug moest. Kendall is een Engelsman die bijna 69 jaar geleden werd geboren in Lancashire. Zijn eerste band is Kris Ryan & The Questions, ook maakt hij deel uit van The Glass Menagerie, maar de eerste van betekenis is Toe Fat. Cliff Bennett (van The Rebel Rousers) is de leadzanger en de toetsen worden beroerd door Ken Hensley (later van Uriah Heep). In 1971 treedt hij, zo gezegd, toe tot The Bee Gees en hij blijft voor een lange tijd aan hun zijde. Hoewel zijn rol ondergeschikt is, wordt hij als een volwaardig lid beschouwd en deelt mee in de royalties van de gebroeders.

woensdag 12 juni 2013

Raddraaien: Three Degrees



Als het een beetje mee zit, hoop ik voor het weekeinde nog een tweede singles-round up te kunnen presenteren en volgende week een derde. Het gaat lekker op het moment. Ik ben vorige week lid geworden van een groep op Facebook, The Hassle-Free Record Selling Group, en dat is aan één kant smullen, maar soms valt me de mond echt open. We zitten ruim over de drieduizend leden en onder de leden bevinden zich ook de 'grote spelers'. De aangeboden plaatjes variëren sterk, maar per dag worden er ruim twintig geadverteerd die meer dan 200 pond moeten kosten. Zo zie je een aanbieding van duizend pond op je scherm en wordt de advertentie vijf minuten later aangepast: SOLD. Tsja, ik doe dan meer het 'grondwerk', ook al heb ik vandaag een íets duurder plaatje gekocht. Het is kinderspel voor menig groepslid. De Raddraaier van vandaag komt uit de Blauwe Bak en kostte helemaal geen drol. Ik heb hem vorig jaar gekocht bij buydiscorecords.com en zal dus vast niet meer dan drie pond hebben gekost. Dat je soms nog meer plezier kan hebben van zo'n plaatje bewijst 'You're The Fool' van The Three Degrees (1971).

Noem eens een groep die uit vijftien dames bestaat. Juist! The Three Degrees... Hoewel het altijd een trio is geweest, zijn er vijftien vrouwen die in een bepaalde graad (..., Engelse grapjes werken hier niet...) een Degree zijn geweest. Bovendien zien we dat de langstlopende bezetting van de groep helemaal niet de meest succesvolle is geweest. Op zijn minst een groep een aparte geschiedenis, om het zwak uit te drukken. The Three Degrees begint haar eerste leven in 1963 met Fayette Pinkney, Linda Turner en Shirley Porter. Het is toch nog hetzelfde jaar bal als Turner en Porter de groep verlaten. Helen Scott houdt het na drie jaar voor gezien, Janet Harmon een jaar langer. De dames hebben dan al hun eerste twee Billboard-hits gehad: 'Gee Baby I'm Sorry' (1965) en 'Look In My Eyes' (1966) maken een geringe indruk. De groep wordt begeleid door Richard Barrett (deze zal vast niet Syd, zoals menig Engelse Richard, genoemd worden?). Barrett heeft als songschrijver en producer zijn sporen verdiend met onder andere The Chantels. Onder zijn leiding nemen The Three Degrees in 1966 een nieuwe versie op van de Chantels-hit 'Maybe', maar deze flopt genadeloos.

In 1967 rommelt het goed in de bezetting. Janet Harmon vertrekt en wordt tijdelijk vervangen door Sundray Tucker en Sonia Goring. De eerste is beter bekend als de zangeres Cindy Scott en Goring is een voormalig lid van The Chantels. Dan komt Valerie Holiday op het toneel en met Sheila Ferguson (sinds 1966 lid) vormt Pinkney dan de meest succesvolle formatie. Holiday is nog immer lid van de groep, Pinkney houdt het tot 1976 vol en Ferguston tot en met 1986. In 1968 neemt het trio de Northern Soul-klassieker 'Contact' op, maar ook die flopt hopeloos. In 1970 laat Barrett The Three Degrees bij Roulette tekenen en dan gaat het ietsje beter. Ze nemen een nieuwe versie op van 'Maybe', nu met Holiday als leadzangeres, en het wordt een grote hit. 'You're The Fool', onze Raddraaier, is een minder succesvolle opvolger. Kenny Gamble en Leon Huff verzamelen alle talentrijke groepen uit de omgeving van Philadelphia voor hun Philadelphia International Records-label en ook The Three Degrees valt de eer te beurt. 'Dirty Ol' Man' is alleen in Nederland en België een grote hit, 'Year Of Decision' veroorzaakt deining in Engeland, maar met 'When Will I See You Again' veroveren ze de hele wereld. Met name in Engeland is de groep een topattractie. In 1975 verschijnt een live-concert in Leicester op de plaat. Het is één van de vele live-registraties die zullen volgen.

In 1978 tekent het trio (Holiday, Ferguson met eerder lid Helen Scott) bij Ariola en gaat intensief samenwerken met disco-producer Giorgio Moroder. In de vorm van 'Giving Up Giving In' en 'The Runner' levert de groep dat enkele grote hits op. Daarbij komt de groep andermaal in de publiciteit als ze optreden tijdens het feest ter ere van de dertigste verjaardag van Prince Charles. Het trio is eveneens uitgenodigd op het feest voorafgaand aan het huwelijk van Charles en Diana. Er verschijnen in de jaren tachtig nog enkele live-albums en mist de groep in 1985 ternauwernood de hitparade met 'The Heaven I Need', een productie van Stock, Aitken & Waterman. Helen Scott gaat in 1986 met zwangerschapsverlof en wordt zolang vervangen door Miquel Brown. Ferguson verlaat het schip na twintig jaar en heeft verschillende vervangers. Holliday en Scott blijven de enige constante leden. In 1993 is er een klein succesje als ze 'When Will I See You Again' opnieuw op de plaat zetten, nu met ex-Modern Talking-helft Thomas Anders. De plaat kenmerkt ook hun terugkeer bij Ariola. Het succes is van korte duur.

Van de vijftien dames is alleen oprichtster Fayette Pinkney niet meer onder ons. Zij is op 27 juni 2009 na een kort ziekbed overleden, nog maar 61 jaar jong. Holliday, Scott en Cynthia Garrison maken van 1989 tot en met 2010 deel uit van The Three Degrees en dat is in de historie, inmiddels een halve eeuw, de langstlopende bezetting. In 2011 is de plek van Garrison ingenomen door Freddie Pool. En dan tel ik er twaalf. Ach vooruit! We doen de andere drie ook nog even: Vera Brown (1986-87), Rhea Harris (1987-88) en Victoria Wallace (1988-89). Ik wil geen scheve gezichten hebben en al helemaal geen ruzie met vijftien dames.

dinsdag 11 juni 2013

Week Spot: Etta James



Wie mijn verrichtingen op Soul-xotica en Wolfman Radio heeft gevolgd, kan dit niet als een verrassing ervaren. Ik heb de plaat niet alleen een vuurdoop gegeven in Do The 45, maar heb hem 's avonds opnieuw gedraaid in Drive-In Saturday. Gelukkig ben ik niet de enige die mesjogge is van deze plaat, ik kreeg een paar leuke reacties. Ik weet niet wat me een paar maanden geleden heeft bezield. Ik had de single toen al zien staan en mijn mond was open gevallen bij het beluisteren van de 'soundfile'. Het is waarschijnlijk voorbij gegaan omdat Polo zoveel moois te koop heeft en hij een doorlopende voorraad heeft. Het zou me niet verbazen als hij nu al een tweede exemplaar te koop heeft staan. Ditmaal was ik echter wel zeker van mijn zaak en lag de plaat al vóór het refreintje in de winkelmand. De Week Spot is deze week voor niemand minder dan Etta James en haar fabeltastische uitvoering van 'I Got You Babe' (1968).

Haar moeder Dorothy Hawkins is pas veertien lentes jong als ze bevalt van de kleine Jamesetta. Jamesetta zal haar moeder nagenoeg nooit zien, maar in 1987 ontmoet ze haar, vermoedelijk, biologische vader Rudolf Wanderone. Hij is beter bekend als Minnesota Fats, een pool-speler. Ze groeit op in verschillende gastgezinnen en krijgt de eerste muziek binnen via James Earl Hines, de muzikaal leider van het gospelkoor Echoes Of Eden. Ze ontwikkelt alras een schare fans in de kerk, terwijl gastouder Sarge probeert om daaraan geld te verdienen. Hij dwingt haar eveneens te zingen voor zijn dronken kameraden en dit heeft tot gevolg dat Etta een trauma oploopt. Zodra ze druk ondervindt om te moeten zingen, klapt ze dubbel. Sarge's vrouw Mama Lu overlijdt in 1950 en Etta verhuist naar Fillmore, San Francisco. Als veertienjarige, de leeftijd dat haar moeder van haar beviel, is Etta één van The Creolettes en ontmoet ze Johnny Otis. Hij stuurt erop aan dat The Creolettes hun naam veranderen tot The Peaces. Jamesetta gaat vanaf dat moment als Etta James door het leven. 'Dance With Me Henry', een antwoord op Hank Ballard's 'Work With Me Annie', is Etta's eerste hit. Tot 1960 blijft ze verbonden aan Modern, waarna ze tekent bij Chess.

Dat luidt een periode in die haar vetste jaren zullen zijn. Hoewel James een kortstondige relatie heeft gehad met B.B. King, die naar verluid 'Sweet Sixteen' voor haar heeft geschreven, ontmoet James kort na haar komst bij Chess de arranger Harvey Fuqua. De eerste helft van de jaren zestig ziet onder andere de oorspronkelijke releases van 'At Last' en 'I Just Want To Make Love To You', maar deze liedjes zullen pas jaren later op waarde worden geschat. Etta heeft desondanks wel een aantal hits op haar naam staan. 'Something's Got A Hold On Me' bijvoorbeeld. Dit plaatje doet het overigens beter op de Rhythm & Blues-hitparade dan in de Billboard, maar bereikt in Amerika nog steeds de top 40. In 1963 verschijnt het album 'Etta Rocks The House', een live-opname welke laat horen dat James vooral een artieste is die je eens 'live' hebt moeten mee maken. Maar de British Invasion en het Motown-geweld heeft enige tijd een nadelige invloed op James' carriére, die in 1965 scheuren begint te vertonen. Ze slaat echter hard terug met het album 'Tell Mama' uit 1967. Het titelnummer is een grote hit en een nummer om de vingers bij op te eten. De b-kant van de single is de meest definitieve versie van 'I'd Rather Go Blind'. In dezelfde periode produceert ze eveneens haar rauwe versie van Otis Redding's 'Security'. Alles wat Etta opneemt, wordt ondergedompeld in haar specifieke saus. Zo ook de pop-hit 'I Got You Babe', drie jaar eerder een groot succes voor Sonny & Cher.

Als platenbaas Leonard Chess in 1969 overlijdt, is dat een klap in het gezicht voor Etta. Ze blijft echter wel platen maken voor Chess. Ze hervindt zichzelf en maakt in 1973 een titelloos album, dat bol staat van de rock- en funk-invloeden. Ze gaat op die voet verder tot en met 1978. In dat laatste jaar speelt ze als voorprogramma voor The Rolling Stones, maar de platen verkopen maar mondjesmaat. Ze neemt na 18 jaar afscheid van Chess en tijdelijk ook van de muziekbusiness. Alcohol en drugs hebben haar leven dan al in de houdgreep. Haar eerste album na lange afwezigheid heet 'Seven Year Itch' en verschijnt in 1989 bij Island. 'I Just Wanna Make Love To You' wordt in 1995 opnieuw een hit nadat het in een reclame te zien is geweest. Een andere 'golden oldie' uit haar repertoire, 'Seven Day Fool', is al jaren een favoriet op Northern Soul-feesten. Etta blijft echter onverminderd actief met 'nieuwe' muziek. Haar muziek gaat van generatie op generatie. Zowel de Zweedse dj Avicii als rapper Flo Rida gebruiken anno 2011 samples uit James''Something's Got A Hold On Me'. Ze sukkelt sinds 2010 met haar gezondheid, op 20 januari 2012, vijf dagen voor haar 74e verjaardag, blaast ze haar laatste adem uit.

Vreemd toeval wil dat Johnny Otis, haar ontdekker in de jaren vijftig, drie dagen ervoor sterft en dat 36 dagen voor Etta één van haar muzikale begeleiders het leven laat. Een rampzalige tijd voor de soulmuziek, want ook Isaac Hayes en Jimmy Castor overlijden in deze periode.

maandag 10 juni 2013

Raddraaien: The Kirby Stone Four



Laatst werd ik weer eens aan Recenzeuren herinnerd. Dat heb ik inderdaad al een tijdje niet meer gedaan, maar het werd dan ook steeds lastiger om leuke concerten te behandelen die ik nog kan herinneren. Ik mag wel zeggen dat driekwart van de concerten zijn opgegaan in alcoholdampen. De Video Draait is ook zo'n geval. Er is een tijd geweest dat jullie werden dood gegooid met die rubriek (zomer 2011) en toen werd het even heel erg stil. Begin 2012 pakte ik de draad weer op en in de zomer was het voorbij. Niet dat er geen keuze meer was aan films, integendeel, maar Facebook-groep (in eerste instantie) en Wolfman Radio (niet veel later) hebben ervoor gezorgd dat ik moeilijk meer de tijd kan nemen om een film op te zetten. De laatste paar weken was het zonde. Ik bracht dan zes films terug, waarvan ik er twee had gezien. Vandaag kunnen we ons dan toch nog een beetje bezig houden met het medium, want de Raddraaier is 'The Great Escape March' van The Kirby Stone Four (1963). En over dat groepje is niet zoveel te vertellen...

Toegegeven: Er zijn groepen die minder hebben gepresteerd, maar de geschiedenisboeken hebben niet veel ruimte gereserveerd voor The Kirby Stone Four. Het kwartet van Stone bevat, behalve hemzelf, de stemmen van Eddie Hall, Mike Gardner en Larry Foster. De groep komt vlak na het einde van de Tweede Wereldoorlog bijeen in New York. Aanvankelijk speelt de zanggroep in het lokale club-circuit, maar breekt middels The Ed Sullivan Show op nationaal niveau door. Tegen het eind van de jaren vijftig heeft The Kirby Stone Four een zodanig herkenbaar geluid opgebouwd, dat gerefereerd wordt aan de 'Go-sound'. Dit is een mix van jazz en vroege rock'n'roll. Op de albums wordt het kwartet bijgestaan door Jimmy Carroll, Kai Winding en nog een paar grote bandleiders. Het meeste neigt de groep naar rock'n'roll in een samenwerking met The Tokens, bekend van 'The Lion Sleeps Tonite', onder de naam United States Double Quartet. In 1963 krijgt het epos The Great Escape een verfilming en Kirby Stone laat die kans niet aan zich voorbij gaan. 'The Great Escape March' wordt als single uitgebracht. Kirby Stone regisseert eveneens voor de televisie en overlijdt op 13 juli 1981 op 63-jarige leeftijd. Over het lot van de andere zangers is weinig bekend.

The Great Escape is op meerdere fronten een film van proporties. De rolprent duurt maar liefst twee uur en vijfenveertig minuten en de kijker maakt in die tijd de 'ontsnapping van de eeuw' mee. Het is gebaseerd op het boek van Paul Brickhill, destijds een van de gevangenen in Stalag Luft III. Voor de film zijn echter kleine fictieve details toegevoegd om het spectaculairder te krijgen. In de oorspronkelijke ontsnapping ontbreekt een vliegtuig, evenals de motorfiets. Dat laatste wordt op verzoek van hoofdrolspeler Steve McQueen toegevoegd. McQueen is een behendig stuntrijder en voert de hele scéne uit met uitzondering van de laatste sprong. Voor de hulp om tunnels te bouwen voor de film werd de hulp in geroepen van de Canadezen. De oorspronkelijke 'tunnelkoning' Wally Floody heeft dan ook intensief meegewerkt aan de totstandkoming van de film.

De makers van de film zijn er niet op achteruit gegaan. Na een paar weken gedraaid te hebben, was er reeds een omzet van 11 miljoen dollar neergezet. De productie had vier miljoen gekost, voor 1963 een gigantisch bedrag! Rotten Tomatoes geeft de film een waardering van 92 procent en dat is niet beroerd! Er zijn toch enkele critici die een harde noot kraken. De film zou té mechanisch zijn en de karakters ongeloofwaardig. Toch is iedereen het over één rol eens, die Steve McQueen tilt de film naar een hoger niveau! De mooiste recensie krijgt de film ruim 45 jaar na dato als deze in Stalag Luft III wordt opgevoerd voor de échte veteranen. Zij zijn unaniem van mening dat de scénes van het kamp en van de bouw van de tunnels zeer dicht in de buurt van de waarheid bevinden.

Morgen ga ik jullie een nieuwe Week Spot presenteren, woensdag gaan we Raddraaien met een single uit de Blauwe Bak.

zondag 9 juni 2013

Schijf van 5: Drive-In Saturday



Het was een gekke week. Terwijl de rest van Nederland, en terecht, volop genoot van het mooie warme weer, bracht ik elk vrij moment thuis door. Geen tijd (of puf) voor fiets- en wandeltochten. Ik kreeg een week geleden een brief van de woningstichting dat het gras weer eens gemaaid moest worden, is er evenmin van gekomen. Vanavond heb ik dan toch eindelijk een stukje ontspannen gelopen, maar ja... warm was het niet en de zon was ook alweer verdwenen. Eigenlijk zou ik vandaag een Schijf doen over de kleur rood, maar ik heb door alle drukte niet nagedacht over kandidaten. Ik zou nu vijf plaatjes uit de mouw kunnen schudden, maar het is beter hem even uit te stellen. Tegen het einde van Drive-In Saturday werd ik in de chatroom door Marianne gevraagd of ik mijn ultieme favoriet kon draaien óf kon aangeven welke gedraaide plaat dat moest zijn. Oef! Nee, geen échte favorieten, maar wel allemaal platen die ik erg goed vind. Ik draaide gisteravond in dat kader 'Make Me Belong To You' van Barbara Lewis, maar ik ben er vanavond écht even voor gaan zitten en de vijf meest favoriete platen eruit gepikt.

In het bericht van gisteren kwam Marguerita al even voorbij, beter bekend als Meg van Meg's Little Room op de vroege zondagochtend (1 tot 3 onze tijd). Meg is gestationeerd in Michigan, dus voor haar is het een fatsoenlijk tijdstip. Meg draait twee uren lang alternatieve gitaarrock en zet in iedere uitzending een groep of artiest in de schijnwerpers. Ik was een paar weken geleden op het onchristelijke tijdstip op Facebook en bemerkte toen dat Meg een 'special' had over The Yeah Yeah Yeah's. Ze draaide op mijn verzoek 'Honey Bear' van dat 'ding' dat na 'Fever To Tell' kwam. En... het bracht zowaar iets van het enthousiasme voor de groep terug, zelfs het latere werk klonk opeens aantrekkelijk. Toen ik de platen klaar zocht voor Drive-In Saturday moest daar natuurlijk ook Yeah Yeah Yeah's bij als verrassing voor Meg. En die was verrast! Ik zet 'Y Control' van The Yeah Yeah Yeah's (2003) op vijf.

Ik ben dol op titels waar ik 'iets' mee kan. Het kwam erg gelegen dat ik op het laatst nog 'Hot Burrito' van The Flying Burrito Brothers (1971) uit de bak haalde. Kon ik met een slap excuus eindigen: 'Tried so hard to please her'. Als Drive-In Saturday al een bepaald toontje heeft, dan mag deze van The Flying Burrito Brothers niet ontbreken. De 'more music variety' waarmee we Wolfman Radio adverteren, moest gedurende Drive In-Saturday in het oneindige worden getrokken. Een beetje goede countryrock kan geen kwaad in zo'n geval. Maar dát zijn pas slappe excuses. Jezelf verdedigen om een plaat van The Flying Burrito Brothers te draaien. Terwijl het gewoon een steengoede groep was met nummers die veertig jaar later nog staan als een huis. En 'Tried So Hard' is dan altijd een favoriet en dus mag die op vier.

Nee, de nummer drie zal ik evenmin aanduiden als een favoriet, alhoewel? De spaarzame keren dat ik de plaat op zet, krijg ik wel zoveel last van goede luim dat het eng wordt. En gisteren gebeurde dat opnieuw, ik kon me niet inhouden en moest 'Ella Fue' van The Fania All Stars erna draaien. Het was aan het begin van de show en toen kwam ik pas lekker op stoom. Daarom zet ik deze plaat vol ornaat op nummer drie: 'Demasiado Corazon' van Mink DeVille (1984).

Rond 2003 begon ik de jaren tachtig-muziek weer te waarderen en ontdekte toen een aantal 'vergeten' parels. Wat te denken van onze nummer twee? Hij zat ergens ver weggestopt in mijn geheugen toen ik de plaat bij Rob Stenders hoorde. De liefde was daar! Ik had de single jaren ervoor eens op een rommelmarkt gekocht en ben pas in vroeg 2004 begonnen hem regelmatig te draaien. Toch kwam er weer een tijd dat-ie net zo hard werd vergeten. Toen kwam ik de single een paar weken geleden opnieuw tegen en moest ik hem even draaien... Bij de samenstelling van Drive-In Saturday behoorde hij meteen als favoriet voor de speellijst en ik heb er zowaar nog een luisteraar blij mee verrast! Op twee staat 'Dreamtime' van Daryl Hall (1986)

Ik noemde Polo al bij de Singles round-up van afgelopen maandag. Polo heeft een hele fijne webwinkel, The Modernists Emporium. Naast diverse Mod-memorabilia heeft hij vooral een doorlopende voorraad van singles, allen voorzien van complete (!) soundfiles die je ook nog kan downloaden! Laatst ben ik weer eens zijn hele voorraad door gegaan, niet alleen voor Barbara Acklin en Etta James, maar ook om enkele nieuwe dingen te leren kennen. En dan... sta ik opeens oog-in-oog met 'Comme J'ai Toujours Envie D'aimer' van Marc Hamilton. Waarom? Vanwege de b-kant. Wat is dat? 'French Mod-Psych-Sitar-Beat'. Ja hoor... Nee, ECHT! Wat een parel!!! Het was duidelijk dat die ook in Drive-In Saturday moest. De plaat is momenteel zo'n hit bij mij, dat ik hem nu dan ook op nummer 1 zet: 'Tapis Magique' van Marc Hamilton (1970).

Volgende week is het feest! Nee, niet echt op Soul-xotica, maar Nijeveen heeft dan wel de feestweek. Leek me toch even leuk om een Schijf te doen die iets met Nijeveen van doen heeft. Volgende week wil ik vijf liedjes behandelen met boeren of boerderijen in de titel.

zaterdag 8 juni 2013

levendige radio



Toen ik gistermiddag de proefuitzending had gehad en me tijdens die 40 (!) minuten, zo bleek achteraf, als een vis in een ruime kom had gevoeld, moest ik me enorm bedwingen. Ik wilde het wel van de daken schreeuwen, maar ja, het station heeft immers een reputatie hoog te houden. En die reputatie is vanwege de live-uitzendingen. Dat er her en der nog wel eens een van tevoren opgenomen show wordt afgespeeld, is me als 'insider' wel bekend. Ook dat een collega ruim een half jaar opgenomen shows heeft gedaan. Ik heb hem namelijk 'betrapt' als luisteraar. Ik heb er het afgelopen half jaar alles aan gedaan om het zoveel mogelijk 'live' te houden. ik heb gisteren alleen enkele naaste vrienden ingelicht over het feit dat ik 'live' zou gaan. Totdat de presentator vóór mijn show doodleuk in het openbaar gaat vertellen dat ik mijn eerste 'live'-show ga doen. Nou zeg...?

Hij herhaalde het ook nog eens tweemaal. Ik zou het van hem niet verwachten, want hij is 'programmaleider'. En toch doet het me goed nu de spanning ervan af is. Hij telt af bij twee minuten en de omschakeling is moeiteloos, ook al moeten de luisteraars wel even hun browser verversen. Dat gebeurt toch altijd? Ik start met een lange jingle en zet de eerste platen met trillende handen op. Even vlug 'monitoren' via de speakers van de laptop en het klinkt fantastisch. Het enige waarover ik zorgen heb, zijn de jingles. Die klinken op het mengpaneel zeer op de achtergrond en die kan ik niet harder krijgen. Geen probleem, ze zijn luid en duidelijk en in balans met muziek en presentatie. Na twintig minuten begin ik te ontspannen en wordt het pas echt leuk. Ik heb tot en met 'Beside The A-side' de speellijst gemaakt. Ik heb daarna nog twee singles geselecteerd en de rest...? Vergeten? Over het hoofd gezien? Of toch stiekem de drang naar improvisatie? Ik schat het laatste. ,,Zeer afwisselende lijst", hoor ik van verschillende kanten. Dat gaan we dus vaker doen!

Dan is het mijn beurt om het stokje over te geven aan 'soulbrother' Paul. Ik hou de linkerhand bij de muis van de laptop, zodat ik snel kan verversen. En wat gebeurt er? Nauwelijks twee tellen nadat mijn 'Blowin' Your Mind' van John Schroeder Orchestra wordt afgekapt (door mezelf), klinkt opeens 'Can't Sit Down' van Phil Upchurch Combo, de herkenningsmelodie van Paul's programma. Niks geen verversen... ,,We are professionals", is het broodnuchtere antwoord van Paul. Ik zweer jullie: Sinds ik naar Wolfman luister, heb ik nog niet één keer meegemaakt dat een overschakeling zó soepel ging. Ik neem de complimenten in ontvangst en zweef op een wolkje. En kan ik me gaan opmaken voor het volgende.

Ik had vanochtend ten behoeve van Drive-In Saturday ongeveer honderd elpees uitgezocht, mijn reserve-blauwe bakken en een lukrake bak jaren zestig-singles (G-H). Opnieuw weer geen speellijst of iets dergelijks. Ik wil met 'Serenade' van Steve Miller Band beginnen, maar herinner me bijna 'last minute' 'Are You Gonna Go My Way' van Lenny Kravitz. Kijk, dat noem ik een start! Steve zit in het programma voor mij en maakt in zijn show nog wat leuke reclame voor mij. Daar mag ik wel over, ik doe dat ook bij collega's. Als ik hem vertel van de moeiteloze wisseling met Paul belooft hij dat dat niet bij hem gaat gebeuren. Dat komt uit... Er moet ververst worden, maar verder is het een goede omschakeling. De drie uren zijn voorbij gesjeesd. In het begin heb ik nog zorgen of ik wel de juiste platen heb uitgezocht, maar de dingen gaan vanzelf. De chatters kiezen hun favorieten van 'Siren' van Roxy Music, 'Let It Be' van The Beatles en 'Harvest' van Neil Young en ik kleed het verder aan met een bonte slamix. Van Hasil 'Haze' Adkins tot Sabrina en van Grapefruit ('Dear Delilah') via Blue Cheer en Led Zeppelin naar Dead Moon, The Dirtbombs en The Dukes Of Hamburg. Zo'n show smaakt naar meer, daar ben ik het met de luisteraars over eens. Wie weet?

Marguerita neemt om één uur onze tijd het stokje van mij over, opnieuw moet de browser ververst worden. Dan weet ik het: Het moet 'beginnersgeluk' zijn geweest...

vrijdag 7 juni 2013

Raddraaien: David Bowie (& Pat Metheny)



Dit blog-ding blijft een raar apparaat. Als beheerder van zo'n publieke praatpaal krijg je inzichten toe gespeeld van de dames en heren Blogger. Sommige dingen kan ik niet geloven. Hoezo 33.000 pagina-weergaven. Tsja, we zijn ook al drie jaar bezig, dus dan valt het wel mee? En hoe telt Blogger eigenlijk hoe berichten worden gelezen? Hij geeft een gemiddelde aan van zeven per bericht, met enkele forse uitschieters, maar laatst liet die zien dat er maar liefst zestig bezoekers deze pagina hadden gezien. En blijkbaar vijf die het bericht hebben gelezen? Okay, ik weet het, we doen het goed op Google en er zijn een paar steekwoorden die het altijd goed doen (denk maar aan dat jaren zestig-bandje uit Zoeterwoude...). Soms krijgen die gegevens opeens een gezicht en zo kon het gebeuren dat ik gisteravond na het schrijven van mijn bericht nog even in mijn Gmail keek. Dus hierbij wil ik even wuiven naar Michel, voormalig lid van de Friese groep Travis. Die had ik in augustus in een aflevering van Recenzeuren. Leuk om iets te vernemen van mijn lezers, want ik heb ze blijkbaar toch...

Voordat ik het vergeet... het grootste nieuws van vandaag: Ik heb vanmiddag een 'proefuitzending' gedaan van 40 minuten en alle duimen gingen omhoog. Nu moet ik nog zien om de webcam werkende te krijgen en dan ben ik helemaal klaar voor vier uren Wolfman Radio. Eerst, gewoonlijk, Do The 45 van vier tot vijf (onze tijd) en vervolgens van tien tot één Drive-In-Saturday. Voor dat laatste móet ik de platen nog klaar zoeken. Het is net zoiets als de tas inpakken voor de vakantie. Hoe langer je ermee wacht, hoe minder 'rommel' je meeneemt. En dan nu... Raddraaien! De jaren tachtig zit weer op een kluitje en dat lijkt in de volgende serie ook te gaan gebeuren. Beetje jammer, maar de dames en heren kappers in de regio Zwolle hebben dat unaniem bepaald. De eerste kandidaat is 'Livin' On A Prayer' van Bon Jovi, maar die zat in vroeg 2011 al in 20 Years Ago Today en toen had ik ook al geschreven over mijn ervaringen met 'Bed Of Roses'. Jammer! Weer drie platen verder is 'Always' van Bon Jovi, dus ook maar niet. Nóg drie verder en we hebben 'This Is Not America' van David Bowie & Pat Metheny Group. Dat moest dan maar...

We hebben Bowie afgelopen jaar nog in de Dagplate gehad, maar mans' carriére stop je niet zomaar in een berichtje. Omdat Bowie voortdurend een metamorfose onderging, is het dan wel zo interessant om de man in een bepaald decennium te beschouwen. 'Thursday Child' uit de Dagplate toonde ons sporadische hoogtepunten in de jaren negentig, vandaag zet ik de schijnwerpers op de jaren tachtig. Ondanks het feit dat Bowie zich blijft ontwikkelen, heeft hij (mijns inziens!) zijn creatieve piek in de jaren zeventig gehad. Bowie keert weer terug uit Berlijn en presenteert het album 'Scary Monsters (And Super Creeps)'. 'Ashes To Ashes' is de eerste single die van het album wordt getrokken en Bowie staat ermee op 1 in Engeland. De prominente synth-gitaar is een knipoog naar zijn Berlijnse periode, tekstueel is het een vervolg op 'Space Oddity' en de revolutionaire videoclip toont de kopstukken uit de New Romantic-beweging. Het jaar erop staat Bowie opnieuw op nummer één, nu met Queen en 'Under Pressure'. Bowie's rollen als acteur, zowel toneel als film, nemen in de jaren tachtig een vlucht en ook tekent hij voor een aantal soundtracks. 'The Falcon And The Snowman' is daar eentje van en de single 'This Is Not America' wordt in Engeland een bescheiden nummer 14-hit en in Amerika slechts 32. Nederland is het enige land waar de single de hitlijsten aanvoert, hoewel het in overige Europese landen ook een fikse top tien-hit is.

Het ontbreken van het succes in Engeland doet Bowie echter geen schade, hij heeft even daarvoor alle verkooprecords gebroken met zijn album 'Let's Dance'. Ook 'Tonight' (1984) is een album waarop de dans-invloeden de overhand hebben en het resulteert in een tenenkrommende versie van 'God Only Knows'. Hoewel het publiek de albums als warme broodjes verorberd, beschouw ik de jaren tachtig niet bepaald als het creatieve hoogtepunt van Bowie. Wat echter wél gezegd moet worden, is dat hij anno 1984 de enige is van zijn generatie (actief vanaf ongeveer 1967) die moeiteloos met de tijd mee gaat. Hij heeft een prominente rol in 'Absolute Beginners', een film die door critici wordt gekraakt, maar Bowie met het titelnummer een grote hit geeft. Als je mij vraagt naar Bowie's bekendste filmrol zal ik onmiddellijk over 'Labyrinth' beginnen. Tja, ik ben van die generatie, al kan ik in 1990 (als ik hem voor het laatst zie) nog niet veel kaas maken van de film. In 1987 verschijnt het album 'Never Let Me Down', dat electronischer en steviger is dan zijn voorgangers. De single 'Day In Day Out' is zijn zestigste in dat formaat. Met de 'Glass Spiders'-tournee van 1986-87 is het Bowie duidelijk naar het hoofd gestegen, met het 'gepreek' op dat onding van Tin Machine bereikt dat een top. Het ravijn dat erop volgt is wel heel erg diep. Bowie heeft dan zijn sporen verdiend. maar doet na die tijd niet echt meer mee in het circus.