maandag 14 januari 2013
raddraaien: Chris Hodge
Zoals ik al vaker heb geschreven de afgelopen week, is er verder niet heel erg veel nieuws te vertellen en dus neem ik het er maar lekker van met het raddraaien. Het is immers voor mij ook iedere avond weer een verrassing waar de dames en heren kappers me mee gaan opzadelen. Vanavond veer ik op als ik in de bak jaren zeventig-singles 'We're On Our Way' van Chris Hodge vasthoud. Dat is inderdaad een hele mooie, maar... wat weet ik er nu eigenlijk van? Weinig, zeer weinig, maar een artiest die voor Apple heeft opgenomen, moet wel ergens een biografie hebben. Om met de deur in huis te vallen: Nee. Ik heb even flink moeten speuren om wat kleine details te vinden omtrent de totstandkoming van dit plaatje, maar over meneer Hodge weten we helemaal niks. We moeten het dus toch maar met de schaarse informatie doen en er een verhaal uit persen. En dat is nu net die uitdaging waar ik het vorige week over had!
Tot mijn schrik bemerk ik ook dat singlehoesjes.nl hem niet in de verzameling heeft, maar de genoemde jaren zeventig-bak geeft weinig hoop. Buiten mijn zacht-papieren fotohoesje heb ik minstens tweemaal de gladde Amerikaanse hoes gehad. Eentje heb ik in 2003 via Ebay verkocht, de andere zou toch nog ergens moeten zijn. Als ik hem vind, is-ie voor jou Peter! Hoe kom ik zo aan een dealerschap in Chris Hodge? Hoe kom je in de eerste plaats aan Chris Hodge? Het antwoord heet: Denemarken. Mijn oudste broer Henk is in 1986 daar naartoe verhuisd en sindsdien is het vakantieland nummer één bij de familie Louwsma. Ik schuim in iedere plaats waar we komen de 'rommelwinkeltjes' af op zoek naar singles. Het leuke aan Denemarken is dat jaren zestig-singles vaak een 'unieke' hoes hebben. Waar Fransen, Nederlanders en Duitsers elkaar naäpen door dezelfde foto voor een hoesje te gebruiken, daar wijkt de Deense meestal op af. Vaak zijn het exclusieve kiekjes van een moment waarop de band of artiest in kwestie het land heeft bezocht. Alle singles, zonder uitzondering, zijn vijf kronen per stuk. Dat is in 1990 1,67 gulden, dus 75 eurocenten.
Het is binnen twee vakanties dat ik al twee exemplaren heb van 'We're On Our Way' van Chris Hodge. Het 'zachte' hoesje is niet helemaal ongeschonden, maar blijkt wel de meest zeldzame van de twee te zijn en dus blijft die altijd bij me. De 'gladde' hoes is een Amerikaanse en komt vaker voor. De plaat heeft niet voor niets op nummer 4 in de Amerikaanse Billboard gestaan. Naast het zachte hoesje heb ik de single ook nog eenmaal zonder hoes. Een reserve-exemplaar, al spijt het me nu wel dat ik die Amerikaanse hoes niet meer heb. Had goed op de site van singlehoesjes.nl gepast!
Zoals ik al schreef in de inleiding, we weten niet wie Chris Hodge is. Hij was er opeens in 1972. Hij meldde zich bij het Engelse kwartier van Apple Records met de mededeling dat hij een paar eigentijdse rocksongs had over UFO's. Apple ontvangt een demo die het doorspeelt aan Ringo Starr. Ringo is dan nauw betrokken bij Marc Bolan en T.Rex en wordt van The Beatles als dé expert gezien op het gebied van aankomende tieneridolen. Ringo geeft zijn fiat en zo verschijnt 'We're On Our Way' in de zomer van 1972. In Amerika staat hij ermee op nummer vier, in Nederland moet hij het met een week Alarmschijf en een bescheiden plaatsje 26 doen. Engeland blijft koel onder het UFO-geweld, maar in Amerika lusten ze er wel pap van. 'Goodbye Sweet Lorraine' wordt daar ook nog een hit, maar Apple neemt niet eens meer de moeite het ook in Europa uit te brengen. Hodge maakt daarna nog twee singles voor RCA en vertrekt dan naar Amerika. En getuige Google leven daar héél erg veel mensen onder de naam Chris Hodge. Ik heb niet de moeite genomen om verder te zoeken, de wens om meer biografische details zal wel een hopeloze schreeuw blijven.
Apple is buiten de solo-platen van John, Paul, George en Ringo om in 1972 al een aflopende zaak. Alleen Badfinger doet goede zaken in Amerika, maar overige artiesten vangen bot op het label. Als Hodge in 1969 met deze liedjes was gekomen, had hij eenvoudig de rol van David Bowie of Marc Bolan kunnen hebben overnemen, maar anno 1972 is het toch al een beetje gedateerd.
zondag 13 januari 2013
Schijf van 5: glimlach
Maandag 14 januari 2008, ik ontwaak bij een winters zonnetje en schrik me meteen een hoedje. Ik had immers bij donker naar de Dyka moeten lopen. Ofwel: vorstelijk verslapen. Met het schaamrood op de kaken bel ik mijn consulente, maar zij blijkt vol begrip: ,,Het is Blue Monday vandaag". Ik associeer 'Blue Monday' met New Order (ik ben té jong voor Fats Domino), maar ken dit begrip helemaal niet. In 2011 kom ik er 's avonds in het café achter dat het 'Blue Monday' is en schrijf ik er nog een hilarisch stuk over. Nee, ik kan helemaal niks met 'Blue Monday', een vreemdsoortig fenomeen dat vooral erg veel negativiteit oproept, je hebt er immers een excuus voor. Morgen is het weer de internationale blauwkijkdag en dus leek het me een mooie tegenreactie om vandaag vijfmaal een glimlach te voorschijn te toveren. Met een beetje hulp van twee volgers was dat een eitje. Vandaag dus de Schijf van 5 glimlachen.
Hoewel Peter me een mooie lijst heeft toegestuurd, waar ik enkele heb uitgepikt, had ik een kwartier geleden nog mailcontact met mijn broer. Ik moest me excuseren omdat ik met de Schijf aan de gang wilde en liet hem de nummer vijf bepalen. Zijn eerste reactie: 'De Clowns Met Hun Lach' van Ramses. Tja..., broer woont inmiddels zeventien jaar in Denemarken, maar tegelijk: Zó ben ik ook weer niet thuis in het oeuvre van Ramses Shaffy en dus even op JouwBuis gekeken. Even later een sms-je dat het Ben Cramer moest zijn en ik had al zo'n vermoeden. Omdat de 'lach' niet in de titel zit, heb ik besloten toch maar André Hazes te doen. Jelte is een grote Hazes-fan en dus zet ik onze betreurde drinkebroer op vijf met zijn versie van 'De Glimlach Van Een Kind'.
Toen 'Go Your Own Way' van Fleetwood Mac eens op de radio werd gedraaid, vroeg de presentator of je wist hoe vaak je dat nummer had gehoord. Of 'Africa' van Toto. Het zijn geen boheemsche raspodeeën of andere, zogenaamde, meesterwerken van een kwartier (gevoelstemperatuur...), maar kleine flarden behang die altijd en overal tussen zijn te proppen en nimmer irriteren. De nummer 4 is ook al zo'n liedje. Het is me opgevallen dat deze héél vaak in de horeca wordt gedraaid, maar dat niemand zich dat realiseert. Als je dan weer eens de tijd neemt voor 'Make Me Smile' van Steve Harley & Cockney Rebel en je luistert goed, dan hoor je dat daar veel meer muziek in zit dan genoemde vierakter van Queen. En dus mag die deze week onopvallend op vier.
Aan het einde van het tweede jaar Brainbox kon Kaz Lux het lachen wel een beetje zijn vergaan, want 1970 zag het vertrek van gitarist Jan Akkerman. Niet dat er ruzie in het spel was, Brainbox was té beperkt voor Akkerman die zijn spel beter kon uiten in Focus. Het heeft de groep, die gewoon door ging, wel een deel van de populariteit gekost. Zo werden geplande zomerfestivalconcerten afgezegd na het vertrek van Akkerman. Het belangrijkste geluid van Brainbox bleef: Kaz Lux, totdat die in 1972 het schip zou verlaten. Dat hij ook in staat is om fraaie popsongs te schrijven, mag blijken uit de nummer drie van deze Schijf: 'The Smile' (Old Friends Have To Right To) staat verdiend op drie.
Met name met Engelse groepen weken de Amerikaanse platenmaatschappijen nog wel eens af met de albums. De Amerikaanse elpees van The Beatles zijn erg beroemd, met name de 'slagershoes' van 'Yesterday And Today', maar ook bij 'Mr. Fantasy' van Traffic week Amerika af van het oorspronkelijke album. Traffic-fans zijn het er over eens: De Amerikaanse is beter! 'Hope They Don't Find Me There' en 'Utterly Simple' van Dave Mason zijn weggelaten. In plaats daarvan staat de hitsingle 'A Hole In My Shoe' erop en een absoluut prijsnummer: 'Smiling Phases'. Dat liedje zal in 1969 beroemd worden door Blood Sweat & Tears, maar het origineel van Traffic mag er zondermeer zijn. Ze hadden bijna op één gestaan, maar een tweede positie is ook mooi genoeg!
Op nummer één zet ik een plaat met een intrigerende titel: 'My Smile Is Just A Frown Turned Upside Down'. De zangeres heet Carolyn Crawford en is één van die artiesten die Motown geld heeft gekost. Ze is geboren in 1950 en maakt dertien jaar later haar debuut voor het label. 'My Smile Is Just A Frown' is de derde op rij en ze floppen genadeloos. Daarna maakt Crawford nog wel opnames voor Motown, maar die blijven tot in het cd-tijdperk op de plank liggen. De Engelse zangeres Truly Smith heeft ook haar versie opgenomen en doordat ik die titel in een prijscatalogus tegenkwam, heb ik het een tijd lang als 'handtekening' gebruikt op het Steenen Forum. Ik kies voor de Schijf echter voor het origineel van Crawford. Één van de zeer weinige platen zonder een intro, zeker voor Motown een unicum! 'My Smile Is Just A Frown Turned Upside Down' mag bovenaan in deze Schijf van 5.
De verwarring met Ben Cramer heeft me wel geïnspireerd tot het onderwerp van de volgende Schijf: We gaan eentje doen met vijf titels met clowns. Ik zal er alles aan doen om Ben Cramer te ontwijken, dus jullie hulp is welkom!
zaterdag 12 januari 2013
raddraaien: Alan Price Set
Ja hoor, we zijn weer goed op stoom voor wat betreft het raddraaien. Tja, waar moet ik anders over schrijven? De handel ligt op dit moment zo goed als stil en de plaatjes die nog binnenkomen, worden bijna allemaal een Week Spot en krijgen dus al een bericht. Vandaag passeren we de helft van deze tweede serie raddraaiers. Komt er geen einde aan? Als het aan mij ligt niet, het is voor mij iedere keer weer een verrassing en een uitdaging. Vandaag hebben we het een stukje eenvoudiger, want ik heb, geloof ik, in bijna drie jaar Soul-xotica al eens over Alan Price geschreven. Ik hoef bij Price niet heel erg veel huiswerk te doen en kan zo uit de losse pols een verhaaltje eruit gooien. En toch is de raddraaier van vandaag wel een beetje exotisch: Het is namelijk één van de zeer weinige jaren zestig-singles van Price die nooit ergens een hit is geworden. Onderwerp van vandaag is: 'Love Story' van The Alan Price Set (1968)
Alan Price is bijna 71 jaar geleden geboren in Washington. Het is dan handig om te weten dat er ook een plaats in het Engelse County Durham is met die naam. In 1963 formeert hij in Newcastle-upon-Tyne (want er zijn ook meer Newcastle's) The Alan Price Rhythm & Blues Combo, ook al schijnt de EP te spreken van The Alan Price Rhythm & Blues Group. Die EP zal in 1965 een wereldwijde 'release' krijgen, maar dient in 1963 nog als demo om optredens en een platencontract binnen te slepen. Daar slaagt de groep nog in hetzelfde jaar in. Hoewel Eric Burdon als leadzanger al snel de rol van leider van The Animals overneemt, blijft Price voor een groot deel verantwoordelijk voor de muziek. Zijn naam wordt vaak ook in verband gebracht met het arrangement van 'The House Of The Rising Sun'. Het succes van The Animals stijgt tot ongekende hoogtes. Het is eind 1965 als The Animals zich voorbereiden op een Amerikaanse tournee, waar ze ook net zijn doorgebroken. Price kan zijn vliegangst maar niet overwinnen en besluit thuis te blijven en The Alan Price Set te formeren. Dat Price en de rest van The Animals nooit ruzie hebben gehad, mag blijken uit het aantal malen dat Price betrokken was bij reünies van The Animals en de fraaie hoestekst van Burdon op de elpee 'The Price To Play'.
Hoe de twee precies bij elkaar zijn gekomen, vertelt de geschiedenis niet, maar opeens neemt Price vaker een liedje op dat geschreven is door Randy Newman. Newman heeft dan nog geen platencontract en is een grote onbekende, maar heeft zijn Europese succes wel voor een deel aan Price te danken. 'Simon Smith And His Amazing Dancing Bear' wordt een grote Engelse hit. Het album 'A Price On His Head' uit 1967 bevat maar liefst zeven composities van Newman. In 1968 verschijnt zo gezegd 'Love Story'. Dit nummer is evenals de b-kant, 'My Old Kentucky Home', van de hand van Newman. Voor Price zijn de hits dan even opgedroogd, maar blijft in beeld dankzij het televisieprogramma 'The Price To Play', een soort van 'Later With Jools Holland'. Price introduceert daar ondermeer Fleetwood Mac. In 1970 is hij even terug op de hitparade met 'Sunshine And Rain', maar een jaar later is het helemaal bingo! Dan scoort hij een nummer 1-hit met 'Rosetta', een duet met Georgie Fame. Het lijkt wel alsof Price eens in de vier jaar een opleving heeft in de muziek, maar daarnaast blijft hij actief in de film en op het toneel. Ook schittert hij menigmaal op televisie.
In de film wordt zijn naam in één adem genoemd met het werk van Lindsay Anderson. Dat is niet verwonderlijk, want vanaf 1973 speelt Price in enkele films of verzorgt er de soundtrack voor. Toch mag zijn filmdebuut ook best opmerkelijk heten. Alan Price begeleidt Bob Dylan ergens tijdens Dylan's tournee door Engeland in 1966. Dat optreden wordt nu juist gebruikt in de tour-film 'Don't Look Back' (1967). Je zou verwachten dat Price met zijn eenenzeventigste verjaardag in het verschiet het wel eens rustiger aan mocht doen, maar niks daarvan! Hij treedt nog altijd op, het zij met zijn eigen band, met The Manfreds (de ex-Manfred Mann-leden) of Maggie Bell.
Waar en wanneer heb ik deze single gekocht? Op de zaterdag van het Dicky Woodstock Popfestival 1994. Ik moet even naar Steenwijk om een fotorolletje te kopen en 'scoor' daarna singles bij De Gouden Kikker en deze van Alan Price bij het antiquariaat in de Woldpromenade. De avond ervoor ben ik voor het eerst op Woodstock gearriveerd en heb mijn naam gekregen: Gerrit Solex. De rest is geschiedenis...
vrijdag 11 januari 2013
kringgesprek
Worden er nog wel platen gekocht in Nijeveen? Je zou het bijna kunnen afvragen. Omdat veel van de Northern Soul vroeg of laat Week Spot wordt, noem ik die al niet eens meer bij binnenkomst, maar ook op het gebied van Ebay is het rustig. Mijn grote vriend uit Chicago heeft wel wat leuke dingen staan die zondag aflopen, maar... ik kan het me eigenlijk niet permitteren. Toch heb ik vanmiddag weer even genoten met het doorspitten van zijn lijst met bijbehorende geluids-clipjes. Ik heb eerder 'It's Alright' van The Soulettes van hem gekocht en het valt op dat hij geen enkele plaat heeft die hoger dan VG+ komt. Een paar stevige 'krakers' gehoord met een desondanks 'schoon' geluid, die in een betere staat vaak de pan uit rijzen, dus...? De laatste keer dat ik bij de kringloopwinkels was geweest? Dat moet eind oktober zijn geweest en dus meende ik vanmiddag dat het weer hoog tijd was voor een rondje langs de twee kringlopers in Meppel. De vangst is bescheiden en ik heb, geloof ik, ook wel eens beter gemikt...
Tot zover ik kan beoordelen heeft de Kringloopwinkel een paar 'nieuwe' singles binnen gekregen. Het begint ergens in de midden jaren zeventig en loopt door tot tien jaar later. Opvallend veel favorieten die ik al heb en dan zet ik me even schrap. Even tanden op elkaar en mezelf door de EP's heen worstelen. Erg vaak is dat 'Te Deum Laudamus' en 'Glorieklanken', soms nog een 'Klassiek Kompas' of eentje met geluidsfragmenten voor de hobbyfilmer. Ditmaal begint het goed, meteen een EP van Louis Armstrong. Die heb ik toch maar laten liggen, want de daarop volgende vier... Ja, daar word ik blij van! Viermaal Sarah Vaughan, in één greep al haar grootste hits bijeen, met fotohoesjes en een keurige staat. Kosda? Eurootje per stuk. Ook leuk: Twee Gladys Knight & The Pips-singles. 'The One And Only' had ik al, maar het hoesje was wat verpulverd. Die andere vult leuk bakken op, alleen de b-kant vind ik een beetje interessant. Dat geldt overigens ook voor de 'flip' van 'The One And Only', een warm bad van Van McCoy van vijf minuten. Potentieel Do The 45-voer!
Teddylane heb ik aanvankelijk voor de handel gekocht, maar ontdek thuis dat het met Theo Van Es is en dus mag die blijven. Bij De Kring, de 'nieuwe' kringloopwinkel is het veelal dezelfde 'meuk'. Er gaan een paar singles mee die ik al twee jaar tot vervelens aan toe heb teruggezet in de bak. Daarnaast tik ik een prachtig Adidas-trainingsjasje op de kop, een XL voor het voorjaar voor slechts vier euro. Anders zou ik niet zo snel kledingstukken noemen op Soul-xotica, maar dit is om de vinyl-vangst een beetje weg te stoppen. Er is één 'nieuwe' single, waarvan ik bij het hoesje veel verwacht. Het is Big Secret, het groepje dat 'Samson And Delilah' in 1972 de Top 40 heeft in gezongen, nu met het nummer 'Ride Captain Ride'. Het ziet er op papier leuk uit, het fotohoesje ook, maar helaas. 'Ride Captain Ride' blijkt geen cover van Blues Image en is zo'n flauwe palingpop-achtige stamper. Ook van de b-kant, 'King Kong', gaan je tenen krom staan! Volgende keer beter?
* Big Secret- Ride Captain Ride (Finger, 1973)
* Brimstone Butterfly- Kali Got I Soul (Top Hole, 1985)
* Captain & Tenille- Love Will Keep Us Together (A&M, 1975)
* Drifters- You're More Than A Number In My Little Red Book (Arista, 1977)
* Oscar Harris & The Twinkle Stars- Try A Little Love (Omega, 1970)
* Mac & Katie Kissoon- Love Will Keep Us Together (Young Blood, 1973)
* Gladys Knight & The Pips- The One And Only (Buddah, 1977)
* Gladys Knight & The Pips- It's A Better Than Good Time (Buddah, 1978)
* Teddylane- Bye Bye Love (Negram, 1973)
* Andy Williams- Music From Across The Way (CBS, 1971)
De Sarah Vaughan-EP's
* My Kinda Love (MGM, 1958)
* Sings After Dark No. 2 (MGM, 1959)
* Sarah Vaughan (Philips, 195?)
* Blue Serenade (Philips, 195?)
En héél erg voor de handel: Een single, mét fotohoes, op Polydor van de tijdens de huwelijksplechtigheid van H.K.H. Prinses Margriet en Mr. Pieter Van Vollenhoven ten gehore gebrachte liederen. Of zal ik hem toch stiekem houden?
donderdag 10 januari 2013
raddraaien: Donny Osmond
Een dag nadat ik de regels van het raddraaien nog eens heb uitgelegd, begin ik meteen te sjoemelen. Ik moest van kapsalon Cindy in Zwolle acht plaatjes vooruit in een jaren zeventig-bak. De eerste is 'Bier Bier Bier' van Normaal & Johnny Hoes. De enige fotohoes die ik op Youtube kan vinden, moet een vergrootglas bij, bovendien vind ik de 'namedropping' van beide artiesten wel genoeg. Weer acht plaatjes verder hebben we het volgende feestvarken: Oliver Onions. Nee, nog niet eens 'Sandokan', maar zo'n afzichtelijk Polydor-ding uit 1979 waarbij ik al eens heb lopen twijfelen deze te verhuizen naar de kliko, maar wat er nog niet van is gekomen. Probeer trouwens ook maar wat zinnige informatie over Oliver Onions te vinden... Acht plaatjes verder hebben we dan deze fijne gozer. Nou, vooruit, het moest maar! Het is ook alweer bijna een maand geleden dat we de laatste Jezus-freak in de schijnwerpers hadden (Barry McGuire), Donny Osmond is dan wel de overtreffende trap. Wikipedia citeert stukjes van zijn website. Het is slechts een muisklik verwijderd van mijn scherm, maar ik bespaar mezelf ervan. Drie zinnen van zijn website en je hebt gegeten en gedronken!
Maar natuurlijk, The Osmonds is immers de eerste popgroep die bestaat uit Mormonen. Later zal Bachman Turner Overdrive zich nog voegen in het rijtje. Alles wat leuk of lekker is, mag-nie! Dat een dergelijke onthouding wel voor een prachtig gebit zorgt, bewijzen de fotohoesjes van de gebroeders Osmond. Veel kinderen krijgen mag wel, want Donny komt uit een gezin van negen kinderen. Zijn twee oudste broers zijn vanaf de geboorte doof, dus die doen niet mee. Zodra een kind van de Osmond-familie kan lopen, mag het optreden met The Osmond Brothers. Deze groep, nog zonder Donny, wordt in 1960 ontdekt door Andy Williams. Doe maar lekker ruig! Donny maakt zijn debuut voor de televisie met het liedje 'You Are The Sunshine' en de knaap van zes jaar oud is meteen de publiekslieveling. Europa blijft vooralsnog bespaard van het succes van The Osmonds. Dat verandert met 'One Bad Apple' in 1971. De groep treedt op bij Willem Duys en dan gaat Nederland ook overstag. Dan komt het grappigste van The Osmonds. Terwijl ze door de platenmaatschappij worden 'gedwongen' om suikerzoete liedjes te zingen, zijn de broers eigenlijk fervente Led Zeppelin-aanhangers en willen zelf ook wel eens 'rocken'. En zo komt 'Crazy Horses' tot stand, met de créme-de-créme van de sessiemuzikanten. Het rockt in Nederland, maar ook elders, naar de eerste plaats van de hitparade.
Intussen worden ook solo-carriéres opgestart die parallel lopen aan de opnames met The Osmonds. Donny begint een samenwerking met zijn zus Marie die tot ver in de nieuwe eeuw zal doorgaan. Eerst op het vinyl, maar later als 'hosts' van eigen tv-shows. De solo-singles van Donny zijn vaak mierzoete bewerkingen van tienerdrama's uit de jaren vijftig en zestig. Daartoe behoort ook 'The Twelfth Of Never', oorspronkelijk in de jaren vijftig opgenomen door Johnny Mathis. Ook dát liedje heeft een Wikipedia-pagina en opeens blijkt het deuntje nog ergens politiek-beladen te zijn. Dat heeft het publiek in 1973 niet in de gaten, want het stoomt moeiteloos naar de eerste plaats in Engeland. In Nederland doen vooral de singles van The Osmonds en van de jongste telg Little Jimmy Osmond het goed op de hitparade, Donny speelt tweede partij met zijn singles. Na 1975 is het voorbij met de plaatsuccessen van The osmonds, maar Donny weet desondanks, met Marie, nog vijf jaar in beeld te blijven. In de jaren tachtig begint zijn voormalige tiener-imago tegen te werken. Zijn grote vriend Michael Jackson suggereert een naamsverandering, maar zijn persoonlijk manager komt met een nóg beter idee. Als ze nu eens geweldig gingen liegen over een drugszaak, misschien zou dat het imago van Osmond goed aan doen. Hij ziet af van beide opties en in 1987 horen we nog heel even van hem in Nederland. De single 'I'm In It For Love' haalt de Top 40, maar het houdt niet over! Kort daarna wordt Osmond gekoppeld aan Peter Gabriel en zo verschijnt in 1988 de single 'Soldier Of Love'. Het wordt een hit, hoewel enkele radiostations aanvankelijk een 'mystery artist' van hem maken. Enerzijds uit schaamte om überhaupt een plaat van een gesjeesd tieneridool te draaien. Maar de kwaliteit wint het en de plaat betekent een fraaie comeback voor Osmond in Amerika.
Donny is overtuigd Mormoon en zal dat tot in zijn graf blijven. Tien jaar geleden kon hij nog wel wat relativeren ten opzichte van zijn 'superster'-status van de jaren zeventig, maar tegenwoordig is het weer 'halleluja voor én na'. Zal ik toch nog even stiekem op de link klikken? Hij schijnt een brievenrubriek te hebben op zijn website. Een kort levensvraagje wordt beantwoord met een brief van drie kantjes inclusief strofen uit de bijbel. Nee, ik weet me in te houden! Het gaat op Soul-xotica bovendien om de muziek, maar het blijft een aardig randverschijnsel!
Ik hoop niet dat jullie een muzikaal oordeel over de single van me verwachten... Geen flauw idee, namelijk! Ik ben alweer jaren geleden gestopt met het kopen van dergelijke singles, maar 'The Twelfth Of Never' is in de Engelse persing en daar heb ik altijd een zwak voor. Hij zal vast ook niet meer dan vijftig cent hebben gekost, maar dan nog... het staat wel weer in de bak. Wat dat betreft neem ik mijn pet af voor Peter (singlehoesjes.nl), want hij heeft niet eentje van Donny op zijn site staan...
woensdag 9 januari 2013
raddraaien: Bolland & Bolland
Het moet wel wennen. Iedere keer als ik via de achteringang van Soul-xotica binnenkom, het stukje dat alleen zichtbaar is voor de beheerder, word ik geconfronteerd met een grafiekje met de bezoekersaantallen per dag. In eerste instantie lijkt dat weinig indrukwekkend, zeker in vergelijking met een maand en langer geleden, maar... o ja... dat is ook zo! Omdat ik vaker onder de tien zat dan erboven, liet de grafiek eerder de lijn zweven tussen 1 en 10, maar inmiddels ligt die lijn tussen 1 en 50. Vandaar een warm welkom aan alle niet-geregistreerde volgers. Zal ik voor de nieuwkomers dan nog eens het raddraaien uitleggen? Ik heb mijn singles-verzameling in vier categorieën ingedeeld. De eerste categorie zijn singles tot en met 1969, de tweede is strikt jaren zeventig, de derde is 1980 en later en tenslotte hebben we de Blauwe Bak: De Northern Soul-platen en directe verwanten. Ik ben in april met deze serie begonnen. In het begin liet ik de lezers en Facebook-vrienden een getal noemen en zocht dan de zoveelste single uit. Inmiddels wordt dit bepaald aan de hand van de huisnummers van de kappers in de Gouden Gids regio Zwolle. De single die tevoorschijn komt, moet een verhaal van normale lengte krijgen. Soms zwoegen, soms een makkie en soms ook een nieuwe ontdekking. Neem nou de raddraaier van vandaag: 'Ooh La La' van Bolland & Bolland had anders niet snel een bericht gekregen op dit blog...
Ik ken iemand die braakneigingen krijgt bij het horen van de naam, zelf moet ik altijd even grinniken. Zélf herinner ik nog het beste het debacle van 'Alles Voor De Band', het idee dat een paar jaar later middels Starmaker een enorm succes wordt, maar het lukt de gebroeders niet om 'Follow That Dream' goed in de markt te zetten. Het lachen vergaat me wel een beetje als ik de biografie van de heren bekijk. Hoewel het de laatste vijftien jaar ofwel lulligheid-ten-top is of nét-niet, zijn de andere successen best wel van het niveau waarop je jaloers mag zijn. Het 'lullige' verhaal dat het eerst bij me opkomt, verbleekt snel bij het vergaren van de info. Toch kan ik over 'Ooh La La' heel kort zijn, ik heb hem niet kunnen weigeren om het fraaie fotohoesje, maar verder word ik niet warm of koud van het deuntje. De wapenfeiten die erna gaan volgen, maken ook dat zo'n single uit 1973 opeens helemaal niet meer belangrijk is!
Vader en moeder Bolland hebben er maar lol in. Nauwelijks vijftien maanden nadat Rob is geboren, komt zijn broertje Ferdi ter wereld. Ze hebben dan al een oudere broer, Ton, die zijn broertjes die de eerste beginselen in de muziek bij brengt. Het gezin woont dan overigens nog in Zuid-Afrika en daar zijn de gebroeders in 1966 al zo'n sensatie dat ze een platencontract krijgen aangeboden. Echter, de wet tegen kinderarbeid gooit roet in het eten en de broers mogen nog even volgroeien. In 1969 woont het gezin even in Duitsland, maar verhuist later dat jaar naar Den Haag. Ton, Ferdi en Rob vormen The Swingkickers, maar in 1971 gaan ze zonder Ton verder. Die zal in de loop der jaren nog een aantal singles opnemen als George Riley. Bolland & Bolland komen onder contract bij Negram en treden op bij Willem Duys. Het liedje dat ze brengen, 'Summer Of '71', is meteen een grote hit, maar de opvolger 'Wait For The Sun' overtreft dat. De gebroeders mogen hun debuutalbum opnemen, 'Florida', een prachtig product van zijn tijd. Piet Souer bespeelt de Moog op de plaat die verder gevuld is met 'niks-aan-de-hand'-middle of the road-deuntjes. Polydor heeft Greenfield & Cook, Negram gooit Bolland & Bolland in de strijd. Hoewel Hans Van Hemert zich in 1975 nog even mag bemoeien met hun geluid, hebben de gebroeders daar toch andere ideeën over.
In 1978 verschijnt de single 'Spaceman', hun eerste eigen productie. Een jaar later tekenen ze een contract met Bovema-Negram waarin ze verklaren dat hun productiemaatschappij onafhankelijk wordt. Ze verzorgen onder andere de muziek voor 'Colorado' van Xandra. Sandra Reemer is dan namelijk het liefje van Rob Bolland. In 1981 lijkt Nederland opeens te klein voor het duo. Hun elpee 'The Domino Theory', als Bolland, slaat in eigen land nog geen deuk in een pakje boter, maar is buiten de landsgrenzen een goedlopende plaat. Dan breekt in 1985 de samenwerking aan met Falco, 'Rock Me Amadeus' flopt aanvankelijk in ons land, maar zal pas na de nummer 1-hit 'Jeanny' alsnog op de hitparade komen. Hun compositie en productie 'Love House' van Samantha Fox is beduidend minder succesvol. Ze staan zelf in de eerste weken van 1990 even in de Top 40, het zal de laatste keer zijn. 'The Walls Came Tumbling Down' is geïnspireerd op de val van de Muur. In 1992 verschijnt het album 'The Darwin Theory' van The Bolland Project met gastvocalen van Colin Blunstone en Suzi Quatro. Buiten het album 'Pure' doen ze verder uitsluitend aan producties. Opvallend is hun succes in 1996-97 met een serie boy- and girl-bands. B.E.D., WOW! en O Die 3 zijn allemaal geënt op Backstreet Boys, Spice Girls en ander puberaal vertier.
In 2002 werken de broers voor het laatst samen. Een familiekwestie, zo wordt de breuk omschreven. Ze moeten met lede ogen aan zien hoe 'hun' project tot een fenomeen zal uitgroeien middels Starmaker. Het meest recente wapenfeit van Ferdi is de cd die hij met Wilfred Genee en Johan Derksen heeft opgenomen voor het EK voetbal in Polen. Van Rob ontbreekt sinds 2007 ieder spoor...
dinsdag 8 januari 2013
Week Spot: Jackie Day
Een jaar geleden lag het geld voor het oprapen en daarvan heb ik goed gebruik gemaakt. Immers: Het was mijn voornemen om mijn Northern Soul-collectie eens goed gestalte te geven. Ik hoefde maar een halve noot op mijn mp3-stick te horen wat me wel beviel en, hop, daar was ik al op Ebay om de bijbehorende plaat op te speuren. Ik zeg niet dat de verhuispremie is op gegaan aan platen, want dat is niet waar, maar toch is het ontzettend handig geweest voor de hobby. Tegenwoordig is het een ander verhaal. In tegenstelling tot een jaar geleden gaan de singles nu bijna op rantsoen. Eens in de zoveel weken of maanden kan ik me één of een paar 'collector's items' veroorloven. Ik moet mijn wilskracht nog wel eens aanspreken, maar soms kan ik ook de wilskracht op mezelf toepassen. Neem nou Jackie Day, die single heb ik al weken in huis, maar ik heb het net zo lang weten uit te stellen tot de tweede week in het nieuwe jaar. Een jaar geleden zou de plaat al Week Spot zijn geweest als-ie nog uit Engeland verstuurd moest worden... Nee, dit is een sterk staaltje van wilskracht op mezelf. Ik presenteer jullie dan ook vol trots de plaat waarbij je niet kan stil zitten: 'Naughty Boy' van Jackie Day.
De eerste keer is een paar maal ter sprake gekomen in de afgelopen weken. Het is vrijdag 8 september, iets na twaalven op vrijdagmiddag. Ik fiets naar het werk met de oordopjes in en hoor dit plaatje bij binnenkomst in Meppel. Ik heb uitzicht op een spannend weekend. Vanavond ga ik plaatjes draaien in De Buze tijdens de opening van Kopje Cultuur en zondagmiddag mag ik de Northern Soul uitpakken in café Het Pandje in Steenwijk. En natuurlijk zit ik ook nog een beetje 'vol' van het nieuwe werk. Ik ben er pas maandag begonnen. Gisteren moest ik tot zes uur door werken, vandaag mag ik om half zes naar huis. Dit omdat de afspraak voor De Buze al een tijdje langer in de agende staat. Jackie Day opent het weekend op de rotonde bij de watertoren met een stel aanstekelijke tonen. Ik zet de fiets zelfs even stil om op het display te kijken. Ik ben ter plekke helemaal verkocht. In de daaropvolgende weken blijft Jackie Day op gepaste tijden terug komen en heb ik inmiddels onderzocht dat 'Naughty Boy' per tientallen tegelijk verkrijgbaar is middels een Kent-heruitgave. Daar heb ik mijn zinnen op gezet, nu moet ik even een maand zien te vinden waarin ik me de single kan veroorloven. Er staat ook nog een Barbara & Brenda op het verlanglijstje en zo duurt het even...
In oktober of november arriveert de single te Nijeveen. Ik ken dan de andere zijde van het plaatje ook al een beetje: 'Get To Steppin'. Beide van eenzelfde laken een pak. Een 'groove' en een arrangement waarvan je vrolijk wordt, meteen uit de stoel springt en uitbundig gaat dansen. Ik ontdek echter vanavond, de dag van publicatie, dat 'Get To Steppin' in de jaren zestig nooit is verschenen. Hoe anders had de wereld er kunnen uitzien als...? Nee, waarschijnlijk had de wereld dan nog steeds in zijn normale tempo gedraaid en hadden naties elkaar de kop in geslagen. Jackie Day heeft in dat decennium namelijk nooit de erkenning gekregen. Ze aanvaardt het levenslicht als Jacquelene Baldain, als ze op 8 februari 1938 in Eudora in Arkansas wordt geboren. Aanvankelijk groeit ze op in Shrevesport in Louisiana, maar in de begin jaren vijftig verhuist het gezin Baldain naar San Francisco. In 1960 stapt ze in het huwelijksbootje met rhythm & blues-saxofonist Big Jay McNeely. Ze zal de rest van haar leven resideren in het zuiden van Los Angeles. Een ontmoeting met Maxwell Davis levert haar eerste single op. Het verhaal van de Northern Soul-labels is bekend: Iedere boerenkinkel denkt dat Motown van de ene op de andere dag groot is geworden en stampt een eigen platenmaatschappij uit de grond. Als het schijfje vervolgens niet goed genoeg verkoopt, is dat meteen het einde van het verhaal. 'Naughty Boy' is in 1965 de enige plaat die via Phelectron verschijnt. Johnnie Cochran Sr. blijkt geen Gordy in de dop te zijn.
Jackie verhuist dan naar Modern Records waarvoor ze een aantal kantjes mag opnemen, in 1968 volgt daarop een sessie bij Specialty en in 1969 een plaatje voor Paula Records. Onnodig om te zeggen dat geen van de plaatjes verder komt dan een enkel lokaal radiostation. Hoe de loopbaan van Day zou zijn verlopen na 1970 zal nooit duidelijk worden. Maxwell Davis, waarmee ze sinds 1965 intensief werkt, komt in dat jaar te overlijden en dat helpt Day meteen goed uit de droom. Ze zal nooit meer een opname maken en haar 'output' van de jaren zestig is heel snel vergeten... Totdat in Engeland een vreemde nieuwe beweging in gang wordt gezet: Het dansen op onbekend gebleven soul- en rhythm & blues-materiaal uit de jaren zestig. 'Naughty Boy' wordt alras ontdekt en de plaat wordt zeer gewild onder verzamelaars en deejays. Als in de nieuwe eeuw dan toch eens een origineel opduikt op Ebay, staan de verzamelaars in de rij. De plaat brengt een slordige vierduizend dollar op! Via Soul Spin is de plaat al verkrijgbaar geworden in Engeland, later zal Kent daar nog een heruitgave aan toe voegen. Jackie's tweede single, 'Before It's Too Late', en haar eerste voor Modern, heeft in 1966 in Engeland een uitgave op Sue gekregen. Deze is eveneens erg gewild onder verzamelaars. In de vijf jaar van haar carriére brengt Jackie Day twaalf liedjes uit. Deze worden in 2011 aangevuld met outtakes en niet eerder verschenen opnames (hoewel 'Get To Steppin' dan al twee jaar via de Kent-single verkrijgbaar is) tot een heuse verzamel-cd.
Nadat 'Naughty Boy' het 'recordbedrag' op Ebay heeft opgebracht (...er zijn inmiddels méér platen in het genre dat eenzelfde bedrag hebben opgebracht...), wordt Jackie Day persoonlijk benaderd door agenten die haar tijdens Northern Soul-feesten wil laten optreden. Jackie Day wijst deze aantrekkelijke aanbiedingen af, waarschijnlijk omdat ze al vreest voor haar gezondheid. Op 4 januari 2007 overlijdt ze. Om dan toch met een vrolijke noot te eindigen. Na de eerste zin: 'Everybody keeps talking about my little naughty boy', krijg je een koortje dat 'oo-hoo-hoo-hoo' zingt. Wel... dat 'oehoe'-koortje tovert op de meest grijze dag een enorme glimlach op mijn gezicht. Ik ben er sindsdien op gaan letten en het gebeurt bij iedere Northern Soul-stamper met zo'n koortje. Ik denk dus dat dit het bestandsdeel is dat je van de energie voorziet, dezelfde energie waar ik al een jaar op loop.
De eerste keer is een paar maal ter sprake gekomen in de afgelopen weken. Het is vrijdag 8 september, iets na twaalven op vrijdagmiddag. Ik fiets naar het werk met de oordopjes in en hoor dit plaatje bij binnenkomst in Meppel. Ik heb uitzicht op een spannend weekend. Vanavond ga ik plaatjes draaien in De Buze tijdens de opening van Kopje Cultuur en zondagmiddag mag ik de Northern Soul uitpakken in café Het Pandje in Steenwijk. En natuurlijk zit ik ook nog een beetje 'vol' van het nieuwe werk. Ik ben er pas maandag begonnen. Gisteren moest ik tot zes uur door werken, vandaag mag ik om half zes naar huis. Dit omdat de afspraak voor De Buze al een tijdje langer in de agende staat. Jackie Day opent het weekend op de rotonde bij de watertoren met een stel aanstekelijke tonen. Ik zet de fiets zelfs even stil om op het display te kijken. Ik ben ter plekke helemaal verkocht. In de daaropvolgende weken blijft Jackie Day op gepaste tijden terug komen en heb ik inmiddels onderzocht dat 'Naughty Boy' per tientallen tegelijk verkrijgbaar is middels een Kent-heruitgave. Daar heb ik mijn zinnen op gezet, nu moet ik even een maand zien te vinden waarin ik me de single kan veroorloven. Er staat ook nog een Barbara & Brenda op het verlanglijstje en zo duurt het even...
In oktober of november arriveert de single te Nijeveen. Ik ken dan de andere zijde van het plaatje ook al een beetje: 'Get To Steppin'. Beide van eenzelfde laken een pak. Een 'groove' en een arrangement waarvan je vrolijk wordt, meteen uit de stoel springt en uitbundig gaat dansen. Ik ontdek echter vanavond, de dag van publicatie, dat 'Get To Steppin' in de jaren zestig nooit is verschenen. Hoe anders had de wereld er kunnen uitzien als...? Nee, waarschijnlijk had de wereld dan nog steeds in zijn normale tempo gedraaid en hadden naties elkaar de kop in geslagen. Jackie Day heeft in dat decennium namelijk nooit de erkenning gekregen. Ze aanvaardt het levenslicht als Jacquelene Baldain, als ze op 8 februari 1938 in Eudora in Arkansas wordt geboren. Aanvankelijk groeit ze op in Shrevesport in Louisiana, maar in de begin jaren vijftig verhuist het gezin Baldain naar San Francisco. In 1960 stapt ze in het huwelijksbootje met rhythm & blues-saxofonist Big Jay McNeely. Ze zal de rest van haar leven resideren in het zuiden van Los Angeles. Een ontmoeting met Maxwell Davis levert haar eerste single op. Het verhaal van de Northern Soul-labels is bekend: Iedere boerenkinkel denkt dat Motown van de ene op de andere dag groot is geworden en stampt een eigen platenmaatschappij uit de grond. Als het schijfje vervolgens niet goed genoeg verkoopt, is dat meteen het einde van het verhaal. 'Naughty Boy' is in 1965 de enige plaat die via Phelectron verschijnt. Johnnie Cochran Sr. blijkt geen Gordy in de dop te zijn.
Jackie verhuist dan naar Modern Records waarvoor ze een aantal kantjes mag opnemen, in 1968 volgt daarop een sessie bij Specialty en in 1969 een plaatje voor Paula Records. Onnodig om te zeggen dat geen van de plaatjes verder komt dan een enkel lokaal radiostation. Hoe de loopbaan van Day zou zijn verlopen na 1970 zal nooit duidelijk worden. Maxwell Davis, waarmee ze sinds 1965 intensief werkt, komt in dat jaar te overlijden en dat helpt Day meteen goed uit de droom. Ze zal nooit meer een opname maken en haar 'output' van de jaren zestig is heel snel vergeten... Totdat in Engeland een vreemde nieuwe beweging in gang wordt gezet: Het dansen op onbekend gebleven soul- en rhythm & blues-materiaal uit de jaren zestig. 'Naughty Boy' wordt alras ontdekt en de plaat wordt zeer gewild onder verzamelaars en deejays. Als in de nieuwe eeuw dan toch eens een origineel opduikt op Ebay, staan de verzamelaars in de rij. De plaat brengt een slordige vierduizend dollar op! Via Soul Spin is de plaat al verkrijgbaar geworden in Engeland, later zal Kent daar nog een heruitgave aan toe voegen. Jackie's tweede single, 'Before It's Too Late', en haar eerste voor Modern, heeft in 1966 in Engeland een uitgave op Sue gekregen. Deze is eveneens erg gewild onder verzamelaars. In de vijf jaar van haar carriére brengt Jackie Day twaalf liedjes uit. Deze worden in 2011 aangevuld met outtakes en niet eerder verschenen opnames (hoewel 'Get To Steppin' dan al twee jaar via de Kent-single verkrijgbaar is) tot een heuse verzamel-cd.
Nadat 'Naughty Boy' het 'recordbedrag' op Ebay heeft opgebracht (...er zijn inmiddels méér platen in het genre dat eenzelfde bedrag hebben opgebracht...), wordt Jackie Day persoonlijk benaderd door agenten die haar tijdens Northern Soul-feesten wil laten optreden. Jackie Day wijst deze aantrekkelijke aanbiedingen af, waarschijnlijk omdat ze al vreest voor haar gezondheid. Op 4 januari 2007 overlijdt ze. Om dan toch met een vrolijke noot te eindigen. Na de eerste zin: 'Everybody keeps talking about my little naughty boy', krijg je een koortje dat 'oo-hoo-hoo-hoo' zingt. Wel... dat 'oehoe'-koortje tovert op de meest grijze dag een enorme glimlach op mijn gezicht. Ik ben er sindsdien op gaan letten en het gebeurt bij iedere Northern Soul-stamper met zo'n koortje. Ik denk dus dat dit het bestandsdeel is dat je van de energie voorziet, dezelfde energie waar ik al een jaar op loop.
Abonneren op:
Posts (Atom)







