woensdag 21 februari 2024

Week Spot: New York City


Het wil me deze ochtend maar niet lukken om vroeg genoeg uit bed te komen. Op zichzelf is er geen man overboord want het werk valt reuze mee op het moment maar het is wel een gegeven dat ik pas later op de middag aan de slag ga. Als ik wel eerder uit bed was gestapt, had ik het waarschijnlijk droog gehouden. Enfin, het is weer een bijzondere fietstocht geworden want ik heb maar liefst twee brieven voorbij de watertoren van Tuk. Ik besluit daarmee te eindigen zodat ik weer eens langs de rondweg kan fietsen. Zou het in 2016 voor de laatste keer zijn geweest? Opeens herinner ik me dat ik hier langs ben gekomen op de Pioneer. Ik heb het rode gevaar dan pas een paar weken en wil hem dolgraag aan moeder laten zien. Meestal knal ik door Tuk richting Wolvega of ik ga langs het Steenwijkerdiep naar Ossenzijl. Vanavond is het zaak om een andere route te kiezen want ik moet uitkomen in New York City. Ik heb gisteren tijdens het schrijven van de 'Singles round-up' al min of meer besloten dat dit de Week Spot kan worden. Ik ga komende zaterdag weer een show doen met uitsluitend Engelse persingen uit de jaren zestig, zeventig, tachtig en misschien een enkeling uit de jaren negentig. Daar hoort dan ook een Week Spot bij welke ik als Engelse persing in de koffers heb. De eer valt deze week te beurt aan New York City en haar grootste hit 'I'm Doin' Fine Now' uit 1972.

Helaas. Er zijn geen telefoonboeken vol geschreven over de band en het is dus slechts summiere informatie waarmee ik een bericht in elkaar moet zetten. New York City is een vocaal kwartet met zangers met een ruime ervaring in de doowop. John Brown heeft bijvoorbeeld gezongen bij The Five Satins, The Cadillacs en in een latere bezetting van The Moonglows. De laatste groep heeft eerder onder andere Marvin Gaye en Harvey Fuqua in de gelederen. Claude Johnson heeft bij The Genies gezongen. Tim McQueen is de leadzanger van New York City en Eddie Schell maakt het kwartet compleet. De groep ontstaat in 1972 als Tri-Boro Exchange maar dan kiest het de succesvolle weg van bijvoorbeeld Chicago door de groep te noemen naar de oorsprong. Voor de platen kan de groep rekenen op de hulp van Wes Farrell en Thom Bell. Farrell is aanvankelijk het beste bekend als liedjesschrijver en hij heeft een aantal grote hits op zijn naam staan. 'Hang On Sloopy' is de bekendste maar bijvoorbeeld ook een 'Come A Little Bit Closer' van Jay & The Americans (welke hij eveneens produceert). In 1972 zet hij het Chelsea-label op en New York City is één van de acts op het label. Chelsea heeft echter geen vaste distributiepartner in Europa waardoor sommige platen op RCA verschijnen en anderen via Polydor lopen. Hoewel de Engelse persing geen fotohoes heeft, gebruik ik de Duitse omdat het iets meer kleur geeft aan het blog. Hoewel? Dat doen de oranje labels ook, maar toch liever een hoesje. Latere singles gaan via Polydor.

Thom Bell wordt beschouwd als een van de architecten van de Phillysoul en hij is naast New York City bijvoorbeeld actief met The Spinners en The Stylistics. New York City is als het ware een kruising tussen deze twee bands. Enerzijds de mierzoete harmoniezang, anderzijds meer avontuurlijk en funky. 'I'm Doin' Fine Now' had zo afkomstig kunnen zijn van The Spinners en het platenpubliek kan er niet genoeg van krijgen. De single bereikt een zeventiende plek op de Billboard en doet nummer twintig in Engeland. In de Adult Contemporary en de R&B doet de plaat het uiteraard beter. De opvolger heet 'Make Me Twice The Man' maar deze kan het succes niet herhalen en krijgt in Engeland niet eens een release. 'Quick, Fast, In A Hurry' heb ik eveneens als Engelse persing, nu op het Polydor-label. Het sfeervolle 'Happiness Is' verschijnt in Engeland op Chelsea en is de derde single die ik heb. Het is in 1974 de laatste keer dat New York City binnen de top 100 van een lijst zal uitkomen. De groep maakt twee albums: 'I'm Doin' Fine Now' in 1973 en 'Soulful Road' in 1974.

Toch mist de groep iets. Als er moet worden opgetreden is het wel handig dat ze de beschikking heeft tot een band. In 1973 gaat New York City toeren met The Big Apple Band. Het heeft niets met Walter Murphy van doen ofschoon zijn 'band' ook The Big Apple Band heet. Nee, Murphy doet alles in zijn eentje. The Big Apple Band van New York City bevat echter twee muzikanten waarvan we in de toekomst zullen gaan horen: Bernie Edwards en Nile Rodgers. Anders dan vaak gedacht, spelen ze waarschijnlijk niet mee op 'I'm Doin' Fine Now' of ze moeten héél toevallig in de studio zijn geweest op die dag. De studiomuzikanten worden niet genoemd en The Big Apple Band is er uitsluitend voor de live-optredens.

dinsdag 20 februari 2024

Singles round-up: februari 7


Nog negen dagen te gaan voor februari en wie weet wat er nog binnen gaat komen qua singles. Op zichzelf heb ik wel genoeg voor een fijne dubbelaflevering van de 'Eindstreep' volgende week, ofwel een top tien van de Blauwe en de Gele Bak. In de laatste aflevering van de 'Singles round-up' van de partij uit Zwolle is het fifty-fifty maar hangt het er vooral van af wat ik met bepaalde singles ga doen. Daarvoor zal ik ze nog een keer moeten beluisteren en dat ga ik nu doen. De apparatuur staat weer aan (na een paar uren Youtube) en ik ben klaar voor het, voorlopig, laatste deel van de 'Singles round-up'.

* The Sir Douglas Quintet- She's About A Mover (NL, Mercury, 1965, re: 1969)
Als ik donderdagavond op 45cat kijk, val ik van de ene in de andere verbazing. De 1969-uitgave is bijna evenveel waard als de eerste uit 1965. De plaat is in een absolute nieuwstaat. Ik heb hem zaterdag al wel gedraaid in 'Do The 45' maar of deze de Blauwe Bak gaat halen? Natuurlijk, het is een plaat gemaakt om te dansen, maar wellicht meer een hit in de hoek van de Mod dan de soul. Hij komt eerst in de Gele Bak en dan kan ik gedurende het jaar altijd nog bekijken wat ik ga doen. 'The Rains Came' is eenzelfde laken een pak maar veel soulvoller wordt het niet.

* The Sopwith Camel- Hello Hello (Zuid Afrika, Kama Sutra, 1967)
Niet op 45cat maar het wijkt qua catalogusnummer sterk af van de Engelse. Het is bijna vijfentwintig jaar geleden dat ik in Engeland even stevig door een cd-fase ga. Het meesjouwen van elpees is een onderneming als je voorlopig nog even wilt reizen. Ik koop het grootste gedeelte van de 'klassieke' Moody Blues-elpees op geremasterde cd's en kom zo ook een verzamelalbum tegen met psychedelische deuntjes. Deze compilatie bevat ook 'Hello Hello' van The Sopwith Camel, een groepje dat klinkt als labelgenoten The Lovin' Spoonful en eveneens door Erik Jacobsen wordt geproduceerd. 'Hello Hello' is een heerlijk lui en loom liedje met een zekere lulligheid, maar allemaal geheel in stijl van de 'Good Time'-muziek uit deze tijd.

* Soul Brothers Six- Your Love Is Such A Wonderful Love (Jamaica, Atlantic, 1968)
De band van de originele 'Some Kind Of Wonderful'. Goed bekeken is 'Your Love' ook 'Some Kind Of Wonderful' qua titel, maar klinkt ook zo. De b-kant is een ballade maar niet de sterkste die ik heb gehoord. 'Your Love' mag in de Blauwe Bak maar eerlijk gezegd hoor ik liever 'Some Kind Of Wonderful'.

* Steely Dan- Haitian Divorce (Duitsland, ABC, 1976)
Heb ik deze wel of niet? Ik loop nog altijd te twijfelen en dus ga ik snel even in het bestand kijken. Nee, niet dus. Goed dat ik hem heb meegenomen! Ik heb het in het vorige bericht al geschreven, hoe dichter bij het einde hoe meer 'mainstream' het wordt en hier hebben we dan The Dan met een absolute klassieker. Fijn om deze eens op vinylsingle te hebben.

* Carla Thomas- How Do You Quit (Jamaica, Atlantic, 1965)
Ik moet bekennen dat ik bij deze Atlantics in de veronderstelling ben dat het Amerikaanse persingen zijn. Het is pas bij thuiskomst dat ik zie dat ze geproduceerd zijn door Dynamic Sounds, hetgeen wijst op Jamaica. De singles hebben ook de hoge pieptoon voor het intro. 'Quit' is een heerlijke ballade. 'The Puppet' is meer upbeat en is voor mij persoonlijk de ultieme winnaar hoewel de single een 'double-sider' mag heten.

* The Tradewinds- Brother Jonesie (Barbados, Wirl, 1979)
Hoewel de plaat van Barbados komt, is The Tradewinds een band uit Guyana. 'Brother Jonesie' is een fraaie crossover tussen reggae en soulvolle spouge. Hij gaat voor mij in het hoekje van The Dynamics' 'Let's Pick Up From Where We Left Off'. Nog nét geschikt voor de Blauwe Bak. 'La Vie' op de b-kant is meer een tropische variatie op disco. Uiteraard in het Frans gezongen en met genoeg ruimte voor de muzikanten om vrijuit te soleren.

* Traffic- Paper Sun (Zuid Afrika, Fontana, 1967)
Ik loop erg te dralen bij deze single want ik heb hem nog altijd niet. De vraagprijs is hoog, maar dan opnieuw... Hoe vaak kom je deze tegen in de persing uit Zuid Afrika. Ome Minstrel heeft overigens nog de andere Traffic-singles liggen en allemaal uit Zuid Afrika. Het geluid is een beetje minimaal en de gain moet bijna op tien, maar ach... het zwarte Fontana-label met driehoekje ziet er erg nostalgisch uit. Best een bijzonder item en dus geen spijt van het prijskaartje.

* Frankie Valli- Can't Take My Eyes Off You (Zuid Afrika, Philips Seven Single, 1967)
Ach ja, hij is maar drie euro. Hij zit in een oud Nederlands Philips-hoesje, maar Jethro Tull zit in een Philips Seven Single-hoesje, dus dat ga ik even omruilen. Ik heb nog even gedacht om deze in de Blauwe Bak te plaatsen, maar nee... dit gaat gewoon in de Gele Bak. Wel een gezellige single maar geen 'You're Ready Now'.

Singles round-up: februari 6


In het begin ben ik nog van plan om vier berichten te publiceren op maandag. Jullie zullen inmiddels door hebben dat dit het niet is geworden. Enfin, vanavond twee afleveringen 'Singles round-up' en morgen de Week Spot en 'Het zilveren goud' en we zitten weer op schema. Vandaag is zo'n dag zoals iedere andere dinsdag. Zou ik negatief ingesteld zijn dan zou ik spreken van 'same shit, different day', maar dat is niet waar. Er is niet heel veel post om het zwak uit te drukken. Omdat ik dwars door mijn brood heen zit, heb ik niet echt een ontbijt gehad en dus hou ik halverwege even pauze met een broodje en een ijskoffie. Het is fris maar op zijn minst is het droog. Het grappige aan de 'Singles round-up' is dat het steeds meer mainstream pop wordt naarmate het einde in zicht komt. Dat heeft ermee te maken dat ik heel bewust naar singles heb gezocht van The Turtles en ik dus daarmee meteen al hoog in het alfabet zit. Omdat de bak van de T ook de letters U en V bevat, koop ik zelfs nog een single door een artiest met de letter V maar die komen we als allerlaatste tegen in de volgende aflevering. Eerst maar eens door de volgende acht plaatjes.

* Chuck Jackson & Maxine Brown- Something You Got (US, Wand, 1965)
Doorgaans loop ik niet heel erg warm voor de duetten van Chuck en Maxine want in principe kun je ze op iedere straathoek krijgen. Ik veronderstel dat Minstrel 'schappelijke' prijzen heeft voor deze dozen want je moet immers nog flink wat moeite doen om tot deze koopwaar te komen. Hij is wél schappelijk maar niet gek en dus denk ik dat ik voor deze gewoon een Ebay- of Discogs-prijs heb betaald. Het label is wederom gedecoreerd met viltstift door Glenn en dus moet het wel de moeite waard zijn? 'Something You Got' is een rhythm & blues-klassieker en ik moet bekennen dat ik het duet een leuk idee vind. Er is echter een puntje van kritiek bij Maxine Brown, hoewel ik haar soloplaten erg kan waarderen. Als je goed luistert en kijkt, is Maxine eigenlijk helemaal geen sterke zangeres. Ze heeft in ieder geval niet de 'power' om tegenover een stem als die van Chuck Jackson haar mannetje te staan. Haar stem klinkt dus ietwat ijl in dit duet en soms domweg té lief terwijl Chuck hoorbaar liever een stoere meid heeft. Dan de b-kant. 'Baby Take Me' is geschreven door Nick Ashford, Valerie Simpson en Joshie 'Jo' Armstead en dus kunnen we niets aanmerken op de compositie. Krijg nu tieten! Dit is 'The Real Thing' met een andere tekst.

* Jimmy James- Bewildered And Blue (Jamaica, Gaydisc, 1962?)
Waarom een vraagteken achter het bouwjaar? De plaat is voor het eerst verschenen in 1962 maar op een ander label. De vroege Gaydisc-platen van Jimmy James schijnen in de jaren rond 1973 opnieuw te zijn uitgebracht. Het kan evengoed ook nog wel eens een bootleg zijn zoals mijn Ken Boothe. Enfin, Gaydisc op het witte, flink verweerde, labels die in de typemachine hebben gezeten. Het doet me op het eerste gezicht aan als een demo, maar dan opnieuw... Niets wijst erop dat deze twee titels oorspronkelijk op Gaydisc zijn uitgebracht. Muzikaal is het 'island soul' dat leunt tegen calypso maar o zo lekker! 'I Don't Want To Cry' is de meest ultieme schuifelkant. Ik zie in dezelfde doos ook 'Come To Me Softly' liggen op hetzelfde witte Gaydisc-label. Ik durf daarbij niet te gokken welke versie het is, maar nu weet ik dat dit de eerste versie moet zijn. Voor een volgende keer!

* Jethro Tull- Sweet Dream (Duitsland, Island, 1969)
Helaas dus geen terugkeer van de 'Telefoontoppertjes' nu de Nokia N95 weer terug naar de afzender is gegaan. Ik wacht nog wel op het geld maar daar mag maximaal drie weken voor staan. Nou, vooruit maar! Ik heb 'Sweet Dream' van Jethro Tull nooit in dat kader behandeld, maar... het is in die jaren wel een 'Telefoontoppertje'. In het begin moet alles gratis worden gedownload en zo heb ik een adresje gevonden met een hoop dode links, vrij rond lopende virussen maar ook praktisch iedere plaat die ik mezelf wens. Zo zoek ik eens naar Jethro Tull en zie daar 'Sweet Dream' staan. In 2024 kan ik zeggen dat ik de plaat in meer dan twaalf jaar niet heb gehoord. Ik ben hem écht vergeten en dus is het een fijn weerzien. Ik heb me altijd verbaasd over het orkest en de blazers, het klinkt alsof de platenmaatschappij erop heeft gestaan om de single meer geschikt te maken voor de radio, maar de plaat zou beter af zijn geweest zonder deze externe musici. O ja, ook nog lekkere 'cowbell' in het refrein en pas Ian's fluit tegen het einde.

* Johnny Johnson  & The Bandwagon- Sweet Inspiration (UK, Stateside, 1970)
Een klassiekertje waarin ik opeens erg veel zin heb. Het is compleet inwisselbaar tegen iedere andere Bandwagon-plaat en zelfs The Foundations. Tony Macauley is de producent van beide. Hoewel zowel Johnny Johnson als Clem Curtis een kleurtje hebben, is dit desondanks typische 'blue-eyed' soul. Maar... het is en blijft een zeer gezellig plaatje en dus mag het in de Blauwe Bak. Ook de b-kant even proeven. 'Pride Comes Before A Fall' is dat andere deuntje van Johnny Johnson dat hij nog eens opnieuw doet. 'Sweet Inspiration' blijft daarmee de leukste kant van de twee.

* New York City- I'm Doin' Fine Now (UK, RCA Victor, 1972)
Ik heb al verschillende platen van New York City maar deze 'hit' nog altijd niet. Als ik hem dan tegenkom voor een zacht prijsje als Engelse persing dan ben ik vlug bereid. Ik denk dat ik New York City nog niet eerder als Week Spot heb gehad, dus dat kan ik in één klap oplossen. De b-kant is een sfeervolle ballade. Maar ja, wat wil je ook als Thom Bell de arrangeur is. Ik denk dat 'I'm Doing Fine Now' deze week de Week Spot gaat worden. Nog even vierentwintig uur geduld opbrengen.

* The Ovations- Don't Cry (US, Goldwax, 1965)
Over de Week Spot gesproken. Een paar weken geleden is deze titel in handen van The Ovations. Hoewel 'I Need A Lot Of Loving' de meeste viltstift op het label heeft, is 'Don't Cry' schijnbaar de Surisoul-favoriet. Het is in 1976 zelfs nog uitgebracht op het Nederlandse Old Gold-label! Ofwel... een bootleg met de naam van een latere Engelse platenmaatschappij. 'Don't Cry' is een ballade met opvallende acccenten voor de elektrische gitaar en dat is het toontje dat ze in Suriname kunnen waarderen. En weer opnieuw de leadzanger wiens' stem ik uit duizenden kan herkennen. 'I Need A Lot Of Loving' is meer uptempo en klinkt een beetje als The Impressions, maar 'Don't Cry' is de 'standout'.

* The Rotary Connection- Soul Man (NL, Chess International, 1968)
Voordat ik besluit om naar Zwolle te gaan, hang ik ook nog even rond op Discogs. Ik heb flink wat singles in mijn mandje bij een Nederlandse dealer en daar zit ook deze van The Rotary Connection bij. Dan echter mét fotohoes en hopelijk in een betere staat. The Rotary Connection is de band van Marshall Chess, de zoon van Leonard Chess van de gelijknamige platenmaatschappij. Minnie Riperton is de zangeres van de 'supergroep'. 'Soul Man' is een zeer interessante interpretatie van de Sam & Dave-hit maar ik kan me voorstellen dat de groep populairder is geweest bij het rockpubliek dan in de soul. Hoewel Minnie 'aan de grond' blijft met haar stem is het nog altijd goed voor een laagje kippenvel. Het kan zomaar zijn dat ik die met fotohoes nog wel ga aanschaffen en deze van Minstrel in de jaren zestig-bak zet. Op de keerzijde wordt 'Like A Rolling Stone' de soul in getrokken? Nou nee, het blijft instrumentaal maar ondanks een aardig arrangement wordt het nergens écht spannend.

* The Rutles- I Must Be In Love (NL, Warner Bros., 1978)
Eindelijk eens deze single te pakken van Dirk, Stig, Nasty en Barry. Het is begin 1990 als op de zaterdagavond een aantal weken lang een serie wordt uitgezonden van muziekfilms uit een grijs verleden. Ik zie daar de eerste keer 'The Commitments' alsook de 'mockumentary' van The Rutles. De composities van Neil Innes klinken als, maar dan net ietsje anders. Tegelijk zou je jezelf kunnen voorstellen dat John en Paul ze inderdaad zo hadden geschreven in 1963. Op de keerzijde staat 'Cheese & Onions' dat een prachtige parodie is op 'I Am The Walrus' en 'A Day In The Life'. Ik moet de film nog eens zien te vinden want ik wil hem dolgraag weer eens kijken.

maandag 19 februari 2024

Singles round-up: februari 5


Geen Beilen, Assen of Leeuwarden. Nee, de keuze valt op Zwollywood. Ik ben nog immers mooi op tijd en bovendien heeft Zwolle op donderdag koopavond. Ik zou nu wel eens het geduld kunnen opbrengen en door de knieën te gaan. De laatste keer bij Minstrel is nogal hectisch. Het is dan september en ik ben op de fiets naar Zwolle gegaan. Straks moet ik nog door de duisternis terug naar Uffelte en ook het moment leent zich er niet voor om door de kastjes en bananendozen te gaan. Dat staat dus voor deze donderdag op het programma. Welnu, de kastjes ben ik niet geweest. Arjan heeft stapels elpees voor de kastjes staan en waar moet je die eens kwijt? Gelukkig kan hij een paar bananendozen tevoorschijn toveren met een hele ruwe selectie op genre en tijdperk. Ik ga de soul door nadat ik al de 'bovengrondse' soulbakken heb doorgespit. Opvallend veel Suri-soul en achteraf gezien ook vrij veel Jamaicaanse persingen. Ik ga de 24 singles in 3 afleveringen doen. Bij deze eerste lijkt het alsof het alleen maar obscure soul gaat worden maar later in het alfabet treffen we ook nog een paar pure popsingles uit de jaren zestig.

* Clarence Ashe- Trouble I've Had (US, J&S, 1966)
'Ken je ze allemaal of gok je maar wat?'. Beide. Arjan zegt dit terwijl hij Mitty Collier bekijkt en haar 'coljee' noemt zoals het sieraad. Nee, Mitty Collier is geen gok, daarvan weet ik op voorhand dat het me goed gaat bevallen. Met de Barbadiaanse persingen is dat weer iets anders. Ik begin deze 'Singles round-up' met een plaatje dat ik absoluut niet kan laten liggen. Het is op Zell Sanders' J&S-label en dat is dezelfde Zell Sanders als van het plaatje van The Hearts op het Zells-label van vorige week. Eenmaal thuis zoek ik het bouwjaar op van dit plaatje van Clarence Ashe en zie terloops dat het bijna evenveel waard is als de totaalprijs van alle 24 singles. Goed gegokt! De vorige eigenaar heeft het gepersonaliseerd met viltstift en dan weet je wel hoe laat het is. Clarence klinkt als een dominee maar dan wel iemand die aan lager wal is geraakt. Hij heeft nauwelijks iets te eten, het licht is afgesloten en zijn vrouwtje moet opeens ook niets meer van hem weten. Het is een dag uit het leven van Clarence Ashe. Dit is 'deep soul' dat zó diep is dat het de luisteraar zelfs pijn doet. En ook Zell Sanders krijgt nog een naamsvermelding aan het einde. 'Dancing In A Dream World' is méér 'deepness' en ditmaal zingt meneer Ashe wel. De Zell Jackson-fascinatie zal nog wel even duren, denk ik zo, en haar catalogus telt tientallen singles dus we zijn pas net begonnen!

* Bobby & Clyde- My Day Is Comin' (US, Blue Candle, 1972)
Het blijft vooralsnog obscuur en 'deep'. Alhoewel? Bobby is niemand minder dan Bobby Marchan. Clyde is Clyde Edmonds. De laatste is een oorspronkelijk lid van The Broadways waarvan ik 'Goin' Goin' Gone' heb. Zijn collega Billy Brown zal later zingen met The Moments en Ray, Goodman & Brown. Tussen 1970 en 1975 toert Edmonds met Bobby Marchan en deze single is het enige resultaat op het vinyl. Het 'deep soul' in de meest uitgeklede vorm. Een zeer eenvoudige basis en twee stemmen die dwars door de ziel snijden. Op kant 2 is 'Part 2' en daar gaat het verhaal verder maar nu vooral half gesproken.

* The Chi-Lites- Here I Am (Italië, Brunswick, 1975)
Ik heb zaterdag al het erg leuke 'It's Time For Love' gedraaid maar zal nu eens 'Here I Am' proberen. 'Here I Am' is een ballade zoals The Chi-Lites deze aan de lopende band heeft afgeleverd. Het zit productioneel erg fraai in elkaar maar verder is het inwisselbaar. Nee, dan heb ik goed gegokt met de b-kant. Veel 'cowbell' voor de liefhebber! Oh wacht eens even? 'Reversed labels'? Euh... ja dus! 'It's Time For Love' is de ballade en 'Here I Am' de meer uptempo a-kant. Ik ben er zaterdag dus niet met mijn kop bij geweest.

* Mitty Collier- Sharing You (US, Chess, 1966)
Zaterdag heb ik de b-kant gedraaid, 'Walk Away', maar beide kanten zijn prachtige ballades met de krachtige stem van mevrouw Halsketting. Oh nee toch, dat is dus het 'delen' in de titel? Mitty ligt dus ook te rotzooien met een getrouwde man. Om het nog duivelser te maken, vraagt ze van de man om zijn huwelijk achter zich te laten en zijn leven te spenderen met Mitty. Ik noem het een 'double-sider' want beide zijn de moeite méér dan waard.

* The Four Tops- One Chain Don't Make No Prison (UK, Probe, 1972)
Komende zaterdag ga ik uitsluitend Engelse persingen draaien en dan komen ook de 'nieuwe' Engelse persingen aan bod. Bijvoorbeeld deze van The Four Tops. Het kwartet heeft pas Motown verlaten en brengt op deze single enerzijds een eigen compositie en op de a-kant een nummer van Lambert en Potter. Het is niet bepaald een 'Keeper Of The Castle', het is zelfs méér rock dan soul in mijn optiek. Toch is het best een gezellig nummer. De b-kant eens uitproberen want ik wist niet dat The Four Tops ook zelf liedjes konden schrijven. 'Turn On The Light Of Your Love' begint met een Moog en dan heb je meteen mijn aandacht. Dit neigt naar het geluid van The Temptations van een paar jaar eerder. Zonder meer de betere kant van de twee.

* Boris Gardner- Elizabethan Reggae (Zuid Afrika, Fontana, 1970)
Deze heb ik bij het laatste bezoek al zien liggen en sta op het punt om hem mee te nemen. Ik heb dan echter al afgepast geld meegenomen en wil niet naar een pinautomaat lopen. Vandaar dat deze nog vijf maanden mag blijven logeren in Zwolle. Ik heb zaterdag de b-kant gedraaid: 'Soul Serenade' van Byron Lee & The Dragonaires. 'Elizabethan Reggae' is natuurlijk de klassieker van de twee. Uiteraard gewoon voor de Gele Bak.

* Big John Hamilton- I Have No One (US, Minaret, 1968)
Hier heb ik de keuze uit de Minaret en de latere SSS International-uitgave. Beide platen zien er even goed uit en dus ga ik voor de eerste persing. Wellicht moet hij even groeien maar ik vind 'I Have No One' niet zo sterk als de andere Minaret-single die ik heb van Big John. 'I Just Want To Thank You' klinkt ietsje gruiziger in mijn oren en wellicht gaat dit de favoriete kant worden. Maar dan opnieuw, het is niet zo sterk als de single die ik in 2021 heb gekocht (en waarvan ik me de titel even niet kan herinneren).

* The Hodi Boys- Tell Me (Barbados, Reprise, 1977)
Een uitstekende 'double-sider'. 'Tell Me' is meer upbeat waar 'Something Good' een sentimentele ballade is. De laatste is blijkbaar het meest favoriet geweest bij de eerste eigenaresse maar ik ga stiekem toch voor 'Tell Me'. Eenvoudige doch doeltreffende Carib-soul waar ik goede luim van krijg.

Week Spot Kwartet: week 7


De kerst is weer achter de rug en ik kan los met Soul-xotica. Kerst? Ja, het is een kleine traditie dat ik op een kerstdag een etentje heb bij mijn zus en haar gezin maar tijdens de officiële kerstdagen ben ik nog bezig te herstellen. Mijn nichtje is dan ook pas ziek geweest en ik voorzie dat we gaan 'pingpongen' en ik moet er dan (na drie weken) niet aan denken dat ik wederom ziek als een hond thuis kom te zitten. Het kerstdiner is dus even uitgesteld tot januari maar dan is het ook alweer snel februari. Dat hebben we gisteren gedaan. Waarom ik niet heb gepubliceerd na de radioshows. In alle drie gevallen kan ik vaststellen dat ik dan meer belang heb bij ontspanning dan inspanning en dus lig ik een eindje achter. Het is echter de bedoeling om vandaag een groot deel van de schade in te halen. Laat me dan eerst maar eenvoudig beginnen met het Week Spot Kwartet van de vorige week. De platen uit het Week Spot Kwartet van deze week heb ik zaterdag al gedraaid in de show en dus hoeft dat vrijdag geen probleem op te leveren. Vandaag eerst nog terug naar week 7. Allemaal platen met een zekere herinnering.

2020: Count Your Blessings And Move On - Jimmy Dockett (1973)
Gelukkig hoef ik deze niet te draaien in de 'Week Spot Carousel' in 'Do The 45' want eigenlijk moet ik bekennen dat deze plaat teveel is doorspekt van herinneringen. Het is nog de periode dat ik thuis zit met een onbestemd gevoel over 'iets dat gaat komen en niet fijn is' zonder dat ik weet wat er gaat gebeuren en wat ik moet doen om het tegen te houden. Dan zie ik deze titel bij de recente aanwinsten en besluit het de Week Spot te maken. Het is de conclusie voor mij ten aanzien van dat 'iets dat gaat komen'. Wees gelukkig met wat je hebt en ga verder met het leven. Drie weken later is de wereld helemaal in paniek en weet ik wat ik heb 'gevoeld'. Ik ben dan evenwel klaar om door te zetten en het maar aan me voorbij te laten gaan. Zolang ik mijn eigen geluksmomentjes maar weet te vinden, gewoon doorgaan met beuken! In de laatste week van het 'ziek zijn' neem ik het er dan ook van en ga bijvoorbeeld nog een dag met de bus naar Emmen. 'Gewoon met de bus naar Emmen en een broodje eten in een cafetaria' is immers twee jaar ondenkbaar.

2021: Never You Hurt - Laurel Aitken & The Soul Men (1966)
Bij eerdere edities van het Week Spot Kwartet in 2016 en 2020 liggen de jaren voor het gevoel soms mijlenver uit elkaar. Bij de afgelopen vier jaar ligt dat anders. Ook in 2021 ontkomen we niet aan de paniek die er heerst vanwege een vermeend dodelijk virus. We zitten dan opnieuw in een harde lockdown en volgens mij is de avondklok ook al van kracht. Laurel Aitken brengt me vooral terug naar het winterse weer. Normaal gesproken zou een ijsbaan propvol schaatsende mensen zijn, nu is het een enkeling die het waagt. Ik geloof zelfs dat de kans op een Elfstedentocht in 2021 reëel zou zijn geweest als men niet zo spastisch had gedaan met 'afstand houden' en het verbieden van 'massale bijeenkomsten'. Eigenlijk koop ik deze Laurel Aitken voor de meer langzame b-kant maar het is uiteindelijk steeds het beukende 'Never You Hurt' dat de winnaar is voor mij.

2022: Got To Find My Baby - James Gadson (1972)
Hoewel er nog altijd een paar maatregelen zijn, hoef ik het hier niet beslist over de donkere periode te hebben. Het is de tijd van de lichtjestochten en bij één van de tochten in Meppel heb ik nog een associatie met de radioshow. Radioshow? Ja, ik heb een paar weken eerder de laatste Cannonball-uitgave gekocht van Mike James Kirkland samen met de befaamde sessiedrummer James Gadson. Als ik me ga verdiepen in het studiowerk van de man val ik van de ene in de andere verbazing. Ik doe een lange special met een aantal van zijn opnames en het betekent dat ik ongegeneerd 'I Will Survive' van Gloria Gaynor en 'Heaven Must Be Missing An Angel' van Tavares in de show kan draaien. Deze uitstekende solo-single van Gadson is deze week de Week Spot en dat is nog altijd een héle grote favoriet voor mij.

2023: Color Him Father - The Winstons (1969)
In 2023 is het virus voor veel mensen alweer een herinnering uit lang vervlogen tijden. De wereld is weer open gegaan. Ik ben dan overeen gekomen met Meppel dat ik hen op vrijdag kom assisteren. Dat is inmiddels alweer teruggedraaid en Meppel zal laten weten als ze me werkelijk nodig zijn. Voor de rest heb ik mijn werkgebied in Steenwijk. Het is op zo'n vrijdagmiddag. Ik ben met de bus naar Meppel gekomen en loop na afloop het centrum in om een paar plaatjes te scoren aan het Prinsenplein. Dat wordt zo'n groot pakket dat ik het in twee delen moet ophalen. 'Love Of The Common People' van The Winstons is daar eentje van. Toch wil ik dat niet als Week Spot hebben, maar dan... is in één keer het verhaal rond. Ik herinner me opeens 'Color Him Father'. Ik heb de single al in 2018 gekocht maar het is ten tijde van deze week in 2020 dat ik op zaterdagmiddag een fietstochtje maak naar Steenwijk. Ik koop dan ook een aantal singles bij Van Der Laan. Ik luister intussen naar een oude show waarin ik 'Color Him Father' draai en het is dan pas dat het nummer me écht opvalt. In 2023 mag het dankzij 'Love Of The Common People' alsnog de Week Spot zijn.

donderdag 15 februari 2024

Singles round-up: februari 4


Beilen? Assen? Leeuwarden? Gewoon een paar plaatsen waar ik de afgelopen weken en maanden heb gedacht om opnieuw te bezoeken voor singles. Omdat ik gisteravond ben vergeten om te douchen (en dat toch wel weer eens tijd wordt!), zet ik vanmiddag de hogedrukspuit op mezelf en het weelderige haar. Hierdoor gaat een fietstocht hem niet worden en zeker niet naar een plaats om singles te kopen. Dan denk ik opeens in Zwolle en... dat hebben we gedaan! Met de bus en de trein en gebruik gemaakt van de koopavond op donderdag. Qua vinyl is het een vangst van 24 singles. Verder heb ik vanmiddag drie singles in de 'pre-order' gezet en dat zijn dan wel de eerste van deze maand. De singles van Mark heb ik nog in januari afgerekend. Vanavond ga ik de laatste zeven aan jullie voorstellen. Eentje heeft 'wear and tear' en een andere wordt door Mark niet goed genoeg bevonden en krijg ik er gratis bij. Plus eentje die ik in principe 'dubbel' heb maar ditmaal echt voor de onontdekte b-kant heb aangeschaft. Even de koffie laten door pruttelen en ik ben klaar voor de luistersessie!

* Chuck Strong- You Left A Gold Mine (US, Team, 1990)
Van deze Chuck Strong heb ik inmiddels al een ander plaatje en kan dit niet meteen voor de geest halen. Geen goed teken? In geval van 'Gold Mine' hoor ik best een goede zanger alleen met een té harde disco beat. Misschien is het een kwestie van gewenning maar met meer organische drums zou dit drie keer beter zijn geweest. De keerzijde is instrumentaal en dat geloof ik wel.

* The Three Degrees- I Didn't Know (UK, Philadelphia International, 1974)
Eigenlijk de b-kant van 'When Will I See You Again'. Die heb in een latere uitgave met 'Dirty Ol' Man' in een Engelse persing en natuurlijk heb ik ook de Nederlandse gewoon in de jaren zeventig-bak. Mark prijst ditmaal 'I Didn't Know' aan en dat is een kant waar ik nooit eerder naar heb geluisterd. Een kleine switch van songschrijvers en producenten en nu met Bunny Sigler aan het roer. Qua geluid heeft het iets van The Anderson Brothers. Een héle grote verrassing want ik kan me nu al geen leven meer voorstellen zonder dit nummer. Natuurlijk is het een rasechte 'double-sider' want hoewel de a-kant een té grote hit is geweest voor de soul-scene is dat een plaatje dat me nog altijd kippenvel geeft. Helaas is die kant wel stuk gedraaid door de vorige eigenaar maar dat geeft niet.

* Tierra- Hidden Tears (US, Boardwalk, 1982)
Ik heb jaren geleden eens een andere single van Tierra gekocht in de '5-4-3-2-1'. 'Hidden Tears' is geschreven door Keni St. Lewis die in 1969 een single maakt met de titel 'Ba'e Brother' als Keni Lewis. Dat is in 2022 opnieuw verschenen bij Epsilon en heb ik ook in de bakken staan. 'Hidden Tears' in 'in-your-face' 2 step boogie met een lekkere optimistische vibe. Het heeft wel geleend van verschillende liedjes want in het refrein zit een zangmelodie die me meteen doet denken aan 'Heaven Must Be Missing An Angel' van Tavares. Op de keerzijde gaat het op de Latin toer met 'Baila Gente Baila' en ook dat is het aanhoren meer dan waard. Ik noem het een 'double-sider'.

* The Valentine Brothers- No Better Love (UK, EMI America, 1987)
'Op mijn draaitafel levert het geen problemen op, maar zie maar. Ik heb hem gratis erbij gestopt', zijn de woorden van Mark bij deze van The Valentine Brothers. Als ik de plaat op het tableau leg, zie ik het euvel al. Het is in zeer lichte mate een kommetje geworden. Hoewel ik weinig naalddruk heb (vooral om het styreen te sparen) levert het geen problemen op. Van The Valentine Brothers heb ik reeds twee singles uit 1979/1980 en de groep is in 1982 verantwoordelijk voor 'Money's Too Tight To Mention' dat een grote hit zal worden voor Simply Red. 'No Better Love' is moddervette disco zoals dat anno 1987 populair is in de Engelse clubs. Dezelfde potentie als L.J. Reynolds van vorig jaar want ik vind hem nu al heel leuk hoewel het muzikaal erg mechanisch is. Op de keerzijde nog meer van hetzelfde met 'Ladies Delight' maar nee... na 'No Better Love' heb ik voorlopig wel even genoeg.

* Nancy Wilson- Here It Comes (UK, Capitol, 1977)
Mark adverteert de plaat alleen met deze b-kant. Als ik even huiswerk doe, zie ik de a-kant en beoordeel ter plekke dat deze er ook mag zijn. Misschien zelfs beter dan 'Here It Comes'? Enfin, ik reserveer de plaat en ook nu noem ik als eerste de b-kant. Nancy gaat op de discotoer met een stem die in de coupletten vooral uit de jazz lijkt te komen. Het maakt het wel erg 'oddball' maar daar heb ik doorgaans geen problemen mee. Maar... wat is dan toch die a-kant? Dat is het titelnummer van Wilson's meest actuele album en een liedje dat in 1976 door iemand is opgenomen voor het Motown-label. De plaat zal zes jaar later pas een knaller van een hit worden. Het is 'I've Never Been To Me' van Charlene. Nou nee, de 'second opinion' zegt dat dit wel een brug te ver is. Het liedje is op zichzelf al een drama maar Nancy lijkt het vooral vanuit de jazz te willen aanvliegen.  Dan toch maar gewoon 'Here It Comes'.

* The Winans- Let My People Go (UK, Qwest, 1985)
In een lang vervlogen tijd ben ik een regelmatig bezoeker van het clubhuis van Youth For Christ en ben aan het 'reli-shoppen' langs uiteenlopende kerkgemeenschappen. Op dat moment zijn The Winans de BZN van de gospel. Bebe zingt in dezelfde tijd met Eternal 'I Wanna Be The Only One' en heel stiekem vind ik dat dan een gezellig en leuk plaatje, maar door mijn gospel-achtergrond kan ik dat niet opbiechten. Nu dan deze single van The Winans. Het komt uit de koker van Quincy Jones en dan moet het wel goed zijn? Het blijkt een fantastisch lekker nummer te zijn! Overigens krijgt Quincy nergens een credit behalve dat het op zijn label is uitgebracht. Nu moet ik alleen nog besluiten of deze in de gospel komt te staan of de bak met de Engelse persingen.

* Bobby Womack- More Than I Can Stand (US, Minit, 1970)
'Quite some wear and tear, accordingly priced'. Ik ben gewaarschuwd! Het label ziet er inderdaad niet smetteloos uit. Het geluid is 'schoon' alleen zijn de kraakjes wel hoorbaar op de achtergrond. Ik heb ze beslist minder gehoord. 'More Than I Can Stand' is een lekker poepje crossover van Bobby. De kant van 'Arkansas State Prison' heeft meer last van het achtergrondgeluid maar nog steeds niet helemaal aan poeier gedraaid. Een beetje 'distortion' want we hebben het natuurlijk weer over het onvolprezen styreen (said no-one ever!). John Manship heeft een 'flawless copy' voor vijftien pond en, ja, dan mag ik spreken van een kassakoopje in mijn geval.

woensdag 14 februari 2024

Singles round-up: februari 3


Valentijnsdag. De post heeft wederom geen post gebracht, maar hey... je hoort mij niet klagen! Het pakket van gisteren houdt me de komende weken wel weer bezig. Buiten Facebook om heb ik weinig gezien van Valentijnsdag. Ik heb zelfs geen enkele collega getroffen en verder ook weinig bekenden. Valentijnsdag 2024 staat vooral in het teken van regen. Er zou niet veel zijn verwacht en qua millimeters zal het ook geen record zijn. De regen is desondanks dwars door al mijn lagen kleding gegaan. Enfin, dat hangt nu te drogen en daar mag het ruim een dag over doen want ik ben morgen lekker vrij. Ik heb wel plannetjes want morgen zal het nagenoeg droog zijn en vrij 'warm' voor de tijd van het jaar. Een retourtje op de fiets naar Beilen lijkt me wel weer eens aardig. Eventuele nieuwe singles moeten dan wachten tot volgende week want deze week zit al vol gepland. Nu de derde vracht van acht singles. De apparatuur staat aan en ik wacht nog even totdat de koffie is doorgelopen.

* Syl Johnson- Love Baby (US, Shama, 1977)
Mark biedt verschillende persingen aan van dit nummer maar ik kan de andere twee niet vinden op 45cat. Ik ga voor het Shama-label omdat ik vermoed dat het een lokale eerste uitgave is. Welnu, de opnames zijn uit juli 1974 en de single is pas in 1977 uitgebracht. Shama blijkt al het werk van Johnson te hebben uitgebracht vanaf 1977 waaronder nieuwe nummers maar ook een paar oudjes. 'Love Baby' is de eigenlijke b-kant en is blijkbaar in een andere studio opgenomen. Het is immers de periode waarin Johnson zijn platen maakt voor Hi van Willie Mitchell. 'Love Baby' heeft een bluesy ondertoontje maar Syl weet het soulvol te houden. De a-kant heet 'Goodie-Goodie-Good Times' en is duidelijk niet het sterkste werk van Johnson. Soms heeft het een reden waarom iets niet direct aan het vinyl wordt toevertrouwd.

* Lady Margo- Nothing Better (US, Cynthia, 1979)
Het jaartal is een gokje. Nummer 1 komt uit 1976, nummers 2 en 3 uit 1978. Dit is nummer 4. Lady Margo brengt ons een overheerlijke Southern Soul-ballade met een zeer interessant instrumentarium dat desondanks de juiste uitwerking kent. 'Deep' genoeg om mij te kunnen bekoren. Op de keerzijde staat 'I Enjoy Loving You' en daarop dezelfde speelse blazers maar nu meer uptempo. Misschien zelfs wel de betere kant! Ik noteer het echter als 'double-sider'.

* Jimmy Lewis & Peggy Scott-Adams- See You Next Weekend (US, Miss Butch, 1997)
Twee Southern Soul-legendes op één plaatje uit 1997. Jimmy Lewis maakt zijn eerste plaat in 1962 en Peggy Scott-Adams kenne we als Peggy Scott als duetpartner van Jo Jo Benson. Je kan horen dat ze erg veel plezier in de studio hebben want het zit boordevol 'grapjes'. Het onderwerp is dan ook een getrouwde man die met een getrouwde vrouw afspreekt in een motel, maar uiteraard zijn ze weer niet met elkaar getrouwd. Op het eind krijgen ze zelfs nog ruzie en kunnen ze lekker tegen elkaar opbieden qua schreeuwen. Hilarisch. Intussen zit Betty thuis op haar man te wachten die haar blijkbaar ontvlucht. Hij heeft het namelijk op de b-kant over 'Betty-This And Betty-That'. Het is een leuk nummer maar niet zo sterk als 'Weekend'.

* Little Milton- Just One Step (US, Glades, 1977)
Kijk! Het gebeurt opnieuw! Ik ben al een stuk over Latimore aan het schrijven als ik me realiseer dat het Little Milton is. Ik heb volgens mij ook een 'Just One Step' van Latimore op Glades? Ja, dat klopt. Die van Latimore is uit 1975 en een compleet ander nummer. Little Milton associeer ik niet met Glades. Het is een lekker upbeat ding dat meer Memphis dan Florida klinkt. De b-kant is instrumentaal.

* Peaches & Herb- Thank You (UK, Direction, 1969)
Ach, ik neem de letterlijke info maar over van het label. 'Thank You' is in 1968 de b-kant van 'United' en deze heb ik in die hoedanigheid in de koffers staan. De Engelse Direction moet natuurlijk ook in de parallelle Blauwe Bak met de Engelse persingen. 'Thank You' blijft een schitterende 'end-of-nighter' en wellicht dat ik dit volgende week zaterdag kan proberen als ik weer een show met de Engelse persingen ga doen. De eigenlijke a-kant is 'When He Touches Me (Nothing Else Matters)' en die heb ik nog niet. Het is eveneens een fraaie ballade. Een 'double-sider'!

* Linda Perry- I Need Someone (US, Mainstream, 1973)
What's up? Nee, zo jong was de 4 Non Blonde er niet bij. Een andere dame met de naam Linda Perry. Een gesproken intro met een echo op de stem, het klinkt bijna als The Shangri-Las. Verder klinkt 'I Need Someone' ook alsof het stokoud is, maar dan opgenomen in een moderne studio in stereo. Het geeft ons een sfeervolle ballade met een hemels zingende Perry. Het styreen tikt stevig maar het geeft het nummer alleen maar meer patina. Een erg gek plaatje maar ik kan hier wel aan wennen!

* Esther Phillips- And I Love Him (UK, Atlantic, 1965, re: 1967)
Ik ben geen Beatles-'hatér' zoals wel vaak wordt gedacht. Ik sta gewoon kritisch tegenover The Fab Four en vind dat de invloed van de band soms wat té zwaar wordt overtrokken. Er zijn echter enkele nummers van The Beatles waarvoor ik ze eeuwig dankbaar ben en 'And I Love Her' is daar eentje van. Behoeft dat een cover? Nee, op zichzelf niet, maar de Engelse persing van Esther Phillips kan ik niet laten liggen. Het is 'And I Love Her' op een bossa nova en natuurlijk geadresseerd aan een 'hem' in plaats van een 'haar'. Het heeft geen bal met soul te maken maar wel geinig. Op de flip staat 'Shangri La' en dat is opnieuw een 'crooning' ballade met groots orkest. Nee, het gaat hem hier echt om 'And I Love Him'.

* Pockets- So Delicious (US, ARC, 1979)
Niet te verwarren met Arc Records uit de Nederlandse grensstreek dat in de jaren tachtig stokoude muziek opnieuw uitbrengt. Nee, Columbia probeert even iets nieuws in 1979 en komt met American Recording Company. Volgens mij heeft het niet lang bestaan. 'So Delicious' klinkt al Raydio en Earth, Wind & Fire in het intro en het is inderdaad een erg smakelijk soulvol disco-dingetje met een aanstekelijk refrein. Niet super essentieel maar ik wil dit wel laten groeien. Ik ben ook benieuwd naar de b-kant want daar doet de groep een cover. 'La La (Means I Love You)' heeft weliswaar een laatje minder, maar is nog altijd een cover van The Delfonics. En dat klinkt nog best véél anders dan het origineel. Ik vind het wel nét zo leuk als 'So Delicious'.