woensdag 21 november 2012
geen woord Frans
Hebben we iets gemist? Jazeker, die wiek-dinges-of-hoe-heet-die-tune-of-the-week-nu-ook-alweer. Klopt! Die hebben we anders altijd op dinsdag, maar zal deze week door afwezigheid schitteren. Is er dan geen Week Spot deze week? Jawel, in navolging van 'One More Chance' en 'If I'm Hurt You'll Feel The Pain' is de Week Spot deze week wederom voor Barbara & Brenda. Het verhaal is al verteld en er is in tussentijd geen nieuwe informatie omtrent de nichtjes erbij gekomen en dus slaan we de Week Spot hier deze week over. Ik had ooit beloofd dat 'Hurtin' Inside' de Week Spot-kant zou zijn, maar aangezien ik die afgelopen zaterdag al heb gedraaid, ga ik toch maar voor 'That's When You Got Soul'. Dat was uiteindelijk ook de kant waarvoor ik hem kocht en is ook het kantje dat geselecteerd is voor de Blauwe Bak Top 100 die ik volgende week ga samenstellen. Ik hoefde vanavond niet diep de Blauwe Bak in om een nieuwe kandidaat te vinden. Ik heb vanmiddag nog een paar singles gedraaid en de laatste was de plaat die nu in de volgspots staat. Hij steekt dus vijf centimeter boven de andere plaatjes uit...
Terwijl ik twee maanden geleden nog heb bericht over de forummeeting van Golden Beat Years, heb ik mezelf drie weken geleden van de ledenlijst laten halen. Teveel negativiteit om 'leuke' dingen te organiseren. Prompt na het beëindigen van mijn lidmaatschap komt het aanbod van Wolfman Radio en zo is het balletje weer rond. Vóór Golden Beat Years was er het Steenen Forum, het forum van Avro's Steenen Tijdperk. Ik werd daarvan 'lid' in november 2008 en ontpopte mezelf razendsnel tot een enthousiast forummer. De opzet van het Steenen beviel me dan ook beter, samen zoeken naar één of maximaal drie nummers per keer. Toch was het Steenen toen al zeven jaar onderweg en had zich binnen het forum een hierarchie ontsponnen, waar menigeen niet doorheen kwam. In begin 2009 begon het ernstig te rommelen en toen Golden Beat Years in april 2009 de deuren opende, verlieten veel Steenen Forummers de oude stek. Ik ging met nog een stel verder met het Steenen. In september 2010 wordt het radioprogramma omgedoopt tot Tijdperk Schiffers en gaat ook het forum op de schop. Daardoor verdwijnt een stuk van het archief dat we zorgvuldig hebben opgebouwd. Dan is ook voor mij de koek op en steek definitief over naar Golden Beat Years. (Het forum van Tijdperk Schiffers bestaat nog altijd, maar het doet pijn om te zien wat het is geworden).
Toch zijn er in die jaren van het Steenen mooie zoektochten geweest. Een aantal platen die nauwelijks waren te traceren, zijn boven gekomen. Eentje daarvan was het album van Mardi Gras. Sterker nog: De actie heeft zelfs alle plaatkantjes van de groep opgeleverd! Als je mij gisteren had gevraagd waar ik dacht dat Mardi Gras vandaan kwam, had ik volmondig 'Frankrijk' geantwoord. Toch wist ik achteraf ook wel weer dat het een Amerikaanse groep was. Inderdaad, niks Frankrijk, Mardi Gras komt uit New York. De namen van de leden vermoeden wel enige Europese roots, maar feit is ook dat de leden in de eerste helft van de jaren zestig al speelden met groepjes als The Royal Teens en Joey & The Twisters. Hoe het balletje precies is gaan rollen voor de groep vertelt de geschiedenis niet, maar het is een feit dat ze in 1969 een contract krijgen bij het Franse AZ-label. Het debuut heet 'Girl I've Got News For You' en is ook in Nederland een hit. Oorspronkelijk heet het nummer 'Girl I Got News For You' en is in 1966 uitgevoerd door de garagerockband The Birdwatchers. Het handelsmerk van Mardi Gras is het gebruik van het Farfisa-orgel. De dansbare arrangementen en de soulvolle zang maakt dat de platen van de groep uit New York het uitstekend doen in de Europese discotheken.
In 1971 wordt het succes vervolgd met 'Too Busy Thinking 'Bout My Baby', een cover van het nummer van Marvin Gaye uit 1969. Vreemd genoeg scoort het niet in Nederland, maar zal het ook hier uit groeien tot het bekendste nummer van de band. In Italië is dat anders, daar wordt 'Sing Sing Barbara' met gastzanger Laurent een héle grote hit. Naar verluid staat de plaat een half jaar op nummer één. Toch denk ik dat de Italiaanse hitparade minstens zo betrouwbaar is als haar politici... Dan breekt 1972 aan en maakt de groep dan die elpee die praktisch onvindbaar is. In de meeste landen is 'Paris Sunshine' de laatste single, maar Nederland kiest voor een andere a-kant. Net zoals ze bij 'Too Busy Thinking 'Bout My Baby' en 'Everyday I Have To Cry Some' (oorspronkelijk van Arthur Alexander, maar in Nederland de tweede hit van BZN) hebben gedaan, krijgt nu 'Gimme Little Sign' van Brenton Wood het Mardi Gras-arrangement. Ik heb de plaat al sinds 2004 in huis, maar heb hem sindskort ontdekt. Ik begon er net aan te wennen, toen ik opeens kennis nam van Major Lance' versie uit 2975. Dat heeft Mardi Gras de positie van Week Spot gekost!
Toch blijft het een ontzettend grappig plaatje, hoewel het origineel van Brenton Wood stukken beter blijft. Ik vind Mardi Gras dermate leuk dat hij op de nominatie staat om zaterdag in 'Do The 45' terecht te komen.
dinsdag 20 november 2012
raddraaien: Ringo Starr
Het is bijna een jaar geleden dat ik de overstap maakte van de Nokia naar de laptop. De berichten op Soul-xotica werden toen langer. Als ik terug kijk naar de berichten ten tijde van de Nokia kan ik die lengte enorm waarderen. Ik was ooit eens verontwaardigd toen iemand opmerkte dat hij mijn 'kattebellen' zo aardig vond. Ik was per bericht toch wel een uurtje zoet met typen, dus ik zag het niet als zodanig, maar achteraf bezien was dat wel de juiste omschrijving. De berichten die ik nu schrijf, buiten 'Do The 45' en de Schijf van 5 om, hebben allemaal wel een gemiddelde lengte gekregen. Soms werkt dat ook als een nadeel. Het idee voor het Raddraaien is ontstaan om mezelf met de moeilijke taak op te zadelen om een bericht van normale lengte te schrijven over een artiest of groep waar ik niks van weet. Andere keren is het gesneden koek, zoals vandaag. Voor Ringo Starr doe je nu eenmaal niet heel veel moeite, je mag het lekker ontspannen en ongedwongen houden. Dat is namelijk ook wat zijn solowerk uitstraalt. Ik heb de raddraaier van vanavond zonet nog even beluisterd, hij was behoorlijk weggezakt in mijn geheugen, en dat is eens te meer een reden om op mijn boerenfluitjes dit bericht uit te zingen.
Ik schreef gisteren al over mijn bezoek aan Zwolle. Toen ik Dirk had verteld over mijn uurtje bij Wolfman Radio, reageerde hij: ,,Phil Horneman heeft me al meerdere malen gevraagd of ik een uurtje bij Radio 6 wil doen, maar ik vind mezelf niet goed genoeg. Toch willen ze me allemaal hebben. Ze willen me ook al hebben voor gastoptredens in Spanje, maar ik ben gewoon degene die voor de lol meegaat met Ome Funk en die soms ook wel eens een plaatje op legt". Bijna zou ik antwoorden dat ik ooit dezelfde positie had in De Singel, maar slikte dat maar in. Ik was, met alle recht, de minst technische deejay toendertijd, maar de mensen waardeerden vooral de 'presentatie'(big smile en uit mijn dak gaan achter 'de decks') en het 'van alles en nog niks' draaien. Maken we een harde las naar Ringo Starr, dan is het bijna hetzelfde. Hoewel hij de 'good looks' van John Lennon en Paul McCartney ontbeerde, was Ringo Starr ten tijde van The Beatles de meest populaire in Amerika. Het onooglijke ventje dat bij wijze van spreken je buurjongen kon zijn, die optrekt met de grote 'mooie' jongens, dat sprak Amerika veel meer aan. De schuchtere Ringo liet het allemaal maar over zich heen komen, maar had intussen wel de keuze uit de mooiste meiden!
Ringo cijferde zichzelf altijd weg tijdens zijn verblijf binnen The Beatles. Toen de heren werd gevraagd welke beroemdheden ze op de hoes van 'Sergeant Pepper' wilden hebben, had John Lennon de langste lijst. Jezus Christus stond er gebroederlijk op naast Adolf Hitler. Dat tekende John, cynisch als altijd. Ringo was de enige die niet mee deed aan het circus. ,,Whatever the boys want, is fine with me", liet hij weten. Maar als The Beatles niet zo'n stille jongen op de achtergrond hadden gehad, dan was het instituut al in 1968 geëxplodeerd. Paul die de administratie wilde overdoen aan zijn schoonvader, John die met Yoko op de proppen kwam en George in Oosterse sferen... Nee, de spanning moet te snijden zijn geweest. Heerlijk om dan een relativerende drummer te hebben... Na de breuk in 1970 speelt Ringo mee op het album 'Yoko Ono/Plastic Ono Band'. Het is John's idee om het in één take op te nemen, maar als de band los gaat in 'Why' en Yoko Ono als een krolse kat erover heen begint te balken, legt Ringo de sessie stil en neemt John apart. ,,Zeg John, misschien kun je toch beter de zang apart opnemen", stelt Ringo voor. ,,Daar zit wat in", zegt John. En zo wordt eerst de muziek ingespeeld en als Yoko haar zang gaat opnemen, vertrekken de muzikanten naar de pub. Ringo is altijd de vredestichter gebleven...
Toch is Ringo als solo-artiest het meest stuurloos zonder de hulp van The Beatles. Zijn eerste elpee, 'Sentimental Journey', neemt hij op voor zijn moeder. We hopen maar dat ze er blij mee was, anders is de moeite voor niks geweest. George Harrison ziet al snel in dat Ringo een steuntje in de rug nodig heeft en doneert 'It Don't Come Easy', maar George heeft ook zijn eigen carriére en laat Ringo daarna weer dobberen. Pas in 1973 krijgt hij opnieuw hulp van George als deze hem 'Photograph' presenteert. Tegen die tijd weet Ringo zich verzekerd van een groep muzikale vrienden die hem allemaal helpen, maar... je geeft niet je beste nummers weg aan een stuk hopeloos als Ringo Starr. Elton John en Bernie Taupin lozen zo 'Snookeroo' bij hem, niet bepaald een parel voor het duo, maar voor Ringo is alles goed genoeg en hij boert zich er nog aardig doorheen ook! Na 1975 verschijnen zijn elpees steeds minder frequent, tot grote vreugde van de muziekrecensenten die steeds meer moeite krijgen om zijn platen serieus te beoordelen. In de eerste 'NME Encyclopedia Of Rock' (1978) eindigt de rubriek van Ringo Starr met de woorden: 'Ringo continues to do nothing in particular and does it very well'.
Toch heeft Ringo als meubelontwerper nog wel een bepaalde naam, trouwt hij om de haverklap met een steeds mooiere vrouw en treedt geregeld op met zijn All Star Band. Zijn zoon Zack Starkey heeft als drummer ook al zijn sporen verdiend en is sinds jaren de vaste drummer van The Who.
maandag 19 november 2012
uit de jeukdoos: The Autographs
,,Je bijt je er ook meteen goed in vast", merkt Dirk op. De spijker op zijn kop! Ik ben gisteren op de fiets naar Zwolle geweest. Ik kwam eigenlijk in De Singel om te vragen wat ik niet durf te vragen en wat ik gisteren ook niet heb gedurfd... Hoewel ik wel weet dat het eigenlijk wel goed zit en dat 2007 alweer vergeten is, voelt het toch pijnlijk om te vragen of ik eindelijk weer eens in De Singel mag draaien. Bovendien waren de omstandigheden er ook niet naar, want ik begreep meteen al dat de vader van Dirk op het sterfbed ligt. Toch was het een gezellige avond, ook al gingen de gesprekken soms nét even dieper dan anders, en na een paar melancholische platen zette Dirk een cd op met 'Casino Classics' en is ook hij vanaf zaterdag van de partij! De 'Northern Soul Jukebox' ademt vooral Nijeveen. Het arriveerde de dag dat ik mijn eerste kijkje nam in het kasteel en toen ik 's middags in de bus naar Ruinen moest om de papieren te tekenen. 's Avonds zette ik mijn eerste schreden op de 'jukebox' en dat was met 'Spring Song' van The Accents meteen raak! Hoewel ik nu The Autographs in de schijnwerpers zet, een soundtrack van de eerste weken in Nijeveen, is er over de groep niks te vertellen en gaan we het over de platenmaatschappij hebben: Okeh Records.
De eerste weken Nijeveen... Het voorjaar breekt aan en ik moet regelmatig terug naar Steenwijk om de Rembrandtstraat te ontruimen. Dat gaat moeizaam! Zoals vaker blijkt dat ik het beste werk met een 'deadline' en die is dan nog nauwelijks in zicht. Bij iedere fietstocht van en naar Steenwijk word ik vergezeld door mijn mp3-speler. 'Oo-ma-liddi' van J.J. Jackson hoort bij die tijd, maar ook 'Packin' Up' van Damon Fox. Eén van de eerste platen in het lijstje (vaak tussen molen en afslag Tweede Nijeveense Kerkweg) is 'I Can Do It' van het groepje The Autographs. Een plaat die hebberig maakt, maar waarvan je al aardig snel bekomt als je de vraagprijzen ziet. In zowel mod- als Northern Soul-kringen zijn plaatjes op Okeh erg verzamelwaardig en dit drijft de prijs op. Ik heb eigenlijk nog steeds spijt dat ik niet die van twintig pond heb gekocht, want goedkoper is een illusie! Zelfs de bootleg uit 1972 is een verzamelobject geworden en zeldzamer dan een zuurstokroze Bugatti. Ik leer Okeh in 1994 kennen als Sony G. Love & The Special Sauce tracht te slijten. Als ik me niet vergis is het nog vóór Beck in de hitparade staat met 'Loser' en dan is G. Love iets dat 'ongehoord' mag heten.
Otto K. E. Heinemann is de oprichter en naamgever van Okeh. Tijdens de Eerste Wereldoorlog emigreert hij naar New York om daar een opnamestudio en een platenperserij te beginnen. In 1918 verschijnt de eerste plaat op Okeh. Hoewel grammofoonplaten voor 'the lucky few' zijn, is er dan al sprake van een platenbusiness. Heinemann probeert zich te onderscheiden van collega's en neemt ook Zweedstalige en Balkan-artiesten op of perst ze in licentie, speciaal voor de in Amerika woonachtige immigranten. Zo komt hij in 1920 op het spoor van de Afrikaanse blueszangeres Mamie Smith. Smith mag een plaat opnemen, die aanvankelijk in de 'gewone' 4000-serie uitkomt, maar deze plaat zal leiden tot zogenaamde 'Race'-series bij diverse platenmaatschappijen. De belangstelling voor negermuziek blijkt groot en omdat Okeh erg vroeg is met de ontdekking, heeft het de fraaiste artiesten voor het oprapen. Enige tijd later begint Okeh met de 8000-serie, speciaal voor deze aangelegenheden. Tot 1933 verschijnen er ruim 900 platen in die serie. In 1934 gaat Okeh voor een eerste maal op slot. Okeh wordt sinds 1928 gedistribueerd door Columbia Records.
In 1940 gebruikt Columbia nog even de naam Okeh, maar dan verdwijnt het weer in de archieven. In 1952 vindt er beademing plaats, maar als Columbia een jaar later Epic opricht, verhuizen de artiesten naar dat nieuwe label. Dan is het 1965, het sterfjaar van Heinemann (hij werd 88 jaar) en dan krijgt Carl Davis de leiding. Larry Williams, een rock'n'roll-legende uit de jaren vijftig, wordt de huisproducer van Okeh en voorziet de ingedutte carriére van Little Richard van een nieuwe impuls. Toch is Okeh geen doorslaand succes in de jaren zestig en dit cult-imago maakt het in Northern Soul-kringen alleen maar populairder. Larry Williams weet een stempel te drukken op de 'nieuwe soul' van Okeh. Er zit geen slechte plaat tussen. Allemaal ademen ze juist die energie die vrij kwam uit de rock'n'roll en die in de Northern Soul zo wordt gewaardeerd. Larry Williams neemt zelf ook platen op, ondermeer met Johnny 'Guitar' Watson in de gelederen. The Autographs schuift ook voorbij in die tijd, evenals een jonge Carl Douglas. Die moet zeven jaar wachten op zijn 'Kung Fu Fighting'.
In 1970 draait Columbia de deur op slot en de artiesten worden overgezet naar Epic, net zoals dat in 1953 was gebeurd. Carl Davis gaat naar MCA/Brunswick en voedt de carriéres van Jackie Wilson en The Chi-Lites. In 1990 plant Sony zorgvuldig haar wraakactie op Philips, dat met de compact disc de wereld heeft veroverd. Sony heeft de minidisc als troef, maar het enige probleem is dat Sony geen platenmaatschappij heeft. En dus neemt het bedrijf per 1 januari 1991 Columbia/CBS over en brengt ons later dat jaar de minidisc met de volledige CBS-catalogus op voorbespeelde MD. Dit blijkt een kansloze actie en na 1993 verschijnen er nauwelijks meer voorbespeelde minidiscs, maar Sony houdt er wel Columbia aan over. Als ze in 1994 met G.Love & The Special Sauce, Keb'mo en Popa Chubby een nieuwe dimensie aan de blues willen toevoegen, wordt Okeh opnieuw in het leven geroepen. In 2000 is het echter alweer gedaan en wederom worden de artiesten overgeheveld naar het Epic-label. Sindsdien is het stil rond Okeh, hoewel het Engelse Northern Soul-heruitgaven-label Outta Sight bij tijd en wijle de Okeh-kenmerken mag gebruiken voor nieuwe persingen van onder andere 'You're Gonna Make Me Love You' van Sandi Sheldon. Ik hoop The Autographs ook nog eens te begroeten in die serie. Het beeldmerk van Okeh is een icoon geworden en het kledingmerk Forever 21 heeft de exclusieve rechten hiervoor.
Schijf van Jelte: snacken met gekken
'Don't blame it on the sunshine, don't blame it on the moonlight, don't blame it on the good times, blame it on the boogie'... Wie me bijna drie jaar geleden had verteld dat ik een bericht op mijn blog zou openen met een tekst van The Jacksons, had ik finaal voor gek verklaard. Toch is het een beetje van toepassing, want ik geef niet de schuld aan de 'boogie', maar wel aan de andere drie redenen. Het was gisteren wederom zulk uitnodigend weer om eens op de fiets te klimmen, dat ik niet aan publiceren ben toe gekomen. Gisteren ben ik 'even' op de fiets naar Zwolle geweest en terug, zo'n 65 kilometer door een 'klein' (lees: mistig) wereldje. Maar ook deze week geldt weer, wie zoet is... krijgt twee berichten op maandag. We beginnen met de Schijf van 5 van mijn broer Jelte. Een onderwerp waar ik al eens aan had lopen denken: De snackbar, Wat 'Crazy' van Seal daar tussen heeft te zoeken, kan ik zo snel niet verklaren en dat hoeft ook niet! Het is mijn Schijf immers niet...
Jelte stuurde desgevraagd een lijstje in, maar nummerde ze niet. Omdat ik niet weet of er een volgorde in hoort, zal ik dus ook geen posities noemen. Het vormt samen een smakelijke maaltijd? Bovenaan het lijstje staat een plaat die mijns inziens evenveel met 'snacken' als met 'gekken' heeft te maken, want die jongens van Placebo zijn natuurlijk best een beetje door de regen gelopen. Desondanks kan ik ze waarderen, al ken ik dit nummer niet zo snel. Even gekeken op Youtube en het is inderdaad zo'n typisch Placebo-nummer, maar het is vooral de titel die niet in een 'snackbar-Schijf' zou mogen ontbreken. Op 1 of op 5 of niks van dat alles, staat 'Burger Queen' van Placebo.
Bij ons thuis werd altijd gebeden voor de maaltijd en gedankt na afloop. In onze puberteit werd vooral de stilte na het eten nog wel eens gebruikt voor een onsmakelijk geluid. Henk was de oudste en mocht dus als eerste 'puberen'. Toen de loodgieter eens langs kwam terwijl wij aan tafel zaten, keken mijn ouders streng naar Henk en fluisterden dat hij niet mocht boeren tijdens het danken. U raadt het al: Henk liet een scheet, want dat hadden ze niet gezegd... Wij, drie zonen, hebben allemaal last van een winderigheid, maar die van Jelte is legendarisch! Ik herinner me nog een afgehaalde snackmaaltijd van ons samen. Je had goulashkroketten gekocht die al tijdens de eerste gang gingen laxeren. Toch was het 'eten met Jelte' altijd weer een feestje en als-ie dan beslist zo'n neuroot als Jan Hammer in zijn Schijf wil... Vooruit dan maar! Jan Hammer is vertegenwoordigd met 'Kroket's Theme'.
Onze 'huisdealer' was de Vigi in Sneek, een cafetaria met een barretje dat doorlopend in verbouwing was. Niet dat de eigenaars 'up-to-date' wilden blijven. Nee, het had alles met het nabijgelegen woonwagenkamp te maken. Als vader niet te lang hoefde te wachten voor de stoplichten bij 'het hoge flat', dan had je een kans dat de patat nog niet lauw was. Patat was voor verjaardagen en wanneer we terug kwamen van vakantie. Verder verdiende de uitbater van de Vigi niet veel aan ons. In 1997 kwam ik er nog wel eens voor een fles rode wijn, de muziekoefenruimte waar ik toen werkte zat schuin tegenover de Vigi, dat toen al een Smulwereld was geworden. Dan ga ik nu maar die plaat noemen die ik een beetje 'verdwaald' vind: 'Crazy' van Seal is desondanks een fijn nummer dat beslist in zo'n top vijfje thuis past. Er staat immers een nóg schrijnender geval bij... De volgende!
Jelte is in 1995 verhuisd naar Denemarken, maar blijft met behulp van Langs De Lijn wel een beetje op de hoogte van het Nederlandse muzieklandschap. Hij mist daardoor het gros van de Nederlandstalige muziekproducties waar RadioNL ons op trakteert (ik hoorde vanmiddag een reclame voor een cd: '50 Woonwagenhits Van Het Jaar'). Nee broer, je mist niks! Wel heeft hij een zwak voor André Hazes en Rob De Nijs, maar dat hebben we hem al lang vergeven! Het schrijnende geval hóórt in zo'n 'snackschijf' en is niet van eigen bodem. Hoera! Hoewel Corrie Konings het toen heeft gelapt om een Nederlandse versie op te nemen, wat zowaar ook nog een hitje werd. Ik zou voor de 'novelty' die van Corrie erin gezet hebben, maar de Schijf van Jelte vermeldt toch echt 'The Ketchup Song' van Las Ketchup.
Een andere gezamenlijke tic is om Engelse titels naar het Fries te vertalen en deze titels toe te passen in andere vormen. Het Engels naar Fries leverde nog wel eens een 'hit' op, bij Omrop Fryslân werd het eveneens gedaan en hoorden we een zomer lang 'Ik stean yn fjoer', een Friese 'cover' van 'I'm On Fire' van Bruce Springsteen. Toen Midnight Oil de hitparade binnen denderde met 'Beds Are Burning' kan ik me herinneren dat Jelte met een grapje kwam dat 'Jisk nu ook 's nachts de pomp open had'. Jisk had in Hommerts een benzinestation en natuurlijk moest hij 's nachts open zijn om 'midnight oil' te verkopen. Welnu, voor deze Schijf hetzelfde grapje, maar nu toegepast in de 'snack-sfeer': 'De beste frieten worden altijd gefrituurd in Midnight oil'. Als favoriet hunner heeft broer gekozen voor 'The Dead Heart', vandaar het fotomodel.
Ik was vorige week te zuinig. De outro's mogen een minuut duren! Aangezien ik het komende week en weekend even héél erg druk krijg, verwacht ik dat jullie voor de fraaie outro's gaan zorgen? Ik ga dit weekend de Blauwe Bak Top 100 samenstellen...
zaterdag 17 november 2012
Do The 45- 17/11/12
Eindelijk! In het Nederlands en los van Facebook kan het eindelijk hardop worden gezegd: De uitzending van vanmiddag was ontzettend opgenomen en er gaat zeker nog één (en ik denk zelf wel meerdere) 'podcast' volgen. Over podcasts gesproken, ik ben nog immer van plan om vanavond weer eens een Soul-x-rated op te nemen, daar is het klad toch wel een beetje in gekomen. Bij Wolfman Radio staat men, begrijpelijk, nogal afkeurend tegenover podcasts met muziek en dus kan ik via Wolfman geen reclame maken voor de Soul-x-rated. Dat het andersom Wolfman wel weer aan 'nieuw publiek' helpt, is tot daar aan toe, maar het is Wolfman een doorn in het oog dat we zomaar in het openbaar plaatjes draaien zonder auteursrechten af te dragen. Tja... gelegenheid maakt de dief. En zolang Podomatic dj's uitnodigt om hun mix op te sturen en zoveel capaciteit aanbiedt, dat je de hele dag podcasts zou kunnen publiceren, vind ik het nogal pathetisch om je te verzetten tegen de hobby-podcasters. Feit is wel dat 'Do The 45' zoveel voorbereiding en inspiratie kost, dat er momenteel weinig over blijft voor de Soul-x-rated.
Terug naar 'Do The 45'. Zoals gezegd weer opgenomen en gisteravond voor het eerst integraal beluisterd. Ik had tijdens de opname al zo'n voorgevoel en die bleek te kloppen: Een half jaar na mijn eerste primitieve Soul-x-rated heb ik het geflikt! Deze 'Do The 45' klinkt voor mij zoals een show hoort te klinken. Een dynamische vlotte babbel, tikkeltje eigenwijs, her en der een persoonlijk tintje tot slap geouwehoer met wat titels. En een fijne muziekselectie. Waarvan akte...
1. Spring Song-The Accents
Ik gebruik maar de oorspronkelijke titel, hoewel mijn exemplaar 'New Girl' vermeldt. Dat wijst op de tweede persing, slechts een paar weken na 'Spring Song' in 1964 uitgebracht. Alleen de échte verzamelaars maken er een punt van, want het scheelt toch snel een paar tientjes! Ik heb hem in het uiterste begin van de Soul-x-rated ook al eens gedraaid en was toen na afloop zéér tevreden over het resultaat. Toch voelen die eerste podcasts als lichtjaren geleden en ik kan er eigenlijk niet meer naar luisteren!
2. Take Me By The Hand-Kent & The Candidates
Eén van de 'slapers' in mijn collectie. Ik heb de single in 1995 op een rommelmarkt in Oudega (toen nog Wymbritseradiel) gekocht, maar in bijna zeventien jaar niet aangeraakt. In april heb ik deze wakker gekust, eerst vanwege het sfeervolle 'Trouble', maar tenslotte toch deze kant ontdekt. Het kostte me wel een paar keer voordat ik hem ging waarderen, maar nu zit hij geramd in mijn set!
3. Do The 45-The Sharpees
Vorige week had ik mezelf ervan weerhouden en ook deze week ben ik er niet mee begonnen. Hoezo eigenwijs? Hoezo onvoorspelbaar? Ik ben nogal kritisch ten opzichte van 'openers', die moeten meteen raak zijn en daar vind ik The Sharpees nog immer wat te zwak voor. Het ligt hem in dat geval vooral aan de doffe opname.
4. Just Ain't No Love-Barbara Acklin
Anthony en ik komen bijna even lang op Wolfman Radio, we hadden er beide vóór augustus nog nooit van gehoord! Het is door middel van Lee Madge en zijn 'From The Catacombs' dat we zijn gaan luisteren en Anthony heeft hele dagen dat hij in de chatroom zit. Het is ook door de aanmoedigingen van deze Anthony geweest dat ik de Engelse podcasts heb voortgezet en hij heeft mij ook aangeprezen bij Wolfman. Ik heb dus veel aan hem te danken en daarbij hoort wel een 'shout-out' en een plaatje. Blijkt hij vanmiddag opeens te moeten overwerken... Maar, het is geen straf om 'Just Ain't No Love' van Barbara Acklin nog eens te moeten draaien! Het is wel de meest beroerd klinkende plaat van deze uitzending...
5. Hurtin' Inside-Barbara & Brenda
Nee, zo'n 'Do The 45' samenstellen doe je niet zomaar even. Bovendien leg ik mezelf ook een paar disciplines op. Ik kan rechttoe rechtaan gaan knallen met favorieten, maar dan zit ik voor de kerst al door mijn repertoire heen. Zo had ik mezelf vorige week ook verboden om Barbara & Brenda te draaien. Maar nu kom ik tot een lastig punt. Ik heb eigenlijk twee kandidaten voor de Week Spot. Jackye Gerard heb ik vorige week al gedraaid en die zou ik niet snel volgende week weer draaien. Of we doen volgende week de keerzijde van deze van Barbara & Brenda. De nichtjes Gaskins hebben vooralsnog de meeste voorkeurstemmen en dan kunnen we hem ook gerust in 'Do The 45' draaien. Daarna maar een maand niets van Barb & Bren. Het moest maar zo...
6. Didn't I-Jackie Wilson
De Week Spot van deze week, zie dus het bericht van dinsdag.
7. This Love Is Real-Dana Valery
Het leek me wel een mooie gelegenheid om na Jackie Wilson deze versie van 'This Love Is Real' van Dana Valery te draaien. Een cover van Jackie Wilson met behulp van dezelfde begeleidingstrack. De andere kant van de single, 'You Baby', komt binnenkort ook nog eens aan bod. Hoewel de single in een gelimiteerde oplage is, durf ik het toch nog wel aan een beetje een 'hit' te maken van deze bijzondere single.
8. Oh No! Not My Baby-Maxine Brown
Afgelopen zondag maakte ik een fietstocht. Dat hebben jullie gemerkt doordat ik niet heb gepubliceerd op die dag. De heenweg naar Steenwijk liet ik mezelf begeleiden door de gehele Blauwe Bak Top 40 en het was gedurende deze lijst dat het idee ontstond. Ik hoorde 'I Need You Like A Baby' van Andrea Henry en hoorde opeens waarover ze zong. 'Ik heb je nodig als een zuigeling', 'Als een baby huil ik, ik heb jou rustgevende wiegen nodig'. Nu had ik onlangs een tussenstop gemaakt op een website met verhalen over 'rollenspel', het 'meester-slaaf'-idee, maar dan op een speelse manier en opeens had ik het idee. Toen kwam ook nog Maxine Brown voorbij in de lijst en toen wist ik het zeker. Een rollenspel! Andrea Henry is mijn baby en niet die van Maxine!
9. I Need You Like A Baby-Andrea Henry
En daar hebben we de boosdoener. Een niet te verklaren detail uit het nummer blijft 'de brug' in het tweede couplet. 'I need you, boy/ I need you, girl', zingt ze luid en duidelijk. Het zal toch niet dat mevrouw Henry op het grote MGM-label in het jaar 1967 refereerde aan een lesbische vriendschap? Dat zou meteen verklaren waarom de plaat geen hit is geworden, maar het lijkt me sterk. Zou ik het toch verkeerd verstaan? Hoe dan ook: Dit blijft natuurlijk een monument en is al terecht een Week Spot geweest.
10. Sugar Daddy-Levert Allison
De hijgende damesstem in het intro brengt me bij stap drie van het rollenspel met Andrea Henry. Levert Allison is een groeibriljant: Ik ga de plaat na een aarzelende start steeds meer op waarde schatten, het is achteraf bezien toch best wel een fijn nummer!
11. My Baby Loves Lovin'-The White Plains
De schets op papier was toch wel min of meer definitief, hoewel ik bij 'Do The 45' maar lastig kan inschatten hoeveel platen ik in een uur kan stoppen. De gebruikelijke zeventien van de Soul-x-rated zijn té mager, maar daarin heb ik ook meer tekst. En dus had ik twintig platen geselecteerd, waarvan zeventien definitief. Bij het klaarzoeken van de drie reserveplaten kwam ik ineens deze tegen en die pastte ook nog wel in het rollenspel. Bovendien had ik nu een mooie brug naar Jackie Day en het slot van het rollenspel, want zoiets mag natuurlijk niet te lang duren.
12. Naughty Boy-Jackie Day
Anders kregen jullie op Soul-xotica wel te horen over nieuwe aanwinsten, maar aangezien het merendeel toch vroeg of laat Week Spot wordt, doe ik het steeds minder vaak. Door het ontbreken van de Soul-x-rated was deze ook nog niet aan bod gekomen. Het is één van mijn meest recente aanwinsten. De plaat had mijn Kopje Cultuur-weekend in september 'gemaakt' toen het opeens een resident op mijn mp3-stick werd. Die euforische toeters en het 'oe-hoe-hoe'-achtergrondkoortje maken dat ik altijd ga glimlachen van deze plaat. In het rollenspel is 'Naughty Boy' een variatie op datgene met Andrea Henry, nu speel ik het jongetje en Jackie Day de mamma. Het kost me soms veel moeite, maar ik heb altijd weer de neiging om 'mamma's' te roepen als ik langs de school fiets waar de moeders op hun kroost staan te wachten.
13. (If You Think You're) Groovy-P.P. Arnold
Nee, over het podcasten worden we het niet eens, maar verder merk ik steeds meer dankbaarheid en collegialiteit bij David Crane. Een man met een indrukwekkende staat van dienst. 'Ik ben in het begin nog wel eens bang van de microfoon', biecht ik op in de chatroom. 'Daar had ik ooit ook last van, maar inmiddels heb ik er schijt aan!', antwoordt David. Gelukkig... Ik ben niet de enige! Ik draag dat nummer vooral aan hem op vanwege de prachtige poster die hij heeft gemaakt. Hij is sowieso de huisontwerper van Wolfman Radio en dus een logische keus, maar toen ik een beetje had rondgekeken op de site, verwachtte ik niet veel. Mijn poster is een stuk uitbundiger dan die van andere shows en dus mag duidelijk zijn David de show een warm hart toedraagt! En een kruiwagen met zo'n reputatie in de Engelse radio kan nooit geen kwaad...
14. Year Of Decision-Three Degrees
Alsof je een excuus moet hebben om zo'n fijne Phillysoul-plaat te draaien? Tja, 'Do The 45' is een specialistisch programma en Wolfman Radio is van zichzelf al behoorlijk alternatief (veel ska en oi!-punk), maar toch voelde ik dat ik best ietsje minder obscuur mocht doen. Die van The White Plains pastte mooi in het rollenspel, maar verder was dat al een concessie. Dit is dan de grootste aanpassing aan een 'mainstream'-publiek, maar nogmaals: Het is helemaal niet erg om zo nu en dan iets te draaien wat iedereen wel kent. Muziekvriendin Ulli kent helemaal geen soul en dus deze van Three Degrees ook niet. Ik heb mezelf ten doel gesteld om iedere week minstens één plaat te doen die Ulli wél zou moeten kennen, net zo lang totdat ik er eentje heb gevonden. Volgende week probeer ik het met The Foundations.
15. Fancy-Rosalind Madison
Rosalind krijgt dan eindelijk de waardering die ze verdient, vooralsnog alleen in Europa. Toch moet ik zeggen dat geen van de andere Rosalind Madison-platen die ik tot dusver heb gezien en gehoord zó leuk is als 'Fancy'. Desondanks wordt er door Duitse en Italiaanse Northern Soul-deejays gevochten om haar werk, die dus stevige prijzen doen.
16. Do Your Duty-Betty Lavette
Ja, er moet wel wat te lachen blijven en dus bedenk ik opeens om het Friese spreekwoord 'Doch dyn plicht en lit de lju mar rabje' eens te verkondigen op een Engels webradiostation. 'Do Your Duty' betekent immers 'doch dyn plicht', alleen loopt dat niet zo lekker in het refreintje van Betty.
17. Starting The Hurt All Over Again-Brenda Holloway
En bijna zat er geen Motown in deze aflevering! Omdat 'Geni' als instrumentaaltje als nummer zeventien telde, was Brenda één van de reserves. Toen kwam ik erachter dat ik nog bijna tien minuten had en kon-ie opeens. Ik had hem abusievelijk al aangekondigd in het begin van de show: 'A bit of Motown', dus eind goed al goed!
18. Ain't No Color To Soul-Okie Duke
En toen werd het écht improviseren. Iets van zeven minuten te gaan. De tekst van Okie Duke had ik niet voorbereid en dit komt er niet geheel vloeiend uit, maar ik heb wel eens erger lopen stamelen!
19. Can't Satisfy-The Impressions
En daar bedenk ik ter plekke de afkondiging van en die is goed! Het einde is nu in zicht en ik voel gewoon dat het boven vrwachting is gegaan!
20. Geni-The Groovesville Men
Eerst 'check' ik of de microfoon uit is (dat gaat met zo'n klik, dat je hem kan horen) en dan joel ik het uit! Wat een opname! Overigens kan ik meedelen dat 'Geni' waarschijnlijk mijn vaste slottune gaat worden.
vrijdag 16 november 2012
raddraaien: The Beach Boys
Nadat Peter Koelewijn jaren lang een column had geschreven, bundelde hij deze samen tot een boekje. Dat werd geen verkoopsucces en dus kon ik hem eens voor een gulden van een boekenkraam meenemen. 'Deksels, We Hebben Panne' is zo gezegd een verzameling columns en memoires van Koelewijn. Ik heb hem leren kennen als een smeuïg schrijver. Legendarisch zijn zijn verhalen over de 'kouwe thee' van Mr. Pieter Van Vollenhoven (de studio-conciërge bracht hem een steenkoud kopje thee, terwijl de Gevleugelde Vriend eigenlijk whiskey bedoelde...), de ontmoeting met Ronnie van De Ronnies, het ontstaan van 'Ik Kan Geen Kikker Van De Kant Afduwen' en andere roemruchte rock'n'roll-verhalen, alles geschreven met een bijzonder gevoel voor zelfrelativering. Ook schrijft hij in een column hoe hij zich slap had gelachen toen hij hoorde dat Arnemuiden helemaal geen klok had. Toen schreef hij een lied genaamd 'De Torens Van Cadzand' en werd hij door Gerrit Den Braber eraan herinnerd dat Cadzand helemaal geen torens heeft... Een dergelijk verhaal hoort ook bij de raddraaier van vandaag. Ik heb net een bladzij uit de Gouden Gids kunnen scheuren, er blijven nog genoeg vaklieden over vele series Raddraaien!
Huddie Ledbetter, beter bekend als Leadbelly, is één van de allergrootste, zo niet de grootste, Amerikaanse folkschrijver geweest. Soms speelde hij even leentjebuur bij de negers van de katoenvelden, maar door zijn werk zijn die liedjes wel voor het nageslacht bewaard. Denk bijvoorbeeld aan 'Black Girl' dat als 'Where Did You Sleep Last Night' door Nirvana werd uitgevoerd tijdens hun MTV-sessie. Of 'Black Betty', dat we allemaal kennen van Ram Jam. 'Cotton Fields' is ook zo'n lied van de hand van Leadbelly. Hij publiceerde het voor de eerste maal in 1940, maar pas in 1954 kreeg het nummer door toedoen van Odetta de waarde in de Amerikaanse folkmuziek. Harry Belafonte bracht het een jaar later bij miljoenenpubliek en in de daaropvolgende tien jaar is het door iedere zichzelf respecterende muzikant op de plaat gezet. Eén van de meest opvallende versies staat echter vandaag in de schijnwerpers. Leadbelly en The Beach Boys zijn maar moeilijk te associëren, maar het is met name Al Jardine die wel graag wat Americana-geluiden in de groep wil brengen. De eerste versie van The Beach Boys met Jardine op zang verschijnt in 1969 op het album '20/20', maar Jardine is niet tevreden met het arrangement van Brian Wilson. Hij huurt vervolgens een aantal country-musici in en neemt een nieuwe versie op, die uiteindelijk bekend zal worden als 'de single-versie'.
Het is de laatste single van de groep voor Capitol, de platenmaatschappij waaraan The Beach Boys sinds 1962 zijn verbonden. Dit historische feit zorgt niet voor een doorslaand succes in Amerika. De plaat behaalt daar met moeite de top 90 van de Billboard en het gaat de geschiedenis in als één van de minst succesvolle Amerikaanse singles van de hitgroep. Toch staat er een stevig windje en waait de 'nieuwe versie' met de naam 'Cottonfields' de oceaan over en begint in Engeland aan een zegetocht. Nederland volgt vlak daarop, maar toch zijn er een aantal landen waar 'Cottonfields' niet meteen een hit is. Neem nou Denemarken, waar het lijdend voorwerp van deze aflevering van Raddraaien vandaan komt. Het platenlabel vermeldt aldaar '1970' en ook de geadverteerde platen achterop het 'unieke' fotohoesje zijn uit dat laatste jaar. In Nederland staat het in de late zomer van 1969 op een twaalfde plek in de Top 40. Ook in de rest van Europa doet de plaat het goed, ook al is de 29e positie in Duitsland ook maar mager. Misschien heeft die te lijden gehad van Udo Jürgens' versie uit 1968.
Het Europese succes is evenwel aanleiding van de platenmaatschappij om het in 1970 op de elpee 'Sunflower' te zetten, een album dat niet in Amerika verkrijgbaar is. Maar dan moeten we het toch nog even over de tekst hebben, iets waar The Beach Boys niets aan heeft kunnen doen. Het is namelijk ook niet bekend wanneer de ontdekking is gedaan, in iedere versie wordt het opnieuw gezongen: 'Down in Louisiana, just a mile from Texarkana'. Net zoals bij de klok van Arnemuiden en de torens van Cadzand gaat dit ook mis. Texarkana ligt namelijk dertig mij ten noorden van Louisiana. Leadbelly was in 1940 gered geweest als hij een goed werkende tomtom had gehad!
Morgen verschijnt hier weer de speellijst van 'Do The 45', wederom morgenmiddag te beluisteren tussen twee en drie op wolfmanradio.co.uk. Die lijst is dan mijn bijdrage van zaterdag, zondag heeft mijn broer Jelte zijn eigen Schijf van 5.
donderdag 15 november 2012
hoogdravende laagvliegers
Ik leer Roel kennen via de SP, waarvan ik een paar jaar lid ben geweest. Muzikaal kunnen we het erg goed vinden en al snel daarop belooft hij mij zijn platencollectie. Dat heeft hij schijnbaar meer gedaan, want de afgunst in mijn omgeving is groot als Roel in september 2003 de daad bij het woord voegt. Daar zitten we dan, in mijn haastig 'opgeruimde' (mét Franse slag) woonkamer van mijn 'hut' aan de Rembrandtstraat. Platenspeler in de aanslag terwijl ik ongedudlig mijn handen laat glijden door de honderden elpees. Globaal gezien vanaf de midden jaren zeventig tot omstreeks 1988. Het begin flink 'underground' en op het laatst neigt het veel naar Sade en aanverwant behang, maar vooral die eerste jaren hebben mijn interesse. Kleine verzamelingen binnen de verzameling: Nina Hagen tot in de jaren tachtig en verschillende Anne Clark-platen. Verzamelwaardige topstukken zijn 'My Life In The Bush Of Ghosts' van David Byrne & Brian Eno, de soundtrack van 'Christiane F' van David Bowie en de tweede elpee van The Cheap Suit Serenaders, de band van cartoonist Robert Crumb (Fabulous Furry Freak Brothers). Een aantal van de elpees worden ingeleid door Roel zélf en één van de eerste platen die zijn rondjes mag draaien is 'Downtown Flyers' van The Streetwalkers.
Het verhaal van The Streetwalkers begint omstreeks 1966 in het Engelse Leicester. Na te hebben gespeeld als The Farinas en The Roaring Sixties (niet te verwarren met de sessiegroep van 'We Love The Pirate Stations')nemen ze in dat jaar de naam Family aan. De groep debuteert in 1967 met een single op Liberty, welke nu een duur betaald collector's item is, maar dan tekent Family bij Reprise en krijgt productionele hulp van Jimmy Miller. Dave Mason, net uit Traffic gestapt, draagt bij met een paar nummers en Roger Chapman's 'hete aardappel' brengt de groep al snel in verband met Traffic. Toch vissen zij stilistisch gezien uit een ander vaatje. De mannen hebben dan al een wilde reputatie opgebouwd als live-act. Roger Chapman lijkt door waanzin gedreven. Met restanten van een tamboerijn en zijn korrelige stem declameert hij de zwartgallige teksten van Family, niet zelden om zich heen slaand met de microfoonstandaard. Deze laatste 'gimmick' zal de band hun reputatie in Amerika kosten, omdat concertpromotor Bill Graham bijna wordt gespiest door Chapman. In 1971 verlaat Jim King de groep, het jaar ervoor heeft de groep hun 'magnus opus' afgeleverd: De elpee 'Family Entertainment'. De single 'The Weaver's Answer' bereikt ook hier de top twintig. In 1970 verschijnt 'A Song For Me', meteen het dieptepunt in de familiegeschiedenis. Poli Palmer vervangt King, maar het lot is al getekend voor Family. In 1972 komt er een vroegtijdig einde aan de band.
De twee hoofdpersonen van Family, Roger Chapman en gitarist Charlie Whitney, zetten hun huwelijk voort in Chapman-Whitney-Streetwalkers. De begeleidingsband is een bijeengeraapt zooitje, variërend van ex-Family en Blind Faith-bassist Rick Grech tot John Wetton uit King Crimson. De live-band die de plaat moet ondersteunen, blijkt dan de basis te worden voor de uiteindelijke Streetwalkers. Ze tekenen een contract bij Vertigo en in 1975 verschijnt 'Downtown Flyers'. Voor die tijd is het 'the state of art' wat de directe gitaarrock aangaat. Een plaat die wordt gedreven door een heerlijk raspende Chapman, maar ook door een grote dosis spelplezier en een geluid dat niks aan het toeval overlaat. Waar andere 'vernieuwers' als Roxy Music zich aan decadentie te buiten gaan, daar zet Streetwalkers een zelfverzekerd eigentijds geluid neer, zonder al teveel 'poeha'. Of het door de invloed van drummer Nicko McBrain komt, zullen we nooit weten, maar de opvolger 'Red Card' is meer uit het hout van de hardrock gesneden en wordt nog altijd zeer gewaardeerd. In Amerika wil de groep maar geen poot aan de grond krijgen, dat heeft nog iets met het microfoonstandaard-incident te maken, maar vooral in Duitsland wordt de groep op handen gedragen. John Peel nodigt de band tweemaal uit voor een sessie en verder is de groep regelmatig te gast in Rockpalast. Dan breekt het jaar 1977 aan en zullen The Streetwalkers het laatste aanloopje doen om écht door te breken, maar dan...
Hoewel de Engelse kranten vol staan met ingezonden brieven naar aanleiding van het vulgaire tv-debuut van Sex Pistols, neemt de punk niet alleen Engeland maar ook de platenmaatschappijen in de houdgreep. Waar de hardrock een gouden toekomst kreeg voorspeld in 1974, daar wordt het nu in de kiem gesmoord door de punk. Achteraf gezien heeft de hardrock dezelfde punk overleefd, maar in 1977 is er plots geen aandacht meer voor bands als Streetwalkers. In 1978 bestaat de groep al niet meer, de platenmaatschappij volbrengt de verplichting van een laatste plaat met het uitbrengen van een zeer matig live-album. Charlie Whitney verdwijnt in de obscuriteit, Roger Chapman blijft onverminderd actief in de muziek.
Hoewel zijn solo-albums regelrecht de uitverkoopbak in gaan, blijft hij vriend en vijand verrassen met zijn eclectische live-optredens. In Engeland is hij derhalve helemaal vergeten en doet rond 1980 kleinschalige optredens met de band Hinckley's Heroes. Pas in 1983 krijgt hij toch nog een stukje erkenning als hij prominent is te horen in 'Shadow On The Wall' van Mike Oldfield. Buiten deze top tien-notering blijft Roger Chapman een cult-symbool, één van Engeland's meest opzienbare zangers met een geluid dat je uit duizenden kan herkennen. 'Downtown Flyers' ligt sinds 2003 geregeld op mijn draaitafel en onlangs draaide ik 'Crawfish' als 'voorprogramma' voor Hugh Cornwell. 'Ik moet hoognodig eens over dat album schrijven', is toen ontstaan en heb ik bij deze ingewilligd.
Abonneren op:
Posts (Atom)







